Ernst & Young neemt zichzelf op de schop

Nadat Ernst & Young jarenlang de klanten heeft geadviseerd over zaken als globalisering, neemt het adviesbureau nu zichzelf op de schop.

Consultants zijn net doktoren. Artsen gaan zelf uiterst zelden naar de doktor en consultants adviseren bedrijven de nieuwste managementstechnieken en organisatiestructuren, maar komen zelf niet los van de ietwat gedateerde vennootschapsstructuur. Na 116 jaar kralenrijgen past accountants- en adviesbureau Ernst & Young zelf toe wat het al tien jaar lang aan hordes bedrijven adviseerde: uniformisering, centralisatie en stroomlijning van de organisatie.

De hele herstructurering waar nu een begin mee is gemaakt gaat Ernst & Young drie jaar duren en in Nederland werd gisteren het voorvoegsel Moret uit de naam geschrapt. Zoals alle Duitse vestigingen van Ernst & Young de firmant Schitag aan de naam toevoegen, zo had Nederland tot gisteren Moret.

De `derde' naam verdwijnt overal zodat wereldwijd alleen nog Ernst & Young overblijft. Bestuursvoorzitter J. den Hartog van Ernst & Young Nederland erkent dat de uniformisering niet zo zeer een eigen keus is, maar een reactie op eisen van klanten. ,,Steeds meer bedrijven ontplooien activiteiten in het buitenland. Met de invoering van de euro wordt dat alleen maar meer. Klanten eisen dan van ons dat ze in bijvoorbeeld Italië met precies dezelfde organisatie te maken hebben als in Nederland.''

Overal eenzelfde structuur. Voor de honderden vennoten van Ernst & Young zal de centralisering een forse verandering zijn. Nu zijn alle vestigingen van Ernst & Young nog aparte bv's die onder één van de drie maatschappen (Accountants, Consulting en Belastingadviseurs) van Ernst & Young Nederland resorteren. Elke vestiging heeft nu nog een eigen directeur met een grote bewegingsvrijheid. Als gevolg van de globalisering heeft Ernst & Young in 2001 één of twee hoofdkantoren, waarschijnlijk in Londen en New York, voorspelt Den Hartog. ,,We krijgen dus één management en er komt één jaarrekening voor het hele concern'', aldus de bestuursvoorzitter.

De herstructurering van Ernst en Young zal, zo verwacht Den Hartog, geen makkelijke operatie zijn. ,,Al die plaatselijke vennootschappen krijgen toch het centraal management boven zich. Dat zal behoorlijk wennen zijn.''

Ernst & Young voert de reorganisatie uit, een jaar na de mislukte fusiebesprekingen met concurrent KPMG. Officieel liep de fusie vast op tegenwerking van mededingingsautoriteiten in diverse landen waarin beide bedrijven een erg groot marktaandeel hebben. Op de achtergrond speelden ook onoverbrugbare cultuurverschillen een rol.

Den Hartog: ,,Na het afketsen van de fusie, zijn we op zoek gegaan naar andere manieren om grote klanten te kunnen blijven bedienen. ABN Amro had bijvoorbeeld een grote opdracht voor ons, maar wij konden die in Nederland niet behappen. Die hebben we toen uit Groot-Brittannië over laten komen. In de nieuwe structuur gaat dat allemaal veel eenvoudiger.''

De globalisering en stroomlijning zouden ook een verdedigingsstrategie kunnen zijn om de toenemende claimcultuur bij klanten te behapstukken. Steeds vaker stellen klanten hun accountant aansprakelijk voor missers. ,,Die hele claim-cultuur is een angelsaksische ziekte'',aldus Den Hartog. ,,Dat ligt voor een gedeelte aan de jury-rechtspraak in de VS en Groot-Brittannië. Die zijn vaak helemaal niet deskundig. In Nederland bepaalt de rechter gelukkig nog altijd de hoogte van schadevergoedingen.''

Het voorkomen van torenhoge claims en dito schadevergoedingen zit volgens Den Hartog niet zo zeer in nauwkeurig werken maar in een zorgvuldige selectie van klanten. ,,Als de klant niet deugt, moet je er gewoon niet aan beginnen. Want voor je het weet heb je een claim aan je broek'', aldus Den Hartog.