De pitrus

Twee maanden geleden schreef ik dat ik, omdat de klei doorweekt was, nog maar de helft van mijn tuintje had kunnen spitten. Wacht geduldig tot het droog is, schreven diverse lezers. Een goed advies, maar ik wacht nog steeds. Vrijwel elke dag is er ook sinds februari regen gevallen. Mijn buurman, boer Bertus, durft zijn koeien nog niet naar buiten te doen. In het weiland waar mals, sappig, groen gras reeds hoog staat, golft het water over je klompranden als je je er even in ophoudt.

Ook bij mij staat het gras hoog. Ik weid mijn geitjes erin. Anders dan die zware koeien, kunnen ze de grond niet vertrappen. Omdat ze zo verbazend kieskeurig zijn, en dus alles laten staan wat ze niet smaakt, blijft er steeds, als zij een perceeltje begraasd hebben, één gewas onaangeroerd. Trots verheft het zich tussen de gemillimeterde dravik en kropaar. Daardoor is mij nu pas opgevallen hoe onstuitbaar dit gewas is opgerukt sinds vorig jaar mei het regenbombardement is begonnen. Wat mijn hectare geïnvadeerd heeft is de gevreesde pitrus. De pitrus behoort tot de familie van de Juncaceae, ofwel de Bloembiesachtigen. Het is maar een kleine familie, bestaande uit twee geslachten: de russen en de biezen. Ook het aantal soorten is in Nederland beperkt. Je hebt een twintigtal russensoorten en niet veel meer dan vijf biezensoorten.

In de geïllustreerde flora van Heimans, Heinsius en Thijsse lees je over de russen alleen maar: `De planten, die tot deze familie behoren, groeien meestal op vochtige, zure bodem. Ze duiden dikwijls slechte grond aan en hebben als veevoeder weinig of geen waarde.' Klopt, geen geit die ook maar een hapje neemt van een pitrus. Hij ziet er ook reuze onsmakelijk uit. Stel u voor: een hele horde donkergroene spiesvormige dunne buisjes die in een uitwaaierende cirkel staan. Aan de onderkant zijn de spiesjes gemeen bruin.

Als je zo'n pitrus eruit probeert te trekken, lijkt het wel of hij actief tegenstribbelt. Met handkracht krijg je hem de grond niet uit. Je moet hem uitsteken met spade of riek en dan komt er een dichte, zodevormende wortel los en lijkt het wel, als je de rus optilt, of er een bomkratertje achterblijft. In de huidige omstandigheden vult zo'n kratertje zich meteen met water.

Overal op mijn land blijkt de pitrus zich gevestigd te hebben. Daar waar hij zich kon verschuilen onder bessenstruiken of tussen de bramen of brandnetels, blijkt hij al tot kniehoogte te reiken. Waar hij staat ga ik hem te lijf met al mijn ijzerwaren, maar sommige planten zijn al zulke wolkenkrabbers dat ik ze doodgewoon niet uit de grond kan wrikken.

In de flora van Oostroom en Heukels (vijftiende druk) lees je dat het een plant is van slechte graslanden. Daar hoef ik mij niet zoveel van aan te trekken, want echt grasland is mijn hectare niet. Maar in de onvolprezen Oecologische Flora van Weeda klinken dramatischer geluiden. `De pitrus gedijt op allerlei vochtige, kalkarme tot kalkloze standplaatsen, maar vooral op matig tot sterk zure, tenminste 's winters natte grond die onder invloed van bemesting staat of gestaan heeft. Beter dan de meeste andere planten voelt hij zich thuis in zure milieus met onregelmatige waterstandsschommelingen. Dikwijls staat hij op plekken die afwisselend blank staan en uitdrogen, en waar de grond verslempt is.'

Eigenlijk wist ik het al, maar toch komt het hard aan als het vonnis gewezen wordt dat je grond verslempt is. Maar hoe kan dat anders gelet op het feit dat het sinds vorig jaar mei vrijwel onafgebroken geregend heeft. Natuurlijk, ik moet kalk strooien, heel veel kalk, maar als het blijft regenen spoelt al die kalk zo weer weg.

In de Oecologische flora staat ook nog: `Talrijk optreden van Pitrus is veelal een teken dat een biotoop uit zijn evenwicht gebracht is.'

Hoe krijg ik mijn verslempte biotoop weer in zijn evenwicht? Hoe dring ik de Pitrus terug? Alleen als het vanaf nu tot volgend jaar mei droog blijft, kan ik misschien enige hoop koesteren op herstel. Of zou de grond dan juist weer uitdrogen?

In ieder geval heb ik nu overal greppeltjes gegraven om mijn verslempte grond zoveel mogelijk te ontwateren. Aan de teelt van spitskool, andijvie en sla durf ik amper te denken. Eerst moet die pitrus weg. De andijvie- en spitskoolplantjes die ik vorige maand had neergezet zijn de nacht daarop allemaal meteen door de slakken opgevreten. Eén lichtpuntje: tussen de pitrussen komen m'n tuinbonen goed op en zie ik hier en daar zowaar wat heldergroene snijbietblaadjes.