Joosten: ironisch drama in `Schoppenvrouw'

De twee zelfmoorden, waarin Tsjaikovski's opera Pique Dame (Schoppenvrouw) eindigt, waren zorgvuldig met een fileermesje verwijderd, toen de Nederlandse Opera het werk in december in het Amsterdamse Muziektheater bracht. Zonder de zelfgekozen dood van Lisa en Hermann was de opera ontdaan van veel van het noodlottig drama en de overdadig wringende pathetiek, waarvan Tsjaikovski's broer Modeste het libretto had voorzien.

Een kwartiertje korter was de thriller-opera weer terug bij het origineel van Poesjkin. Droog en laconiek vertelde hij het verhaal over Hermann die liefde voor Lisa veinst, maar in werkelijkheid uit is op het lucratieve kaartgeheim van haar grootmoeder, de gravin, de `Schoppenvrouw'. Verdwenen was Lisa's sprong in de rivier, omdat ze beseft te hebben gehouden van een misdadiger. Verdwenen was Hermanns op zichzelf gerichte pistoolschot, als hij het kaartspel verliest van Lisa's verloofde Jeletski. Het is bij Tsjaikovski de wraak van de oude gravin, die stierf toen Hermann haar met dat pistool bedreigde.

Bovendien situeerde in Amsterdam de Russische regisseur Lev Dodin Pique Dame in het krankzinnigengesticht, waarin Hermann bij Poesjkin terechtkomt. Daar beleefde Hermann zijn obsessie voor het kaartspel opnieuw in een flashback. Zo was de opera verder ontdaan van drama: de lotsbestemming van Hermann stond vanaf de eerste seconde vast.

Guy Joosten, die de opera nu regisseert bij de Vlaamse Opera, laat het werk van de gebroeders Tsjaikovski geheel in stand in een voorstelling die met fraaie decors en een uitvoerige kostumering goeddeels zeer conventioneel oogt. Maar Joosten becommentarieert het werk wel op subtiele wijze in de karakterisering van de personages.

Lisa pleegt niet actief zelfmoord, maar wordt opgeslokt door twee muren van water, die naar elkaar toe scharen met onafwendbare noodlotskracht. De hele voorstelling heeft zij geen duidelijke eigen wil, geen persoonlijkheid. Ze heeft nergens houvast, ze zwalkt wezenloos heen en weer tussen haar strenge grootmoeder, haar keurige verloofde Jeletski, haar fascinatie voor de losbol Hermann en de resten van haar schuldbesef.

Hermann schiet zich na zijn laatste verlies aan de kaarttafel door zijn ijskoude hart. Het doet de omstanders in de speelzaal niets. Alsof dat lijk daar niet op de grond ligt, herneemt in de slotscène het normale leven zijn gang. Van Hermann zien wij nog wel het stoffelijk overschot, voor de Russen op het podium is hij lucht. Dat typeert de voor geen rede en normale menselijke contacten vatbare outcast, die de krankzinnige kaartobsessie van hem had gemaakt.

Zo zijn in Joostens enscenering Lisa en Hermann beiden al vanaf het begin los van de wereld, een soort `blanke' willoze personages, niet eens slachtoffers van elkaar of van de omstandigheden, maar alleen van hun getroubleerde geest. Dat ongrijpbare karakter maakt hen er niet interessanter op in de voorstelling, die met zijn vele en te langdurige scènewisselingen veel trager en ouderwetser aandoet dan wat Dodin in Amsterdam bereikte.

Joosten zet de pathetiek extra aan, maar ironiseert die tegelijkertijd ook weer flink met allerlei spitse details, die vaak meer aandacht vragen dan de handeling zelf. Prachtig is bijvoorbeeld de eerste scène in het park. De heren hangen er rond in Oblomoviaanse lethargie. Een bloesemend boompje uit De kersentuin lijkt een verwijzing naar het treurige eeuwig-Russische. Tsjekalinski (Guy de Mey) accentueert een Carmen-citaat in de muziek door met een witte zakdoek een torreador te spelen.

Lisa en Hermann glippen tussen alles door, ze maken zich af en toe wel vreselijk druk over hun toestand, maar ze lenen zich niet voor identificatie, ze roepen geen publiek medelijden op. Of ligt dat aan de vaak onvoldoende vocale prestaties van Anne Williams-King en John Horton Murray? Echte lyriek en passie klinken alleen in ruime mate uit de orkestbak. Rita Gorr, de legendarische `Grande Dame' van de Belgische opera, oogstte gisteravond bij de première met haar respect afdwingende rol van de gravin verreweg de meeste publieke bijval.

Voorstelling: Pikovaja Dama (Schoppenvrouw) van P.I. Tsjaikovski door de Vlaamse Opera o.l.v. Ivan Törsz. Decor: Johannes Leiacker; kostuums: Jorge Jara; regie: Guy Joosten. Gezien: 4/5 Opera Gent. Herhalingen aldaar t/m 14/5; Kon. Vlaamse Opera Antwerpen: 21/5 t/m 6/5.