Bruisend Brussel

Brussel is niet alleen maar Europese Commissie, NAVO en landbouwberaden. Brussel is ook: stijlvolle mode, trendy interieurwinkels en bijzondere restaurants. En niet te vergeten de hoeden van Elvis Pompilio, de oude badkuipen van Baden Baden en de citroentaartjes van Le Pain Quotidien. Voor funshoppers is Europa's hoofdstad helemáál niet saai!

Jarenlang lag de Antoine Dansaertstraat er levenloos, triest en uitgewoond bij. De vooruitgang ging onbarmhartig voorbij aan de groothandels in graan, die hier gevestigd waren. De panden stonden zielloos leeg toen Sonja Noël hier vijftien jaar geleden de modezaak Stijl opende. Ze verkocht avant-garde kleding van toen nog onbekende Antwerpse ontwerpers als Dries Van Noten, Dirk Bikkembergs en Ann Demeulemeester. Pas vijf jaar later zouden ze hun grote doorbraak in de modewereld beleven.

In een tijd waarin confectiepakken en onderbroeken nog in warenhuizen werden gekocht, was avant-garde mode in een stervende straat een noviteit. Het publiek kwam aarzelend, maar bleef komen en langzamerhand vestigden zich meer winkels in de Dansaertstraat. Nu geldt de straat als het meest trendy winkelgebied van Brussel.

Stijl wordt door andere winkeliers beschouwd als de knappe oudere zus met de perfecte make-up en vriendjes aan tien vingers. Wie zou niet graag op zo'n zus willen lijken? De strakke inrichting van Stijl – in tinten die terugkomen in de kleding aan de rekken en met veel aandacht voor de vormgeving van het interieur – vond en vindt veel navolging in de straat. Het zijn niet alleen damesjurken en herenpakken die de klanten naar binnen lokken. Zo kun je bij Kat en Muis, mits voorzien van een groot aantal goed gevulde spaarvarkens, mooie kinderkleding kopen, ontworpen door bijvoorbeeld Dries Van Noten. Een T-shirtje kost al gauw vijftig gulden. Bij Stijl Underwear aan de overkant doet men in lingerie. Hier geen ordinaire graaibakken vol verfrommelde onderbroeken, maar stijlvolle rekken met even stijlvolle slips. De pasruimte, bestaande uit een muur van dikke glazen blokken, is ronduit spannend. Door de wand met jampotglazen zie je de vage contouren van klanten in het belendende paskamertje die zich uitkleden om een smaakvol setje met jarretels te passen.

Maar de Dansaertstraat biedt meer dan mode. Op korte afstand van elkaar vind je tussen de modieuze etalages een grote variatie aan restaurants. Het trendy Bonsoir Clara steekt met zijn opvallend kleurrijke interieur nogal af tegen het Vietnamese eethuis Da Kao, dat het midden houdt tussen een voetbalkantine en een stationsrestauratie, of het Marokkaanse restaurant Kasbah met een vitrine vol sinaasappels en honderden lampen aan het plafond. De tafels zijn overal elke avond bezet. Het is ook niet verwonderlijk dat juist in deze avant-garde straat de eerste bakkerij van Le Pain Quotidien haar deuren opende. De bakkerij, die inmiddels talloze filialen heeft in België en zelfs in New York, verkoopt het brood volgens een simpel concept. Aan de houten stamtafel midden in de winkel kunnen klanten ontbijten of lunchen met ovenvers bruinbrood en jam-van-het-huis, of met citroentaartjes.

De buurt rond de Dansaertstraat profiteert van de klantenstroom die op gang is gekomen sinds de wedergeboorte van de wijk, zonder zich veel aan te trekken van het nieuwe elan. Bij Crèmerie de Linkebeek op de Oude Graanmarkt smaakt de kaas niet anders dan vroeger en in de Melsensstraat verkoopt de uitbater van Champigros sinds 1950 nog altijd uitsluitend champignons en – in het seizoen – asperges en truffels.

Vlakbij de Dansaertstraat ligt het Sint-Goriksplein, de oudste plek van Brussel. Van het gesloopte huizenblok aan het plein staat alleen de gevel nog overeind. Wie in Brussel een pand volledig sloopt, is verplicht in de nieuwbouw een parkeergarage aan te leggen. Door de gevel te laten staan, is deze maatregel omzeild. Zoals zo vaak bij vastgoedspeculanten in Brussel, ging de aannemer failliet. De bewoners van de wijk waren het zat nog langer tegen de verloederde façade aan te kijken en verfden de gevels in bonte kleuren. Het is nu een opmerkelijk kunstwerk. Op de hoek van het plein en de Jules van Praetstraat zit het populaire café Zebra. Bij het eerste streepje zonlicht is het terras overvol. Af en toe zit hier een zoon van koningin Beatrix, die met goedkeuring van zijn moeder in Brussel gaat stappen.

