Alf Ramsey

Nu de `rozenkweker van Ipswich' ons voorgoed heeft verlaten, kijken de Britten met waardering terug op het leven van Alfred Ernest Ramsey. Ook om zijn 32 interlands – hij werd al in de nationale ploeg gekozen toen zijn club (Southampton) nog in de tweede divisie speelde – maar vooral ook omdat hij te boek staat als een succesvol manager van het nationale elftal. Hij bekleedde die laatste functie van 1963 tot 1974, wat zeer lang is voor een baan waar omheen voortdurend stoelpootzagers actief zijn. Wat ik tot voor kort niet wist, was dat Ramsey in een interland driemaal scoorde uit strafschoppen. Hij had iets onbewogens, om niet te zeggen iets kils. Maar voetballers die hem als coach hebben meegemaakt ontkennen dat. Een warme man, zowel voor mens als roos.

Dat ik daar iets genuanceerder over denk, komt door een persoonlijke ervaring uit 1973. Engeland moest zich onder meer via een overwinning op Polen plaatsen voor de eindronde van het wereldkampioenschap in West-Duitsland. Maar Polen verzette zich hevig op Wembley, waar de Engelsen anderhalf uur stormliepen op de veste van Jan Tomasjevski zonder hem meer dan eenmaal te passeren. Die man keepte de wedstrijd van zijn leven en was er volgens Ramsey de oorzaak van dat hij zijn woord brak. Nu is woordbreken altijd fout en al helemaal indien dit jegens mij gebeurt. Ik had de afspraak dat Ramsey beschikbaar zou zijn na afloop voor een interview, maar toen hij mij zag bevroor hij zichtbaar. ,,Geen zin'', mompelde hij. Nu had, jaren eerder, een onbehoorlijk knap meisje mij datzelfde geleverd, en toen had ik gezworen dat dit mijn laatste blauwtje zou blijven. Tot Ramsey tussenbeide kwam.

Als voetballer was Alf Ramsey een gedistingeerde, rustige, bekwame speler geweest. Hij paste goed in de ploeg van de Spurs. Dat elftal had toen iets voornaams en ook iets arrogants. Bij dat sfeertje paste Ramsey uitstekend. Het enige dat hij voetballend tekort kwam was snelheid. In Ramsey's laatste interland, de 6-3 nederlaag in 1953 op Wembley tegen de Hongaren, werd hij pijnlijk voorbijgesprint door buitenspeler Csibor.

Als coach had Ramsey niet zozeer moeilijkheden met zijn spelers als wel met de pers. Hij kon en wilde eigenlijk niet praten met journalisten en hij miste ook de vaardigheid daartoe. Maar met de spelers kon hij goed overweg. En aangezien hij de nationale ploeg in 1966 leidde tijdens de in Engeland gehouden eindronden van het WK staat hij te boek als de enige werkelijk succesvolle Britse interlandcoach. Zonder twijfel was zijn kalme toewijding boven alle lof verheven. Ook was hij geneigd tot fair voetbal. Toen de Argentijnen onder de kwalijke aanvoerder Rattin er een farce van maakten, had hij voor hen slechts één woord: ,,animals''. Maar hij was erg conservatief waar het voetbalvernieuwing betrof. Van de Hongaren onder Puskas begreep hij niets. Bij diverse Hongaarse goals stond hij, gelijkend op de bijbelse vrouw van Lot, als zoutpilaar in het niemandsland. Hij is 79 geworden. Mochten er in de hemel rozen te kweken zijn, dan zal Alf Ramsey zijn vinger reeds hebben opgestoken.