Armenfonds in het verschiet

De kloof tussen arm en rijk in Nederland wordt rap wijder. En dieper. Vooral huurders en mensen zonder aandelen missen de boot. Zij hebben geen eigen huis en effectenportefeuille die snel in waarde stijgen. Anders dan een deel van het goedverdienende salariaat en de bedrijfstop profiteren uitkeringsontvangers en veruit de meeste laagbetaalde werknemers evenmin van winstdelings- en optieregelingen. De uitkomst laat zich raden. Vaststaat dat de statistiek van inkomens en vermogens de groeiende ongelijkheid ernstig onderschat. Onbelast genoten vermogenswinsten worden namelijk niet als inkomen meegeteld, omdat het CBS zich bij het opstellen van de inkomens- en vermogensstatistieken hoofdzakelijk op gegevens van de belastingdienst baseert.

Morgen beraadslaagt het kabinet over een wetsontwerp dat de groeiende kloof tussen arm en rijk in Nederland ogenschijnlijk voor een stukje overbrugt. Minister Borst van Volksgezondheid vraagt haar collega's in de ministerraad akkoord te gaan met een voorstel om alle zelfstandigen (boeren, winkeliers, beoefenaren van een vrij beroep) die minder dan 41.200 gulden per jaar verdienen te verplichten zich bij een ziekenfonds te verzekeren. Zelfstandigen zijn nu nog aangewezen op een particuliere verzekering tegen ziektekosten. Hun premie is een vast bedrag dat vooral afhangt van gezinsomvang, de kans op ziektekosten (leeftijd) en het eigen risico.

Door de verplichte overgang naar het ziekenfonds krijgen zelfstandigen straks met een heel andere premiestelling te maken. De ziekenfondspremie wordt namelijk grotendeels berekend als een percentage van het inkomen, ongeacht leeftijd en gezinsgrootte. Echtgenote en kinderen zijn vrijwel gratis meeverzekerd. Voor kleine zelfstandigen met een groot gezin leidt het wetsvoorstel dus tot een aanzienlijke koopkrachtverbetering. Jonge, alleenstaande zelfstandigen met een jaarinkomen van veertig mille zijn daarentegen op dit moment als particulier verzekerde in de regel veel goedkoper uit. Zij zien door het wetsvoorstel hun vrij besteedbaar inkomen dalen. Hoeveel koopkracht zij precies verliezen hangt af van de particuliere premie die zij nu betalen.

Zelfstandigen voor wie het voordelig is tot het ziekenfonds toe te treden hebben hun lotsverbetering voor een deel in eigen hand. Door extra aftrekposten voor de fiscus te kweken kunnen zij proberen hun fiscale inkomen tot beneden de 41.200 gulden te drukken. Vervolgens kunnen zij bij het ziekenfonds aankloppen en een flink premievoordeel opstrijken. Koopt een winkelier uit de middenklasse bij voorbeeld een groot huis, dan zakt zijn belastbaar inkomen dankzij de renteaftrek tot beneden de ziekenfondsgrens voor zelfstandigen. Hij woont voortaan mooier en weet in één moeite door zijn ziektekosten flink te drukken.

De ziektekostenverzekeraars dreigen als gevolg van het wetsvoorstel enkele honderdduizenden zelfstandigen als klanten te verliezen. Dat is de PvdA welkom. De sociaal-democraten zijn verklaarde voorstanders van inkomensafhankelijke premies, zoals het ziekenfonds die kent. Bij regeringspartner VVD is dit echter tegen het zere been. De liberalen zouden het bereik van de ziekenfondsverzekering het liefst beperken tot de mensen met de allerlaagste inkomens. Om de machtige lobbygroep van de particuliere verzekeraars te vriend te houden en de tamelijk broze verhoudingen in de coalitie niet te veel op de proef te stellen, verandert het wetsvoorstel ook de manier waarop de `loongrens' wordt vastgesteld. Werknemers met een jaarloon beneden de loongrens (64.300 gulden) zijn al verplicht in het ziekenfonds verzekerd. Elk jaar wordt de loongrens verhoogd in lijn met de gemiddelde stijging van de CAO-lonen. Zo blijft een nagenoeg constant deel van de werknemers in het ziekenfonds.

Stemt het kabinet morgen in met de voorstellen van minister Borst, dan gaat de loongrens tijdelijk minder snel omhoog. De grens zou volgend jaar zelfs vrijwel gelijk blijven aan die van dit jaar. Het gevolg is dat in 2000 honderdduizend werknemers extra met hun jaarloon boven de loongrens uitkomen. Met inbegrip van hun gezinsleden betreft het 180.000 mensen, die zich straks particulier moeten verzekeren. De particuliere verzekeraars verliezen dus aan de ene kant zelfstandigen met een laag winstinkomen als klant. Anderzijds zien zij door de bevriezing van de loongrens hun verzekerdenbestand verrijkt worden met een stroom draagkrachtige werknemers. Over een wat langere periode bezien trekken de particuliere verzekeraars duidelijk aan het langste eind, tenzij al in het begin van de volgende eeuw de huidige jaarlijkse aanpassing van de loongrens in ere wordt hersteld.

Alleen in het laatste geval blijven de marktaandelen van particuliere verzekeraars en de ziekenfondsen ongeveer gelijk. Maar de samenstelling van het verzekerdenbestand verandert. De particuliere verzekeraars krijgen er per saldo enkele honderdduizenden draagkrachtige klanten uit de middengroep bij. In ruil daarvoor zien de ziekenfondsen hun verzekerdenbestand met enkele honderdduizenden minder draagkrachtige zelfstandigen toenemen. Dit maakt het draagvlak voor de ziekenfondspremie – dat is het gezamelijke inkomen van de verzekerden – smaller. Gegeven de uitgaven van de fondsen moeten de premies de komende jaren dan extra omhoog. Het wetsontwerp vormt het ziekenfonds om tot armenfonds, waarbij de lager betaalden hogere premies voor elkaar moeten opbrengen.

Voormalig VVD-aanvoerder Bolkestein toonde zich in de aanloop naar de laatste Kamerverkiezingen een groot voorstander van een dergelijke verpaupering van het ziekenfonds. Die standpuntbepaling leidde destijds tot een harde aanvaring met de PvdA. Nu het stof is gaan liggen, blijkt welke groepering de buit heeft binnengehaald.