Vanaf het terras is het slechts een paar minuten lopen naar de hoedenwinkel van Elvis Pompilio op de hoek van de Zuidstraat en de Lombardstraat. Ooit maakte hij zijn hoeden uitsluitend voor zichzelf, om op te vallen in het uitgaansleven van Antwerpen en Brussel. Al zijn creaties zijn handgemaakt en Pompilio beschikt over een grenzeloze fantasie. Zijn winkel lijkt op een kleedruimte van een groot theater, met pashokjes in pluche en gordijnen van bedrukte zijde. De collectie telt onder meer een gebreide muts in de vorm van een babytruitje waarvan de mouwtjes kunnen uitstaan of samengeknoopt worden, een jockeypet waarbij de klep zonder tussennaad aan het hoofdstuk zit, mutsen met hanenkammen en hoedjes waarvan de randen in alle mogelijke vormen kunnen worden gebogen en zelfs kunnen worden opgevouwen. Over de hoeden van koningin Beatrix laat Pompilio zich zeer diplomatiek uit. ,,Ze passen bij haar look.'' Zelf draagt Elvis altijd een cowboyhoed – ook in bed.

Brussel is, net als Rome, gebouwd op zeven heuvels en dat is geen zegen voor de voetganger. Brusselse trottoirs zitten bovendien vol scheuren, putjes en gaten. Misschien is dat ook wel een reden dat je, naar de grond kijkend, de interieurwinkel Noir d'Ivoire in de Gasthuisstraat gemakkelijk voorbijloopt. De etalage is klein en onopvallend. In de smalle ruimte hangen oude tegels aan de muur. Maar dit is geen tegelwinkel, dit is een paleis. Hier komt de surrealistische wereld van Magritte tot leven. Via de scheve houten trap zijn op drie verdiepingen talloze kamers ingericht met bedden van smeedijzer en mysterieuze lampen. Het lijkt een toneel waar de acteurs even pauze houden. De eigenaresse Agnes Emery komt van het platteland en is daar trots op. Ze probeert de landelijke, groene rust over te brengen in de prachtige vergane glorie van het herenhuis. Omdat veel mensen hier nietsvermoedend voorbijlopen, ben je heel even een sprookjesprins in de stille, stijlvolle ruimtes.

Een paar meter verder wacht weer zo'n verrassing. Onder het wanstaltige viaduct van de lelijke Keizerslaan vind je in het halfduister een bijzondere antiekzaak. In dit ruime pand verkoopt Philippe Lange prachtige meubels uit de twintigste eeuw. Dwars door de huidige meubelzaak liep dertig jaar geleden nog een doodlopende straat. Philippe heeft de oude stenen muur en de originele straatverlichting laten staan. Van de voormalige garage met de mooie stalen deuren heeft hij in zijn eigen historische straat een atelier gemaakt. Philippe komt uit Luik, een stoere stad. Hij houdt niet van de frivole snuisterijtjes op de Grote Zavel, het antiekparadijs van de Brusselse beau monde, dat honderd meter bergopwaarts ligt.

Tussen de antiquairs in de Lebeaustraat is Rosalie Pompon op nummer 65 een opvallende verschijning. In haar winkel verkoopt ze kleurig speelgoed, moderne sieraden en exotische decoraties. Rond de Grote Zavel glimt het zilver, glanzen de tafels en schitteren de antieke siervoorwerpen.

Maar de Grote Zavel is in meer dan één opzicht het domein van verfijnde smaak. Onder chocoladefanaten heerst een tweestrijd over het beste gebak van Brussel. Sommigen roemen pâtisserie Wittamer, anderen zweren bij Pierre Marcolini. Beide winkels liggen recht tegenover elkaar op het plein. Marcolini, ooit begonnen als taartenmaker bij Wittamer, won met zijn chocoladetaart in 1995 het wereldkampioenschap pâtisserie in Lyon en maakt fantastische kunstwerkjes, waarbij het dilemma ligt tussen kijken en opeten.

Wie voor robuuste eikenhouten tafels en kasten komt, kan beter afdalen naar de Hoogstraat of de Blaesstraat in de oude volkswijk van de Marollen. Antiek is hier een ruim begrip en de prijzen zijn aanzienlijk lager dan op de Grote Zavel. Baden Baden is een bijzondere winkel in de Hoogstraat 78-84. Oude badkuipen op pootjes, antieke wastafels en toiletpotten, talloze waterkranen waarvan zelfs een crucifix tot kraan is omgebouwd: geen enkel detail uit de antieke badkamer ontbreekt hier.

Voorbij de Grote Zavel begint de bovenstad met haar prachtige art-deco, fraaie parken en rustige woonwijken voor de rijken. Deze buurt heeft altijd met dédain neergekeken op het lager gelegen gedeelte, de benedenstad, het hart van Brussel. Zo is de jaarlijkse lifestyle-beurs voorgoed uit downtown Brussel verhuisd naar de bovenstad, opdat de nette bezoekers niet door vieze straten hoeven te lopen. Natuurlijk heeft de bovenstad ook winkels. De dure, maar karakterloze Louizalaan is gehuld in parfumgeuren van slenterende bontjassen op weg naar Versace, Armani, Gucci of Cardin. Wie nog niet moe is, moet een kijkje nemen in Matonge, de Afrikaanse wijk die bij de Naamse Poort begint en de hautaine bovenstad nog wat smoel geeft. Hier speelt het leven zich af op straat. Zaïrese cafés, winkels en restaurants maken van deze buurt iets bijzonders. Zelfs de kruidenier is hier speciaal, met zijn kruiden als ngaï-ngaï, Zaïrees bier en ingevroren plakken haai en krokodil. De grens tussen uptown en downtown is hier weggepoetst.