Opleiding leraren ook zonder VWO

Minister Hermans (Onderwijs) ziet niets in het voorstel om alleen studenten met een VWO-diploma tot de lerarenopleidingen toe te laten. De kwaliteit van de lerarenopleidingen in het hoger beroepsonderwijs voldoet prima, zo schrijft de minister in een brief aan de Tweede Kamer.

Hermans wijst hiermee het vorige maand geopperde plan af van een adviesgroep onder leiding van de Maastrichtse onderwijskundige prof. W. Wijnen. Nu kunnen ook scholieren met een Havo-diploma terecht op een tweedegraads lerarenopleiding die de hogescholen verzorgen. Studenten met een VWO-diploma die een opleiding genoten aan de universiteit komen in aanmerking voor een eerstegraads bevoegdheid.

Volgens de commissie Wijnen zou een selectievere lerarenopleiding hét middel zijn om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken. Middelbare scholen en basisscholen kampen met lerarentekorten die de komende jaren nog zullen toenemen. Zo verwacht de Algemene Onderwijsbond over drie jaar een tekort van 27.000 onderwijzers op de basisschool en van 17.000 vakleraren op de middelbare school.

Hermans schrijft dat de bepleite `academische' vaardigheden, zoals logisch redeneren, ontdekken van samenhang en reflecteren op het onderwijs, zijn opgenomen in het curriculum van de hogescholen.

Hoewel visitatiecommissies vaststelden dat deze eisen niet overal voldoende voor het voetlicht kwamen, constateert Hermans dat de hogescholen sindsdien ,,hard hebben gewerkt aan verbetering van de kwaliteit en praktijkgerichtheid van de opleidingen.'' Ook wijst hij erop dat recent onderzoek onder leraren die zijn geschoold op hogeschool en universiteit, nooit heeft aangetoond dat er een ,,wezenlijk verschil bestaat tussen beide.''

Anders dan de commissie bepleit probeert Hermans samenwerking tussen lerarenopleidingen op hogescholen en universiteiten juist te stimuleren. De Katholieke Universiteit Nijmegen en de Hogeschool van Arnhem hebben hun eerstegraads en tweedegraads lerarenopleidingen al samengebracht. Daarnaast hecht de bewindsman aan een gevarieerd docentenkorps. Dat betekent dat er zowel leraren met een HBO-achtergrond blijven bestaan als leraren die een universitaire opleiding hebben genoten.

Een beter antwoord op het imagoprobleem is volgens de minister `loondifferentiatie'. Daarbij krijgen leraren die willen lesgeven op scholen waar het tekort aan docent het meest nijpend is, een extra toeslag. Het Centraal Planbureau onderzoekt nu het effect van deze extra beloning.