Uitvoering varkenswet moet stoppen

Het ministerie van Landbouw moet een dwangsom van een miljoen gulden per dag betalen als het doorgaat met de uitvoering van de Wet Herstructurering Varkenshouderij(WHV). Dit heeft de president van de Haagse rechtbank gisteren in een kort geding bepaald.

Volgens de rechtbank houdt Landbouw zich niet aan de uitspraak van 23 februari waarin de rechter de WHV gedeeltelijk buiten werking plaatste. Het kort geding was aangespannen door varkenshoudersbond NVV, die wil dat de wet van tafel gaat. De bond heeft meerdere juridische procedures tegen de Staat lopen om dat voor elkaar te krijgen.

Tevens moet Apotheker binnen drie dagen een oproep aan varkenshouders in het blad van de NVV, De Trog, rectificeren op last van een dwangsom van 500.000 gulden per dag. In het blad vroeg de minister de varkenshouders of zij nog mee wilden werken aan de uitvoering van de wet. Eventuele reacties op die oproep mogen niet gebruikt worden.

Op 23 februari oordeelde de rechter dat de omstreden varkenswet gedeeltelijk buiten werking gesteld moest worden totdat een juridische bodemprocedure over de wet, die ook door de NVV is aangespannen, is afgewikkeld. De WHV behelst een inkrimping van de varkensstapel in twee etappes teneinde een fosfaatreductie uit varkensmest van 14 miljoen kilo te bewerkstelligen. Boeren krijgen geen vergoeding voor de hen afgenomen varkensrechten.

Het feit dat de staat een dwangsom opgelegd krijgt, is opmerkelijk. Normaal gesproken houdt de staat zich aan een vonnis van een rechter. Omdat het ministerie dat deze keer in de ogen van rechtbank-presidente E. Dil-Stork niet had gedaan, legde zij Landbouw alsnog een dwangsom op.

Volgens advocate S. Evers van de NVV zou de in voorbereiding zijnde noodwet van de minister ook onder het verbod op verdere uitvoering van de wet kunnen vallen. Apotheker wilde de noodwet gebruiken om het ontstane gat in de wet te dichten.

Inmiddels heeft de minister ook een alternatief voor de wet in het kabinet besproken. Verwacht wordt dat dit alternatief, waarin de verplichte korting zonder schadevergoeding verdwenen is, begin juni wordt ingevoerd. Dan ligt er op verzoek van het ministerie een uitspraak over de al dan niet terechte buitenwerkingstelling van de wet.

Het CDA wil Apotheker nog tijdens het reces horen over de nieuwe nederlaag. ,,De minister moet op korte termijn met de sector praten. Nu pokert hij met geld van anderen, terwijl hij de sector in het ingewisse laat'', aldus Tweede–Kamerlid Atsma (CDA).

Een woordvoerder van Landbouw zegt in een eerste reactie dat Apotheker de uitspraak ,,zal bestuderen''. Over de dwangsom wilde de woordvoerder niets zeggen: ,,Het ministerie zal de uitspraak van de rechter uitvoeren.''