Twee minuten goed

Het lijkt wel of steeds meer Nederlanders op een dag als vandaag buiten de merels willen horen zingen. Twee minuten lang.

Twee televisiedocumentaires, van Cherry Duyns en van Heddy Honigmann, verhaalden hoe de dodenherdenking langzaam is veranderd in een veelstemmig nationaal ritueel. Kenmerk van een ritueel is dat het los raakt van de oorspronkelijke betekenis. Over de wijze van celebreren is iedereen het eens. Verder heeft iedere deelnemer zijn eigen gedachten. De mensen herdenken omdat het goed is. Maar het is te berekenend om te vragen naar het `nut'.

Het `nooit weer' is met de jaren zinlediger geworden. Het was het motief om Palestijnen uit het oude Palestina te verdrijven. Het draagt bij aan de moordlust van de Servische cetniks, die ook tegen de Duitsers vochten. Maar het is ook de reden dat de Navo in de woorden van haar voorlichter gisteren bij die Serviërs met een zachte grafietbom ,,het lichtknopje uitdoet''.

Cherry Duyns toonde archiefbeelden van de Roemeense dictator Ceausescu, de sjah van Perzië, keizer Haile Selassi, Marlene Dietrich, de Duitse president Von Weizsäcker en Nelson Mandela die kransen legden op het monument van de Dam, het onderwerp van zijn documentaire. De hippies gebruikten het monument als slaap- en hangplek om hun ouders te tarten.

De groep die de doden van de Tweede Wereldoorlog heeft gekend, wordt steeds kleiner. Maar er zijn anderen bij gekomen. Honigmann volgde op de vierde mei vorig jaar veel verschillende mensen. Een Hongaarse man herdacht de slachtoffers van de opstand in 1956. Mensen die hij had zien vallen voor een Russische tank. Om erover te kunnen vertellen, moest hij een glas wijn drinken, want had liefst bleef hij zwijgen. Voor hij naar het monument op de Dam vertrok, nam hij nog een slok. Het leek wel of het hem erger aangreep naarmate hij ouder was geworden. Een vrouw herdacht haar ouders die in het jappenkamp waren overleden. Filmmaakster Netty Rosenfeld bezocht de Hollandse schouwburg waar – vermoed ik, want de documentaire bleef vaag – haar vader was weggevoerd. Een na-oorlogse dochter van een foute vader beleefde de stilte alleen thuis. Vier verschillende werelden.

Mijzelf herkende ik in de vlak na de oorlog geboren dichteres Anna Enquist en de zestienjarige columniste Anna Woltz die zelf de oorlog niet hadden meegemaakt, de doden niet kenden en niet direct of indirect getraumatiseerd zijn. Met hun grote, onderlinge leeftijdverschil omspannen beide vrouwen de grootste groep Nederlanders. Beiden wisten zich aanvankelijk geen raad met de herdenking, waren bang de verkeerde dingen te zeggen of te denken. Ook vanavond zullen achter sommige uitgestreken gezichten frivole gedachten schuil gaan. Ook dat hoort bij rituelen.

Enquist wist niet hoe ze het aan haar kinderen moest overbrengen, want ze wilde hen niet met de duistere kant van de mensheid confronteren. In de tuin vertelde zij hoe haar dochter Jannetje bij de dodenherdenking aan het overleden konijn dacht. Pas toen ze opdracht kreeg een herdenkingsrede te schrijven, voelde ze zichzelf ook gerechtvaardigd deelnemer. Nu denkt Enquist aan haar eigen doden die niet mogen worden vergeten. Jaarlijks speelt zij na de twee minuten stilte cello in een herdenkingsconcert in de Amsterdamse Obrecht-kerk. Met het requiem van Mozart is haar vierde mei een esthetische belevenis. Maar als psychiater kent ze te veel de duistere kant van de mensen om in het ,,nooit weer'' te geloven.

Het verhaal van de oorlog overleeft steeds meer in gedramatisceerde films, zoals Schindler's List dat gisteren op RTL4 werd vertoond. In Dokument verhaalde schrijver Jan de Hartog over zijn ontsnapping uit bezet gebied. We hopen allemaal in oorlogstijd op Schindler en De Hartog te lijken. Maar de meeste mensen zijn geen helden. Op vier mei is de hele natie twee minuten goed en dat is al heel wat.