De humor van heroïne

Trainspotting is naar mijn weten de eerste echte junkie-komedie. De vrolijke kant van heroïnegebruik wordt zelden belicht. En zeker niet met de vaart, de humor en de visuele kracht van regisseur Danny Boyle, een van de grootste talenten van de jaren negentig.

Is heroïne het onderwerp, dan krijgen kijkertjes doorgaans opbouwende werkjes voorgeschoteld. De aandacht wordt erbij gehouden met bloed, redeloos geweld en vreugdeloze seks, de hoofdpersonen muteren razendsnel tot wauwelende skeletten en het laatste woord is aan Nancy Reagan. Dat mensen sowieso aan heroïne beginnen, is na afloop van dit soort films een uitdagend raadsel, dat de jeugdige kijkertjes vooral zelf eens moeten ontsluieren.

Van de charmes van heroïne maakt Trainspotting daarentegen geen geheim. ,,Duizend keer beter dan een orgasme'', zegt hoofdpersoon Renton. Drugs zijn domweg vreselijk lekker, kinderen, laat je niks wijsmaken. ,,We waren stom, maar niet zo stom.''

De film verheerlijkt junkie-glamour vanaf het eerste shot waarin de vrienden onder het stampend ritme van Iggy Pops Lust for Life de politie ontvluchten. Wat dat betreft is Trainspotting heel nuchter. Wat afgekickte junks missen, is niet de dope, maar de scene. Het avontuur, het hosselen, het gevoel bij een uitverkoren bende desperado's te horen. Echt iets voor jonge mensen, heroïne, later wordt dat allemaal minder. Trainspotting is een schelmenfilm. Hoofdpersoon Renton doet walgelijke en immorele dingen, maar maakt dat met zijn glimlach en droge humor meer dan goed. Graait-ie kokhalzend in het `goorste toilet van Schotland' naar een opium-zetpil: als hij zich inbeeldt dat het helder water is, kunnen wij dat alleen maar beamen. Zit hij leeg tussen zijn geestloos babbelende familie, dan willen we eigenlijk dat hij weer een shot neemt. Dat is veel gezelliger.

Pas als de vriendenclub een baby laat sterven en de stress bestrijdt met nog meer heroïne, neemt een ongemakkelijk gevoel de overhand. Na Rentons laatste cold turkey verdwijnt de kleur uit de film. Zijn vrienden-junks blijken in de echte wereld losers en rotzakken die men maar beter zo snel mogelijk afschudt. Dat doet Renton dan ook in een slappe finale.

Heroïne blijkt zoiets als Trainspotting, die dwaze hobby van Britse werklozen en gepensioneerden om systematisch serienummers van treinen te noteren. Slavernij aan iets zinloos en circulairs; dan hoeven er geen lastige keuzes meer te worden gemaakt. Renton kiest voor het leven dat hij in het begin van de film zo zelfbewust afwijst, maar sarcastisch en zonder enthousiasme. Heroïne is gewoon de moeite niet waard.

Trainspotting (Danny Boyle, UK, 1996), Canvas, 20.55-22.35u.