Europarlement tegen salarisplan

Het Europees Parlement heeft vanmiddag een voorstel voor nieuwe regeling van salarissen en onkostenvergoedingen afgewezen. De Europarlementariërs weigerden wijzigingen te aanvaarden die de ministers van Buitenlandse Zaken van de vijftien lidstaten van de Europese Unie hadden aangebracht in een plan van het parlement zelf.

De Europarlementariërs moeten nu waarschijnlijk de campagne voor de Europese verkiezingen van juni voeren zonder dat er zicht is op een snelle wijziging van het salaris- en onkostensysteem. De inkomens van de Europarlementariërs zijn bekritiseerd in Noord-Europese landen, waaronder Nederland.

De liberale en groene fracties in het parlement hebben vanmorgen nog met een amendement geprobeerd om de zaak te redden. In dat amendement werd de Raad van Ministers gevraagd om een overgangsregeling te aanvaarden, waardoor Duitse, Oostenrijkse en Italiaanse parlementariërs die in juni worden herverkozen er geen duizenden guldens netto per maand op achteruit gaan. Maar een meerderheid van het parlement volgde een procedure waarbij een voorstel van de Duitse socialist Rotley werd aanvaard. Dat voorstel voorzag in afwijzing van het plan van de Raad van Ministers. Ook het Nederlandse CDA steunde vanmiddag Rothley.

De discussie over de salarissen en onkostenvergoedingen zullen waarschijnlijk komend najaar opnieuw beginnen tussen de EU-lidstaten en het nieuw gekozen parlement. Maar de voorzitter van de socialistische fractie, Pauline Green, zei te hopen dat voor de verkiezingen van juni alsnog een compromis bereikt kan worden met de lidstaten. Deze week was de laatste plenaire vergadering van het parlement voor de verkiezingen. Diplomaten van EU-lidstaten, die geërgerd reageerden op de houding van het parlement, zeiden niet te zien hoe het mogelijk zou zijn om voor de verkiezingen verder te onderhandelen met dezelfde parlementariërs die de zaak nu hebben laten vastlopen.

Staatssecretaris Benschop (Europese Zaken) heeft al aangekondigd voor Nederlandse Europarlementariërs direct een eigen salaris- en onkostensysteem te willen invoeren.

Het in het ontwerp-statuut vastgelegde inkomen, dat het gemiddelde is van wat de 626 Europarlementariërs uit de vijftien lidstaten van de EU verdienen, zou met een overgangsregeling na juni alleen voor nieuwe Europarlementariërs gelden. Pas na de volgende Europese verkiezingen van 2004 zou het inkomen voor iedereen gelden.

De overgangsregeling stond in het voorstel voor een statuut dat het parlement aan de EU-lidstaten heeft voorgelegd. De Raad van Ministers heeft de overgangsregeling geschrapt en enkele andere punten gewijzigd, maar de overgangsregeling was het ingrijpendst. Daarom is de afgelopen dagen tegen het plan zo'n weerstand onder de Europarlementariërs gerezen, dat het hele statuut afgewezen dreigde te worden.

Europarlementariër Kees Wiebenga (VVD) zei vanmorgen dat het niet in overeenstemming met normale gebruiken is om iemands inkomen midden in zijn arbeidsperiode met duizenden guldens per maand te verlagen.

De juridische commissie van het Europees Parlement, die advies moest uitbrengen over het voorstel van de Raad van ministers, verwierp dit tot twee keer toe, onder anderen wegens het ontbreken van de overgangsregeling. De commissie vond het ook principieel onaanvaardbaar dat enkele landen – Denemarken, Zweden, Finland en Groot-Brittannië – het netto-inkomen van Europarlementariërs omlaag mogen brengen door middel van nationale belastingen. Hiermede zou het principe van gelijkheid van alle Europarlementariërs zijn doorbroken.

De Duitse socialist Rothley, die het advies voorbereidde, noemde het plan een ,,dictaat'' van de EU-raad, en ,,een vernedering voor het parlement''.