Oranje Zwart ontgoocheld na strafballen

Zoveel doelrijpe kansen had Michel van den Heuvel geteld dat de coach van Oranje Zwart zich gisteren ondanks de nederlaag van zijn ploeg de morele winnaar waande van het eerste finaleduel tegen Bloemendaal. ,,Maar één ploeg had vandaag recht op de overwinning en dat waren wij'', sprak Van den Heuvel na afloop strijdlustig. ,,Bloemendaal moet zaterdag nog maar zien dat ze het redden.''

Zelden was een hockeycoach zo diep ontgoocheld als Van den Heuvel gisteren na de eerste krachtmeting uit de best-of-three-serie om het landskampioenschap. Terwijl Oranje Zwart lange tijd het beste van het spel had, ging Bloemendaal dankzij een betere strafballenserie (3-4) na bijna twee uur met de zege aan de haal. In de reguliere speeltijd waren beide ploegen blijven steken op 2-2. Voor eigen publiek kan Bloemendaal zaterdag de eerste landstitel in zes jaar veilig stellen.

Van den Heuvel weigerde zich gisteren neer te leggen bij dat scenario. Hoop putte hij onder meer uit de voorlaatste onderlinge ontmoeting, twee weken geleden op de slotdag van de reguliere competitie toen Oranje Zwart met 5-3 won aan de voet van 't Kopje. ,,We kunnen daar winnen, dat hebben we bewezen.'' Vraag is hoeveel waarde aan die zege mag worden gehecht. Voor Bloemendaal stond toen niets meer op het spel. Bovendien keek de belangrijkste troef, aanvaller Remco van Wijk, met een kuitblessure toe vanaf de zijlijn.

Gisteren was de 26-jarige international wel weer van de partij. Net als vorige week in de halve finales tegen HGC, toen hij goed was voor zes doelpunten in twee duels, eiste Van Wijk andermaal een hoofdrol voor zich op. Al na 1 minuut en 55 seconden opende hij de score door de eerste de beste strafcorner achter doelman Josef Kramer te kegelen. Het fraaiste staaltje volgde na rust. Met een ziedend backhandschot, het handelsmerk van de balvaardige spits, bepaalde hij halverwege de tweede helft de eindstand op 2-2.

Aan beide treffers zat volgens Van den Heuvel een luchtje. Het eerste doelpunt was ,,een schoolvoorbeeld van een bal die niet stil lag'', het tweede kwam tot stand ,,via de bolle kant zo heb ik me laten vertellen door een van mijn verdedigers''. De arbitrage was Van den Heuvel sowieso een doorn in het oog. ,,Schandalig en dramatisch'', zo typeerde de 34-jarige coach het optreden van met name scheidsrechter Philip Schellekens.

Helemaal ongelijk had Van den Heuvel niet. Vooral na rust ontpopte Schellekens zich als een warhoofd. Verwonderlijk was het dan ook niet dat zijn beslissingen voortdurend werden betwist door beide partijen. Al lijkt het gejammer van spelers en coaches meer en meer een gewoonte te worden, zo moest ook Bloemendaal-coach Bert Bunnik naderhand erkennen. ,,Protesteren is langzaam maar zeker tot kunst verheven.''

Net als bij collega Van den Heuvel overheerste ook bij Bunnik vreemd genoeg de teleurstelling. ,,We hebben ons te veel laten provoceren en intimideren'', vond hij. Bunnik doelde daarmee op de fysieke strijdwijze van Oranje Zwart dat onder aanvoering van de middenvelders Jay Stacy en Max Allers venijnig van zich afbeet. Bunnik: ,,Wij hockeyen, zij schromen het niet om de beuk erin te gooien als dat moet.''

Met name Allers, bijnaam Mad Max, zat zijn directe tegenstander, international Teun de Nooijer, fel op de huid. Met succes, maar het kwam de energieke draver van Oranje Zwart in de slotfase op een stevige bodycheck te staan van Van Wijk, die ook in fysiek opzicht de aanjager is bij Bloemendaal. Een bewuste overtreding? Van Wijk, met een engelengezicht: ,,Dat zou ik toch nooit doen. Hij liep zomaar ineens tegen me op.''

Naast Van Wijk verdiende ook vrije verdediger Diederik van Weel volgens Bunnik gisteren een speciale vermelding. ,,Niet langer de George Best van het Nederlandse hockey'', zo typeerde de coach zijn aanvoerder, die vorig jaar nog afviel voor de nationale selectie wegens een te hoog vetpercentage.

Samen met international Erik Jazet vormt Van Weel het hart van de Bloemendaal-defensie. Met lange halen proberen beiden de spitsen te bereiken waarbij het middenveld niet zelden wordt overgeslagen. Het `catenaccio-hockey', zoals HGC- en bondscoach Maurits Hendriks de aanpak vorige week noemde, kan niet iedereen bekoren. Maar het blijkt dit seizoen een uiterst effectief wapen dankzij de snelheid in de voorste linie, van De Nooijer, Van Wijk en collega-international Jaap-Derk Buma.

Buma kwam gisteren echter zelden los van zijn tegenstander. Dat was de verdienste van Oranje Zwart dat net als Bloemendaal risico's probeert uit te bannen. Daarin slaagde de ploeg gisteren opvallend goed, al was het niet genoeg om de zege af te dwingen. Tot ergernis van coach Van den Heuvel wiens fanatisme in schril contrast stond met de berusting van aanjager Stacy. ,,Oranje Zwart moet nu ineens niet te hoog willen grijpen'', liet de Australische record-international optekenen in het programmaboek. ,,We zijn al een heel eind gekomen, maar Orange and Black moet wel inzien dat het afkomstig is van de zevende plaats.''