Timorese milities bedreigen akkoord

Indonesië en Portugal tekenen vandaag in New York een akkoord over Oost-Timor. Kernstuk is een referendum over de toekomst van het verscheurde eilanddeel. Timorese krijgsheren in zakformaat hebben het akkoord al afgewezen.

Ze hebben namen als `Doorn' (Aitarak) of `Wit en Rood Metaal' (Besi Merah Putih). De pro-Indonesische milities, die nu al maanden de omstreden provincie Oost-Timor terroriseren, proberen op alle mogelijke manieren burgers te intimideren en paniek te zaaien. Tientallen voorstanders van onafhankelijkheid hebben zij inmiddels om het leven gebracht. In half-tribale ceremoniën drinken zij een mengsel van alcohol, kippen- en mensenbloed om aan te geven dat zij tot de dood zullen vechten voor hun doel. En dat is ervoor zorgen dat de Portugese ex-kolonie, die in 1976 door Indonesië werd geannexeerd, onder geen voorwaarde onafhankelijk wordt.

Want dat vooruitzicht heeft de Indonesische president Habibie geopend door de bevolking van het eilanddeel dit voorjaar de mogelijkheid te bieden zich uit te spreken of zij bij Indonesië willen blijven of niet. Vorige week maakte de president bekend dat de Oost-Timorezen op 8 augustus in een referendum antwoord mogen geven op die vraag. Vandaag ondertekenen Indonesië en Portugal, formeel nog altijd de soevereine mogendheid in Oost-Timor, in New York onder auspiciën van de Verenigde Naties een akkoord over de wijze waarop deze volksraadpleging zal plaatshebben.

Leiders van de verschillende milities hebben het akkoord vorige week al naar de prullenbak verwezen. Vooral de afzonderlijke afspraak, die vandaag wordt vastgelegd, om VN-politiemensen de omstreden provincie in te sturen om het referendum straks `veilig, open en eerlijk' te laten verlopen, wordt aangevochten door deze krijgsheren in zakformaat. Daarmee komt het welslagen van het akkoord ernstig in gevaar, want het is een publiek geheim dat de milities een schepping zijn van de Indonesische strijdkrachten.

De voorzitter van de Nationale commissie voor de rechten van de mens (Komnasham), Marzuki Darusman, zei een paar dagen geleden onomwonden dat de afwijzing door de pro-Indonesische milities van VN-aanwezigheid in hun provincie er op duidt dat de Indonesische strijdkrachten zich tegen de onafhankelijkheid van Oost-Timor verzetten. ,,Als Oost-Timor zou worden losgelaten, zou dat het leger ernstig in diskrediet brengen,'' aldus Darusman, tevens een van de voorzitters van regeringspartij Golkar. Darusman gaf toe dat het praktisch onmogelijk is te bewijzen dat het leger direct betrokken is bij het geweld tegen de onafhankelijkheidsbeweging in Oost-Timor, maar hij noemde het tegelijkertijd `onzinnig' die betrokkenheid te ontkennen. Vooral het feit dat het leger niet optreedt tegen de milities geldt als indirect bewijs voor de rol van de strijdkrachten achter de schermen. ,,Natuurlijk zou het leger de milities kunnen tegenhouden,'' zei Darusman dit weekeinde tegen de South China Morning Post. ,,Dus als de milities tegen de VN-aanwezigheid zijn, is het Indonesische leger tegen de VN.''

De oprichters en leiders van de meeste, nogal rafelige, pro-Indonesische gevechtseenheden zijn in de meeste gevallen districtbestuurders in Oost-Timor. Zo staat de naar schatting 800 man sterke militie Halilintar in het, westelijk van de provinciehoofdstad Dili gelegen, district Bobonaro onder leiding van de bupati (regent) João da Silva Tavares. Volgens het weekblad Tempo werd Halilintar al in 1975 opgericht, maar in de jaren tachtig ontbonden. Tavares blies de organisatie in 1995 nieuw leven in om te strijden voor blijvende integratie in Indonesië. `Rood en Wit Metaal', met tweeduizend leden de grootste militie, staat onder leiding van het districtshoofd van Liquica, dat ten oosten van Dili ligt, Leoneto Martens. Commandant van deze eenheid is Manuel Sousa, een gewezen lid van het districtsbestuur.

Van de leider van de in Dili gevestigde militie `Doorn' (Aitarak), Eurico Guterres, wordt gezegd dat hij een agent is van de locale inlichtingendienst SGI, maar hij zou ook de steun genieten van de gouverneur van Oost-Timor, Abilio Osorio Soares. Bovendien zou hij over uitstekende contacten beschikken met ex-generaal Prabowo Subianto, een schoonzoon van oud-president Soeharto, die voorheen de leiding had over het gevreesde keurkorps Kopassus. De terreur van met name Guterres' groep is niet alleen gericht tegen leden van het verzetsleger Falentil, dat strijdt voor onafhankelijkheid, maar ook tegen burgers, kennelijk om hen te dwingen straks tegen onafhankelijkheid te stemmen.

De bevolking van Oost-Timor is tot op familieniveau verdeeld in voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid. Het bekendste voorbeeld is de vooraanstaande familie Carascalao: Mario Carascalao was tien jaar gouverneur van Oost-Timor en daarna vele jaren ambassadeur. Maar zijn broer Emanuel zette zich in voor onafhankelijkheid. De terreur op Oost-Timor heeft deze gespleten familie echter bijeengebracht in de afwijzing van blijvend Indonesisch bestuur. Enige weken geleden viel de Doorn-militie van Guterres de woning van Emanuel Carascalao aan en bij die aanval werd onder anderen diens zoon gedood. Dit voorval deed Mario Carrascalao, tot op dat moment persoonlijk adviseur van de president, volgens het weekblad Gatra definitief van koers veranderen. Toen hij ook nog doodsbedreigingen ontving van milities die hem van lafheid beschuldigden vanwege zijn soms genuanceerde mening over de kwestie Oost-Timor, vluchtte hij vorige week naar Macao. Ook zijn broer Emanuel is inmiddels naar het buitenland gevlucht.

Tegen Gatra zei Mario Carascalao afgelopen vrijdag dat hij zijn geweten wilde ontlasten: ,,Ik kan er niet meer tegen een werkloze toeschouwer te zijn bij de misdaad die wordt gepleegd in Oost-Timor. Ik wil de waarheid vertellen. De wereld moet weten welk onheil daar wordt aangericht.''