Bommen

De eerste zendingen van de Informators konden nog net worden verstuurd. Het zijn Joegoslavische schaakboeken die drie keer per jaar verschijnen. Alle ambitieuze schakers kopen ze.

De firma heeft het niet makkelijk. In de tijd van de economische sancties tegen Joegoslavië verhuisde hij zogenaamd naar Cyprus, zodat we toch de boeken mochten kopen. Iedereen deed dat, ook de Amerikaanse schaakbond nam er zoals gebruikelijk een paar duizend af, maar omdat iedereen wist dat ze eigenlijk in Belgrado gemaakt werden kregen de Amerikanen gewetensnood, die ze oplosten door de boeken wel door te verkopen maar zelf niet te betalen. Later is dat weer goed gekomen.

Nu is de drukkerij gebombardeerd, niet echt met een voltreffer, maar de muren en het plafond zijn kapot en een deel van het gebouw is ingestort. Het drukken werd gestaakt en de uitgever liet weten dat de staf zich nu met overleven bezig zou houden, als individuen en als bedrijf.

Je kon ze een e-mail sturen voor een bestelling die dus voorlopig niet behandeld zal worden, en omdat ik de meeste redacteuren daar wel ken overwoog ik om een briefje te schrijven waarin ik ze sterkte toe zou wensen en zou zeggen dat de bombardementen me met afschuw vervullen.

Toch maar niet gedaan. Je weet niet hoe het valt. Ik kan me voorstellen dat ze zouden denken: zeiksnor, rot op, wat kan het ons schelen hoe jij denkt over de bommen die je landgenoten op ons gooien? Voor een inwoner van het bommen gooiende land is het moeilijk de juiste toon te treffen tegen de ontvangers.

Hoewel dit misschien een beetje een ouderwetse gedachte is. Een collega-columnist van een andere krant heeft er geen moeite mee, die zit gezellig via het internet te kletsen met mensen in Joegoslavië en als die moeten afmelden vanwege het luchtalarm schrijft hij in de krant dat hij niet wil dat zijn gesprekspartners gedood worden, maar dat hij verder toch voor de bommen is en hoopt dat wij gaan winnen.

Vreemd vind ik dat. Het bevestigt de gedachte dat te veel omgang met de computer tot werkelijkheidsverlies leidt. Straks gaat het ook zo met de piloten van de automatisch gestuurde gevechtsvliegtuigen, die hebben dan alle tijd voor computergesprekjes met hun slachtoffers op de grond, ze melden zich even af om de bommen te gooien en vervolgens worden ze meteen verbonden met de televisiestudio in het thuisland, waar de presentatrice vraagt wat er door hen heen ging.

Die columnist waar ik het net over had is overigens een brave borst die voortdurend twijfelt aan zijn eigen meningen en daarom gesprekken voert met wijze overledenen die hem een hart onder de riem kunnen steken. Zo sprak hij laatst met Karel van het Reve, die hem zei dat de Amerikanen in de Tweede Wereldoorlog ook veel kapot hadden moeten gooien, maar zich daardoor gelukkig niet hadden laten weerhouden om ons te bevrijden.

Wat een domme man is die overleden Van het Reve, om met die Wereldoorlog aan te komen die werkelijk overal voor dienen moet, en te denken dat je er iedere oorlog van nu mee goed kunt praten. Toen hij nog leefde was hij juist zo slim. Ik geloof er eigenlijk niets van dat het zijn stem was die de columnist hoorde en ik vind het ongepast om de overledenen posthuum voor de oorlogspropaganda in te schakelen. Het is blijkbaar wel verleidelijk. Mijn buurman rechts boven op deze pagina liet in het begin van de oorlog zijn twijfels behandelen door Simon Carmiggelt, maar in dat geval ging het tenminste nog om iets dat die echt geschreven had, al was het over iets heel anders. Carmiggelt was ook een wijs politiek denker, maar over bommen op Belgrado heeft hij zich niet uitgesproken.

Er werd erg schamper gedaan over de mensen van ons televisiejournaal toen die protesteerden tegen de bommen op de televisiegebouwen in Belgrado. Alsof ze het pas erg gingen vinden als er journalisten in gevaar kwamen. Nu lijkt het me op zichzelf heel legitiem en zelfs een werkgeversplicht om te proberen je correspondent ter plekke in leven te houden, en verder ben ik het met Elsbeth Etty eens dat als de televisiestudio's een militair doel genoemd kunnen worden, dan ook de brandweer en het ziekenhuis en bijna alles een militair doel kan zijn.

Maar bovendien, waarom moesten die uitzendingen eigenlijk uit de lucht worden gehaald, voor hen of voor ons? Om te verhinderen dat de Joegoslaven verder opgehitst worden door de propaganda, werd gezegd. Maar die weten zonder de televisie ook wel wat ze van de bommen moeten denken. Het zal toch ook wel een beetje de bedoeling zijn geweest dat wij minder te zien kregen van de kant van de oorlog die de NAVO-landen liever niet getoond willen hebben. Premier Kok zei dat het beter was geweest als de beelden van de gevolgen van een bijzonder gruwelijk bombardement hier niet waren uitgezonden. Als de Joegoslavische televisie wordt opgeruimd zullen we inderdaad veel minder van die beelden zien.

Het is een ervaringsfeit dat correspondenten die in gebombardeerde steden gestationeerd zijn, iets minder begrip voor het geweld opbrengen dan hun collega's thuis. Ze gaan zich een beetje identificeren met de bange mensen om hen heen. Je kan het sentimentaliteit noemen, maar ik ben eerder geneigd te zeggen dat de mensen ter plekke een aspect van de werkelijkheid ervaren dat de thuisblijvers missen.

In ieder geval, de veelgeprezen correspondent van de BBC werd er door Tony Blair van beschuldigd dat hij zich liet meeslepen door de vijandelijke propaganda en onze Nederlandse televisiecorrespondent maakt ook de indruk dat hij steeds minder sympathie krijgt voor de NAVO-acties. Het zou veel beter voor het moreel zijn als die mensen uit Belgrado weg waren.

Je krijgt bijna heimwee naar de ouderwetse tijden van beschaafde censuur. Toen de rijksvoorlichtingsdienst de hoofdredacteuren kon uitnodigen om hun te vertellen wat er wel en niet in de kranten mocht staan. Nu zijn we te vrijgevochten voor censuur en moeten er televisiegebouwen vernietigd worden om te zorgen dat we niet de verkeerde dingen zien.