Bossen

Boeren zijn overal hetzelfde. Als je er op bezoek bent, gaat het altijd over rare beesten. ``Ik had van de week een dood kalf'', zegt Patrick Barrière. ``Ik dacht, daar komt een deltavlieger aan, het was een arend. Hij stond naast dat kalf, als een bouvier zo groot. Daarna kwamen de vossen en de lynxen; dat kalf was in drie dagen schoon.''

De eindeloze bossen, het stille leven hier in de Pyreneeën, het lijkt al eeuwen onveranderd. Niets is minder waar. In de tijd van Patricks vader was het hier nog vol mensen, en ieder stukje grond werd bebouwd. Het landschap was gemengd: bossen, maar ook veel grasland en akkertjes. Toen er laatst een bosbrandje was, kwamen overal onder de bomen de oude terrassen tevoorschijn, resten van generaties lang ploeteren.

De grote omslag begon rond 1940. Terwijl de rest van de Europese boeren mechaniseerde, kon men in deze bergen niet anders dan met hand- en ossenkracht blijven werken. Daarmee viel niet te concurreren. De boerenkinderen werden met een natte vinger de fabrieken in gelokt.

De genadeslag kwam toen de regering aanbood het land tegen aantrekkelijke voorwaarden over te nemen om er bossen van te maken. Binnen tien jaar was de helft van de boerderijen, de tuinen en de boomgaarden verdwenen. Nu wordt, aangejaagd door zakkenvol Europees geld, een eenvormige laag `nieuwe natuur' over het land gelegd. Oude eiken en kastanjes worden ongenadig omgehaald. Er worden boomsoorten geplant die hier nog nooit gestaan hebben, snelle en efficiënte groeiers. Ook dat is nieuw in de boerenfamilie van Patrick: eenzaamheid.