675.000 mensen verdreven

Sinds vanochtend zijn, gerekend vanaf de dag waarop de NAVO-luchtacties begonnen, 24 maart, meer dan 675.000 Kosovo-Albanezen als gevolg van de campagne van `etnische zuivering' uit Kosovo verdreven of gevlucht. Met de 360.000 Kosovaren die tussen februari vorig jaar (toen de Serviërs hun aanval openden) en 24 maart naar buurlanden waren verdreven, komt het aantal vluchtelingen op meer dan één miljoen. Daarbij komen nog de honderdduizenden Kosovaren die binnen Kosovo op de vlucht zijn. De oorspronkelijke bevolking van Kosovo wordt geschat op twee miljoen zielen, maar er is in de regio tien jaar geen volkstelling meer geweest.

Volgens de cijfers van de VN-hulporganisatie UNHCR zijn van 24 maart tot gisteravond 396.300 Kosovaren de grens met Albanië overgestoken. 204.070 anderen vluchtten naar Macedonië en 61.900 naar Montenegro, de zusterrepubliek van Servië binnen de Joegoslavische federatie. Vijftienduizend vluchtelingen kwamen in Bosnië terecht; een aantal van hen komt niet uit Kosovo, maar uit de Sandzak, het door een moslim-meerderheid bewoonde gebied aan de grens tussen Montenegro en Servië, waar de Serviërs de moslims onder druk zetten. Verder zijn nog 50.000 in Kosovo wonende Serviërs en Montenegrijnen naar hun `moederrepublieken' gevlucht, omdat ze zich niet veilig voelen door acties van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, of omdat aan alle economische activiteiten een eind is gemaakt.

Van de vluchtelingen die in Macedonië terechtkwamen, zijn er inmiddels ongeveer 25.000 overgebracht naar andere landen. Duitsland heeft er tot gisteravond 9.974 opgenomen, van de 20.000 die er welkom zijn. Turkije heeft 5.827 Kosovaren opgenomen, Frankrijk en Noorwegen elk ruim tweeduizend, Nederland 1.474, België 1.205 en Oostenrijk 1.145. Kleinere aantallen zijn overgebracht naar tien andere Europese landen en Israel.

Naast Duitsland hebben ook de VS en Turkije toegezegd elk twintigduizend Kosovaren op te nemen, Finland en Italië elk tienduizend. (Reuters)