Mannen, vrouwen, koeien en tranen van geluk

Kijken naar Daar in dat land is een oefening in hard geluidloos huilen. Er valt ook wel wat te lachen, maar tegen het einde, dat gelukkig is, hebben de tranen het gewonnen. Ze stoppen ook niet bij dat gelukkige einde, ze stromen door, juist omdat dit in deze film geluk is. Twee mannen snijden samen uit hout een vogel. De een is een boer die door zijn vrouw en schoonmoeder in elkaar wordt geslagen, de ander is een ex-gevangene die zijn vrouw, zijn schoonmoeder en de moeder van die schoonmoeder minacht. Samen moeten deze twee mannen, sul Nikolaj en bruut Konstantin, de koeien hoeden in een Russisch dorp aan het einde van de wereld. Vee speelt een belangrijke rol in hun leven en in hun denken over dat leven. Buitenstaander Konstantin kan het niet schelen of de beesten op tijd gemolken worden. Zijn vrouw, een mollig melkmeisje dat bijna een oude vrijster was geworden, probeert hem op andere gedachten te brengen. Ze trekt haar jurk over haar hoofd, onthult een paar ferme borsten en zegt: Als in de kou een kalfje geboren wordt, gaan de koeien erom heen staan om het met hun adem warm te houden. Jullie zijn zelf koeien, antwoordt Konstantin.

In de winter staan de koeien op stal en is Nikolaj blij dat hij bij ze mag slapen, in de zomer grazen ze in een explosie van licht en kleur aan de oever van een rivier. De koeien deden aan Nescio denken, aan zijn woorden `Onvergankelijke wereld. Halleluja.' Bobrova's film maakt die woorden waar en niet waar, net zoals Life is beautiful wel en niet bij Roberto Benigni's film met die naam past. Door Daar in dat land moest ik ook denken aan een foto uit Kosovo van koeien in een weiland die gestorven waren omdat ze niet gemolken werden. Ze lagen op hun zij, alsof ze lukraak waren neergesmeten. Zelfs een leek kon zien hoe gezwollen hun uiers waren.

Daar in dat land is de tweede film van Bobrova. In 1991 maakte zij Vaarwel, ganzen (Oj, vy goesi) een film die eveneens over de armoede op het Russische platteland ging en eveneens een oefening in hard geluidloos huilen was. Anders dan Vaarwel, ganzen, heeft Daar in dat land het karakter van een klucht, waarin de vrouwen de mannen sullen vinden maar toch niet zonder hen kunnen en hun eigen sul verdedigen tegen de sullen van anderen. Het dorpshoofd voert ondertussen een vergeefse strijd tegen het alcoholmisbruik in het dorp. Ook de vrouwen vechten daartegen. Een oma bewaakt bijvoorbeeld met al haar vlees de deur van het hok waarin het varkensvet bewaard wordt. Want een reep vet kun je op het station ruilen tegen wodka. Maar als een van de vrouwen jarig is, kan ook zij niet zonder alcohol. Zelfs de vrouw van een van de ergste alcoholisten neemt dan een glaasje zelfgestookte mannendoder. Ze luistert naar het zingen van haar Zajka en tegen beter weten in verschijnt er een lach op haar gezicht. Even later is Zajka overleden.

Bobrova liet de vrouwenrollen in haar film door actrices spelen. De acteurs verving ze, op de speler van het dorpshoofd na, halverwege de opnames door inwoners van het dorp waar ze filmde, een dorp zoals het dorp waarin ze zelf geboren werd. Bobrova toont de wanhoop en de levenslust van de gespeelde en echte dorpelingen. Ik moest om beide huilen, tranen die vast een beetje gratuit waren, valse tranen, tranen waar je niets voor koopt. Bobrova maakte een met recht sentimentele film die je machteloos achterlaat.

Daar in dat land (V toj stranje). Regie: Lidia Bobrova. Met: Dmitri Klopov, Vladimir Bortsjaninov, Tatjana Zacharova, Anna Ovsjannikova, Svetlana Gajtan. In: Rialto, Amsterdam; Haags Filmhuis; 't Hoogt, Utrecht.