Compromis met Miloševic lost niets op

Er bestaan in de geschiedenis situaties, waarin niets gevaarlijker is dan voorbarige vredeswil. En de kans is groot, dat men over een tijdje constateert dat wij nu in Kosovo in zo'n situatie verkeren. Die vredeswil is op zich zeer begrijpelijk. Het grote aantal slachtoffers dat de oorlog eist, doordat Miloševic precies deed wat de NAVO wilde verhinderen, maakt de volstrekt verkeerde inschatting van de situatie duidelijk. Belgrado blijkt niet zonder grondtroepen en met bombardementen alléén op de knieën te krijgen – omdat men die grondtroepen zo nadrukkelijk heeft uitgesloten.

Hier wreekt zich, dat de NAVO zich vol goede bedoelingen achterstevoren een oorlog heeft laten intrekken, omdat zij, uit angst voor de consequenties van haar besluiten, niet voldoende vooruit durfde te kijken. Hier wreekt zich de halfslachtigheid van de Europese politiek. Maar een béétje oorlog voeren gaat niet. Zeker als de tegenpartij veel verder wil gaan: wanneer de één hoogpoker speelt, verliest degene die al zit te trillen bij een spelletje Mens-erger-je-niet beslist. Eén fors bombardement op Rotterdam moge afdoende zijn om Nederland te doen capituleren, voor een dictator gelden andere grenzen. Voor hem staat niet het welzijn van de bevolking centraal, maar het behoud van zijn eigen macht. Al het andere is ondergeschikt; vrede is hooguit een middel, niet langer een doel. Om zo'n gevecht te winnen, moet men dus bereid zijn om verder te gaan dan de tegenstander. Dat is de basisvoorwaarde voor elke succesvolle militaire confrontatie met een abject regime. Als dat succes slechts met grondtroepen bereikt kan worden, betekent dat grondtroepen.

Een stabiele oplossing vergt de uitschakeling van Miloševic, zo niet fysiek, dan toch tenminste als machtsfactor. Dit zou de les van de Golfoorlog moeten zijn, want als men het nu niet doet, zal men dat later betreuren. Met Miloševic is geen duurzaam vergelijk mogelijk wanneer hij niet door overmacht wordt gedwongen zijn woord te houden. Hij is geen gestolde gerontocraat à la Breznjev, die slechts met steigers en infuus op de been gehouden kon worden.

Miloševic' macht stoelt niet, zoals bij veel regimes, op het bewaren van rust, maar op het stimuleren van onrust. Instabiliteit is zijn wapen. Hij heeft, bouwend op de latente paranoïa van de Serviërs, de etnische `separatisten' en een sfeer van Einkreisung nodig om de bevolking achter zich te houden en van het verlangen naar vrijheid af te houden.

Al tien jaar lang handelt Miloševic volgens een cyclisch patroon: eerst stookt hij onrust, zodat het binnenland ongerust en het buitenland boos wordt. Het Westen dreigt met maatregelen: Servië is in gevaar, en het volk schaart zich massaal achter Miloševic. Er dreigt chaos die naar de buren dreigt over te slaan, en het Westen vreest niets zozeer als dit. Miloševic is de enige die die zelfgecreërde onrust kan stoppen en poseert als de grote vredesstichter. Het Westen accepteert dit, bang voor oorlog, dankbaar: de vrede is bewaard. Miloševic glorieert nu ook thuis als staatsman: alleen hij bleek in staat om Servië uit de klauwen van het buitenland te redden. Als na verloop van tijd, omdat het land economisch en sociaal volkomen verloedert, Miloševic' imago toch wat verbleekt, en de binnenlandse oppositie dus haar kop opsteekt, wordt een nieuwe onrusthaard aangeboord. Het is ragfijn spel, om Marten Toonder aan te halen.

Een halve oplossing is dan ook de slechtst denkbare – een oplossing die meent op de redelijkheid van Miloševic te kunnen bouwen, en die zich opnieuw van hem als vredesstichter afhankelijk maakt. Een dergelijke vrede zal door die afhankelijkheid even broos zijn als Miloševic' wil daartoe. Eén van de grootste misslagen aan Westerse zijde vormde zodoende het onvermogen tot het maken van onderscheid tussen redelijke eisen en onredelijke eisers. Natuurlijk waren niet alle Servische wensen even onredelijk, maar als zij door een onredelijk persoon verwoord worden, helpt toegeven aan redelijke eisen niets. Een dergelijk toegeven zorgt dan niet voor de zélf zo gewenste vrede, want die is niet het doel van de tegenpartij. Voor Miloševic staat niet de redelijkheid van zijn eisen centraal, maar de bruikbaarheid van deze in andermans ogen betoonde redelijkheid voor de versteviging van zijn eigen macht.

Ook in dat opzicht bestaat er een fatale parallel met het gedrag in de jaren '30 ten aanzien van Hitler: toegeven aan redelijke eisen omwille van vrede betekende uitstel van executie. Want ook diens eisen oogden aanvankelijk heel redelijk. Maar door de redelijkheid van het Westen kwam een onredelijk dictator steeds vaster in het zadel te zitten en steeg in de ogen van het thuisfront diens staatkundig postuur. Intussen bleef de verhoopte vrede uit. De redelijkheid van het Westen werd niet beloond met wederkerigheid, omdat redelijkheid voor de ander geen criterium, maar slechts een middel was.

Toegeven aan Miloševic helpt niet omdat onze waarden de zijne niet zijn. De vraag of er duizend of honderdduizend slachtoffers vallen, is voor hem een instrumentele. Ook zijn eigen volk laat hem volledig koud; vrienden en medestanders kent hij niet, slechts nuttige idioten – het gemak waarmee hij tegenover een verblufte Holbrooke Karadzic liet vallen toen hij hem niet langer nodig had, demonstreert dit afdoende. Het ware wenselijk, dat men dit bij de NAVO eindelijk eens beseft.

Waar met Miloševic redelijkheid is uitgesloten, en dus een werkbaar vergelijk met hem vrijwel onmogelijk is, resten twee opties. Of men stopt, en Belgrado heeft zijn doel bereikt. Dan heeft de NAVO met de aanval op Kosovo de grootste blunder uit haar geschiedenis begaan. Dan is er geen enkel resultaat geboekt, maar zijn er wel vele doden gevallen, is het gezag van de VN ondermijnd, de relatie met Rusland verstoord, en het anti-Westerse sentiment aldaar nutteloos aangewakkerd. Dan dicteert Miloševic feitelijk de voorwaarden, en zit hij, als de held die de wereld heeft weerstaan, steviger in het zadel dan ooit. Dan weet hij ook, dat hij tezijnertijd ongestraft met de volgende etnische schoonmaak kan beginnen: die van de Hongaren in Vojvodina. Dan zal hij, als die schoonmaak – nu Hongarije NAVO-lid is – tot een nieuwe aanvaring met de NAVO leidt, zeker niet inbinden. Dan had Arkan gelijk, toen hij snoefde: ,,Krijg nooit ruzie met de Serviërs, want dat verlies je altijd.'' Maar dan houdt Europa wel definitief honderd kilometer voorbij Oostenrijk op.

Of men zet door, en dat betekent dat men de militaire middelen moet inzetten die nodig zijn om Miloševic te verslaan en moet men bereid zijn daarvoor ook zelf de nodige soldatenlevens op te offeren. De bij ons zo geliefde vreedzame middenweg is hier geblokkeerd. Het is, wat de barbarij op de Balkan betreft, nu in hoge mate alles of niets. Al het andere is zelfbedrog.

Dr. Thomas H. von der Dunk is cultuurhistoricus.