Beloften verkiezing doorgaans niet loos

Verkiezingsbeloften zijn geen holle frasen. Dit concludeert Robert Thomson, onderzoeker aan de Groningse Universiteit. Op 10 mei promoveert de van oorsprong Schotse politicoloog op zijn proefschrift The Party Mandate. Met zijn onderzoek weerlegt Thomson de gedachte dat partijen in hun programma veel beloven, maar weinig realiseren als ze eenmaal in de regering zitten.

Thomson vergeleek de voornemens van PvdA, VVD, CDA en D66 bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1986, 1989 en 1994 met het beleid van respectievelijk de regeringen Lubbers II en III en Paars I.

Uit het onderzoek blijkt dat de coalitiepartijen 61 procent van hun voornemens geheel of gedeeltelijk weten om te zetten in regeringsdaden. ,,Regeerakkoorden zijn wel degelijk het resultaat van keiharde onderhandelingen'', aldus de 26-jarige Thomson.

Het komt zelden voor dat de realisatie van de plannen van de ene partij voorstellen van coalitiepartners direct in de weg staat. Thomson geeft een voorbeeld: ,,Als de VVD een verlaging van inkomstenbelasting voorstelt voor de hogere inkomens, brengt dat voorstellen van andere partijen voor gunstige belastinghervormingen voor de lagere inkomens niet onmiddellijk in gevaar. Kortom, partijen praten langs elkaar heen.''

Thomson is tot de conclusie gekomen dat de helft van het programma van het CDA in 1994 terugkwam in het Paarse regeerakkoord. Dat maakt oppositievoeren lastig, aldus de politicoloog.

De onderzoeksmethode waarbij verkiezingsprogramma's worden vergeleken met uiteindelijke begrotingsuitgaven is volgens de Groningse Universiteit nooit eerder toegepast bij democratieën met een coalitiestelsel, zoals in Nederland. Wel bij eenpartijstelsels zoals in Groot-Brittannië. Daar zet de regeringspartij 90 procent van het programma om in beleid.