Strijd om NIB laait op na hoger bod

De strijd om de NIB is vanmorgen een nieuwe fase ingegaan. De pensioenfondsen ABP en PGGM verhoogden vanmorgen hun bod op de NIB van 29,95 euro tot 31,77 euro per aandeel. ING maakte bekend omgerekend 34,03 euro te wensen voor zijn NIB-aandelen.

Daarmee zit er een gat van 7,1 procent tussen wat ABP en PGGM vanmorgen omschreven als een ,,uiterste''bod en wat ING wil. De bankverzekeraar voegde toe dat zij omgerekend 36,30 euro eigenlijk ziet als een ,,marktconform`` bod, maar zit daar met het aanbod van vanmorgen 2,27 euro onder. ING, dat ruim 20 procent van de aandelen NIB bezit, zegt van twee andere grootaandeelhouders Fortis (ruim 5 procent) en ASR (7,1 procent) te hebben begrepen dat zij ING's opvatting delen.

ABP en PGGM spraken vanmorgen juist van een ,,uiterste poging om een voor alle partijen bevredigende oplossing te bereiken''. Aandeelhouders NIB hebben tot maandagmiddag 10 mei de tijd om hun stukken aan te bieden. Het bod van de twee pensioenfondsen op de Nationale Investeringsbank liep vorige week stuk op de weigering van ING, Fortis en ASR op het bod in te gaan.

Afgelopen donderdag, de termijn waarop het bod sloot, hadden ABP en PGGM slechts 65,8 procent van de aandelen NIB aangeboden gekregen, terwijl zij naar minstens 75 procent streefden.

Sindsdien is gebleken dat zowel ING als Fortis geen juridisch stemrecht kunnen ontlenen aan hun aandeelhouderschap in de NIB. Een bank die een groter belang heeft dan 5 procent in een andere bank, blijkt toestemming van de toezichthouders en uiteindelijk het ministerie van Financiën nodig te hebben om het bijbehorende stemrecht te mogen uitoefenen. Zowel ING als Fortis hebben die toestemming niet. ING zegt te vrezen dat winstgevende activiteiten straks uit de NIB worden gelicht, zodat ING als belegger in NIB schade lijdt. Een aanvraag voor stemrecht door ING is door Financiën echter afgewezen, waarna ING een bodemprocedure is gestart. Een aanvraag voor stemrecht door Fortis, via de Verzekeringskamer, is nog in behandeling. Het rijk is overigens, naast regelgever op dit punt, zelf grootaandeelhouder van de NIB en was al akkoord met ABP en PGGM.

Een woordvoerder van het ABP zei vanmorgen dat het bod verhoogd is omdat 65,8 procent van de aandelen een te zwakke basis is om met de plannen van de twee fondsen met de NIB door te kunnen gaan. Bovendien zijn de koersen van andere financiële instellingen sinds het uitbrengen van het bod gestegen. Ook zei hij dat, bij een eventuele overname van de NIB, het vooruitzicht van blijvende conflicten met overige grootaandeelhouders niet aantrekkelijk is, en de reputatie van de NIB op de financiële markten kan schaden. Daarnaast hechten de twee pensioenfondsen ,,veel waarde aan goede verhoudingen'' in de Nederlandse financiële sector.

ING liet vanmorgen weten de ,,strategische waarde van de voorgenomen overname van de NIB ten volle te ondersteunen'' en dat zij die overname dan ook ,,geenszins wil blokkeren''.