Dubbelrol overheid bij NIB-strijd

Wie wist wat wanneer over een nieuwe wending in het miljardenbod op de NIB? De zwartepiet wordt lustig rondgespeeld.

Heeft minister Zalm van Financiën koersgevoelige informatie onder de pet gehouden?

Het ministerie blijkt intensiever betrokken te zijn bij het bod van ruim 4 miljard gulden van de pensioenfondsen ABP (overheid en onderwijs) en PGGM (zorg en welzijn) op de Nationale Investeringsbank (NIB) dan tot nu toe bekend was. De overheid is grootaandeelhouder (ruim 50 procent) van de NIB, is al akkoord gegaan met het bod en blijkt nu ook als regelgever in de financiële wereld een opponerende aandeelhouder dwars te zitten.

Het bod van de pensioenfondsen dreigde schipbreuk te lijden doordat drie grote aandeelhouders (ING, Fortis en ASR Verzekeringen) het bod te laag vonden. En het valt nog te bezien of de verhoging van het bod vanmorgen voldoende tegemoetkomt aan hun wensen. ING maakte bekend nog meer te willen krijgen dan het verhoogde bod van vanmorgen.

Samen hebben de opposanten meer dan 30 procent van de NIB-aandelen, terwijl de pensioenfondsen per se driekwart van de aandelen in bezit willen krijgen. De limiet van driekwart moet gehaald worden omdat de pensioenfondsen na het bod een statutenwijziging willen doorvoeren. Dat lukt door de oppositie nu niet.

Althans zo leek het, totdat de NIB maandag met nieuwe informatie kwam die zij naar eigen zeggen pas afgelopen donderdag voldoende officieel had gekregen van het ministerie van Financiën. Deze informatie komt erop neer dat ING en Fortis wel het fiat hebben gekregen van Financiën om een grote belegger te zijn in NIB, maar dat zij op deze effecten geen stemrecht mogen uitoefenen.

De Wet Toezicht Kredietwezen verplicht beleggers met meer dan vijf procent van de aandelen van een bank om toestemming te vragen aan De Nederlandsche Bank, en in zwaarwegende gevallen ook aan Financiën, om die effecten te mogen hebben en om stemrecht te mogen uitoefenen. Op die manier probeert Financiën machtsconcentratie in de financiële wereld te beteugelen en ongewenste (buitenlandse) opkopers of louche aandeelhouders (zoals witwas-artiesten) buiten de deur te houden.

ING, die ruim 20 procent van de NIB-aandelen heeft, kreeg op 12 april te horen dat zij geen stemrecht krijgt op haar aandelenpakket van ruim 20 procent. Dat betekent dat zij niet kan stemmen op een aandeelhoudersvergadering waarin de statuten worden gewijzigd. ING heeft daar bezwaar tegen gemaakt bij een hoger beroepscollege omdat zij vreest in haar belangen te worden geschaad. Na het bod willen de nieuwe grootaandeelhouders twee winstgevende onderdelen van de NIB uit de bank tillen en samenvoegen met hun eigen activiteiten op dit gebied. In een spoedprocedure in hoger beroep is de eis van ING afgewezen.ING start nu een (tijdrovende) bodemprocedure om een definitieve uitspraak te krijgen en zal, bij eventuele schade, een claim bij de staat deponeren.

Na overleg met Financiën en de beursorganisatie AEX op donderdag besloot de NIB om het nieuws over de stemrechtloze aandelen gisteren bekend te maken. Een woordvoerder van de NIB ontkent dat de bank deze informatie eerder had en in dit geval alleen als ,,boodschapper'' optrad. Hij ontkent niet dat het hoofd juridische zaken bij de besloten behandeling (vorige week maandag) van de beroepszaak van ING in de zaal zat.

Een woordvoerder van PGGM ontkent van het ontbrekende stemrecht van ING en Fortis op de hoogte te zijn. De pensioenfondsen zijn verantwoordelijk voor de inhoud van het biedingsbericht waarin alle relevante informatie behoort te staan die voor beleggers van belang is bij het beoordelen van het bod. Wij konden het niet weten, aldus de PGGM-woordvoeder, omdat aanvragen als van ING om stemrecht vertrouwelijke procedures zijn. Met deze twee ontkenningen wordt Financiën opgescheept met de zwartepiet. Waarom heeft zij de relevante informatie niet eerder naar buiten gebracht? Een woordvoerder ontkent in alle toonaarden dat er van nieuwe informatie sprake was.

De afwijzing door het ministerie van het verzoek om stemrecht van ING was de continuering van een bestaande situatie, die bijvoorbeeld ontdekt kan worden in het (openbare) register van grootaandeelhouders dat de ,,beurswaakhond'' Stichting Toezicht Effectenverkeer heeft uitbesteed aan Het Financieele Dagblad.

Volgens de woordvoerder van Financiën is het ministerie vorige week dinsdag al duidelijk geworden dat de NIB wist van de afloop van de beroepszaak van ING. Overigens is een topambtenaar van Financiën commissaris bij de NIB.