Aanpassen

Op 30 april 1943, tijdens de tweede dag van de april-mei-stakingen, hielden de Duitsers appel op het terrein van de Stork-fabriek in Hengelo. Ingenieur Loep, werkzaam bij Stork, bleek te ontbreken. Hij werd buiten het terrein aangehouden, waarbij hij verklaarde dat hij `een vrije dag' had. Hij voegde eraan toe: ,,Ik ben solidair met mijn landgenoten en wil geen stakingsbreker zijn.''

Korte tijd later kreeg de familie een envelop met wat spullen die in Loeps zakken waren gevonden. Het lichaam van Loep is nooit teruggevonden.

Loep was geen verzetsheld, het was alleen iemand die zei: ,,Jullie kunnen het me doen.'' Geen houding die gemeengoed was onder de Nederlandse bevolking tijdens de Duitse bezetting. Aanpassen, dat was het parool. Het blijkt ook weer in het onlangs verschenen boek `Dienaren van het gezag' van Guus Meershoek.

Meershoek beschrijft daarin het gedrag van de Amsterdamse politie tijdens de bezetting. Het korps, stelt Meershoek vast, werkte volop mee aan de deportatie van tienduizenden joden. Tijdens een discussieavond, gisteren in de Balie in Amsterdam, suggereerde Meershoek dat het bij de korpsen in andere steden niet veel anders zal zijn geweest. ,,Elders in West-Europa'', zei Meershoek, ,,zie je niet zo'n grote deelname van de politie aan de vervolging van de joden.''

Waarom zwichtte men, hoewel men – benadrukt Meershoek – wel degelijk anti-Duits gezind was? In Amsterdam had het, volgens Meershoek, sterk te maken met de invloed van de charismatische, nationaal-socialistische korpschef Sybren Tulp. Bovendien was de politie een eiland geworden dat ver was afgedreven van het maatschappelijke bestel.

Zo zijn er nog wel wat verklaringen te vinden, maar écht bevredigend zijn ze geen van alle. We weten te weinig van de motieven, want de politiemensen hebben er na de oorlog nauwelijks over willen praten. ,,Hoe weet u eigenlijk dat ze het met tegenzin hebben gedaan?'' vroeg een man wiens familie in Rotterdam was weggevoerd, aan Meershoek.

Historicus Frank van Vree liet in zijn toespraak weinig heel van het beeld dat Loe de Jong in zijn tv-serie en boeken van het Nederlandse volk tijdens de bezetting heeft geschetst. ,,De aanranding van een onschuldig volk dat het kwaad uiteindelijk overwint'', schamperde Van Vree. De echte collaborateurs werden zo zwart mogelijk afgeschilderd, maar aan de meelopers besteedde De Jong weinig aandacht. Zo bleef het misleidende beeld van het Nederlandse volk als `een ongebroken eenheid' intact.

Zou het nu, tijdens een nieuwe bezetting, anders toegaan bij de politie? De Nijmeegse burgemeester E. d'Hondt meende van wèl. ,,Daar liggen plannen voor'', zei hij. De zaal reageerde sceptisch. Er is te veel gebeurd om zomaar te geloven dat de Nederlandse politie en masse `een vrije dag' zal nemen.