Pathetische reus

Tot zijn laatste snik bleef filmacteur Oliver Reed de Engelse sensatiekranten op hun wenken bedienen. De in toenemende mate meer om zijn openbare dronkenschap dan om zijn ruim vijftig films bekendheid genietende robuuste levensgenieter stierf gistermiddag, vermoedelijk aan een hartaanval, in een bar in de Maltese hoofdstad Valletta, waar hij aan het drinken was met matrozen van een daar voor anker liggend Brits fregat. Robert Oliver Reed (Wimbledon, 13 februari 1938), een neef van filmregisseur Sir Carol Reed, speelde in Malta een rol in de film The Gladiator, zoals hij al enkele decennia vooral te zien was in dure, maar weinig vooraanstaande producties die op exotische locaties opgenomen plachten te worden. Hij was het soort ster geworden dat de Israelische filmproducent Menahem Golan altijd wel wist te strikken voor een filmpje, of die in meerdere afleveringen van de door Alexander Salkind onder Panamese vlag geproduceerde filmserie The Three Musketeers Athos speelde.

Zijn beste werk leverde de exuberante Reed onder regie van Ken Russell, die hem de rollen aanbood van Debussy en van de dichter Dante Gabriel Rossetti, maar vooral die van de gevoelige lomperik Gerald Crich in de verfilming van D.H. Lawrence's Women in Love (1969). De naakte worstelscène met Alan Bates voor het open haardvuur vormde een belangrijke factor in de reputatie van de film. Zijn tegenspeelster in Women in Love, The Triple Echo (1973) en in The Class of Miss MacMichael (1978), Glenda Jackson, nu een minister in het kabinet-Blair, herinnerde zich Reed gisteren als `een onberispelijke professional', die `waarschijnlijk gegaan is op de manier die hij zich wenste'.

Reed, die op jonge leeftijd taxichauffeur was, uitsmijter van een stripteasetent en bokser op de kermis, trok eerst de aandacht in griezelfilms (hij speelde de titelrol in de Hammerproductie The Curse of the Werewolf, 1961) en snel daarna als lid van een motorbende (Joseph Losey's The Damned) en een jonge aristocraat die niet wilde deugen (Michael Winners The Jokers). Behalve Reeds rollen onder regie van Russell – een ketterse priester in The Devils en de pleegvader van Tommy – waren zijn beste die van Bill Sikes in de musical Oliver! (Carol Reed, 1968) en de sergeant in Michael Apteds The Triple Echo. Tot zijn recente werk behoren bijrollen in films als The Adventures of Baron Munchausen (Terry Gilliam, 1989) en Funnybones (Peter Chelsom, 1995). Het optreden dat het Britse televisiepubliek zich vooral van Reed zal herinneren is dat in een talkshow voor Channel Four, waarin hij verwijderd moest worden na te hebben geprobeerd feministe Kate Millet te zoenen of de vele verslagen van vechtpartijen in Madrid, Boedapest of zijn nieuwe residentie Ierland. Dat beeld doet weinig recht aan de intuïtieve kracht van zijn acteren als pathetische reus in een handvol interessante rollen, naast een grotere hoeveelheid prettig betaald schmieren.