Wildspugen

Over wildplassen is voorlopig wel genoeg gezegd, we kunnen het beter eens hebben over een variant die drastisch oprukt: het wildspugen.

Spugen in het openbaar was vroeger een zeldzaamheid. Je zag wel eens een klodder op de stoep liggen, maar de afzender bleef anoniem. Hij had het op een onbewaakt moment gedaan toen er niemand in de buurt was. De nieuwe generatie wildspugers heeft minder last van dergelijke scrupules. Vooral de stad is voor hen één grote kwispedoor waarin iedereen naar hartelust zijn slijm kan deponeren.

Hoe gaat de wildspuger te werk?

Hij bevindt zich één meter voor mij, terwijl hij met zijn kindje van vier – goed voorbeeld doet goed volgen – het postkantoor binnenstapt. Op de drempel draait hij zich half om en ontlast zich van een sappige fluim, die vlak voor mijn schoenen landt. Het is vakwerk. Hier onderscheidt zich de professionele wildspuger, voor wie het spugen een dartspel met de mond is geworden. Bij de beginnende wildspuger loopt de omstander een veel groter risico dat schoenen of broekspijpen besmeurd worden.

Als officieus waarnemer aan het spuugfront heb ik de wildspuger met een feilloos oor leren determineren. Ik loop bijvoorbeeld in een tamelijk stille stadsstraat als ik aan de overkant iemand hoor hoesten. De wildspuger lijdt vaak aan chronische bronchitis, dus hij moet veel hoesten. Ik hoor hoe hij zijn keelspieren aanspant voor de eerste schrapingen. Als dit gepaard gaat met het knorrend ophalen via de neus, weet ik genoeg: een spuger is in aantocht. Het wachten is nu op de eerste rochelgeluiden – als het goed is een soort bedwongen kokhalzen – bij het losbeitelen van het taaie slijm uit de keel.

We moeten niet denken dat de wildspuger trots is op zijn product. Het gebeurt zelden dat hij stil blijft staan om het afgestoten lichaamsvocht nader te inspecteren. Hij laat dat liever aan argeloze voorbijgangers over. Het kenmerk van wildspugers is juist dat ze zich onmiddellijk verwijderen van de plek die ze besproeid hebben. Alsof ze tòch een beetje vies zijn van zichzelf. Je zult dan ook nooit een wildspuger in een dicht opeengepakte menigte aantreffen: de aanblik van zijn eigen fluim zou hij niet lang kunnen verdragen.

Bestaat er een signalement van de wildspuger? Nee. Hij draagt misschien wat vaker gymschoenen dan brogues en hij is eerder twintig dan vijftig, maar daarmee is alles gezegd. Het is meestal een man – maar dat spreekt vanzelf. Ik ontken dat het vooral om de allochtone man zou gaan. Misschien heeft hij destijds het voortouw genomen, maar dat zou nader onderzocht moeten worden (liefst niet met bronnenonderzoek).

Eerder geloof ik in de voorbeeldwerking van de profvoetballer. Hij is de held van deze tijd en wat zien we hem vooral doen? Spugen. Na elke actie, geslaagd of niet. Daarom nog deze tip: eet als tv-kijker uw gebakje vóór aanvang van de wedstrijd.