In Moejnak sterven mensen als vliegen

De Aralzee, binnenzee op de grens van Oezbekistan en Kazachstan, verdwijnt en wordt in snel tempo een woestijn. Het gevolg is een enorme ecologische ramp, een `tweede Tsjernobyl'. In het Oezbeekse Moejnak sterven de mensen als vliegen en is de levensverwachting gedaald tot onder de dertig jaar.

In het zoute stof van het vissersdorp Moejnak liggen straathonden te creperen. Omdat hun vacht in vlokken loslaat lijken het Danteske hellewezens. Net als de kinderen van Moejnak, die in de ziekenboeg aan de overkant van de weg liggen dood te gaan. De zesjarige Roestan bijvoorbeeld ziet eruit als een opblaaspop, bleek en gezwollen door een nierziekte.

,,We kunnen niets voor hem doen'', zegt dokter Zjoemagoel Bostanova in het bedompte, onverlichte zaaltje. Roestan opent zijn ogen, zonder dat er een uitdrukking op zijn gezicht verschijnt. Zelfs de kraamkliniek lijkt op een sterfhuis, waar een kind amechtig ligt te liggen. ,,Vier van de vijf zwangere vrouwen zijn ziek'', zegt de arts. ,,We hebben wel medicijnen, maar geen schoon water en gezond voedsel.''

Het 28.000 zielen tellende havenplaatsje ligt in het epicentrum van wat de Moskouse milieudienst Goskompriroda al in de Gorbatsjov-tijd ,,de grootste ecologische ramp op onze planeet'' noemde: de metamorfose van de Aral-zee in de Aralwoestijn. Op de kade van Moejnak herinnert op het eerste gezicht niets meer aan de zee. Er cirkelen geen meeuwen; de vloedlijn heeft zich 120 kilometer teruggetrokken. Wel staat er nog een straffe wind, die om de her en der wegrottende scheepskarkassen speelt.

De stofstormen die de lemen visserhuisjes geselen zijn giftig. Toxicologen die hier metingen verrichten dragen chirurgenkapjes tegen de cocktail van sulfaten, nitraten, pesticiden, herbiciden en ontbladeringsmiddelen die op de zeebodem zijn neergeslagen. De oorzaak is bekend: Sovjet-planners hebben de Karakoem- en Kizilkoemwoestijn omgezet in een katoenplantage met het water van twee rivieren, de Amoe Darja en de Syr Darja, die nog slechts een drainagestroompje vol landbouwgif op de Aral-zee lozen.

Gevolg: de levensverwachting in Moejnak bedraagt 28,5 jaar. In de delta van de Amoe Darja (Karakalpakstan, 1,4 miljoen inwoners) is het aantal nier- en leveraandoeningen in vijftien jaar met een factor dertig gestegen. Tachtig procent van de vrouwen lijdt aan bloedarmoede. ,,Onze mensen sterven als vliegen'', stelt gynaecologe Oral Atanijazova van het regionale Centrum voor Gezinsplanning. ,,We hebben de hoogste kindersterfte in de voormalige Sovjet-Unie.''

Praktisch iedereen in Noekoes, de hoofdstad van Karakalpakstan, klaagt over hoofdpijn, opgezette klieren of andere kwalen. Het kraanwater staat stijf van de zware metalen en restjes DDT, dat hier nog altijd schijnt te worden gebruikt. De 36-jarige kunstenares Goenara laat het water eerst twaalf uur bezinken voordat ze er thee van zet. Douchen in het hotel raadt zij af, net als tandenpoetsen zonder mineraalwater uit flessen.

De uitdroging van de Aral-zee, die het klimaat van Karakalpakstan heeft gewijzigd van mild in extreem droog, wordt regelmatig omschreven als ,,een tweede Tsjernobyl''. Maar er is een verschil: de gesmolten kerncentrale van Tsjernobyl is ingekapseld in een sacrofaag van beton terwijl er niets wordt gedaan aan het verstuiven van de giftige zeebodem.

De Unie voor de Bescherming van de Aral-zee heeft alle hoop opgegeven. ,,Er is elk jaar wel een grote Aral-conferentie, maar daar komt niets uit'', zegt directeur Joesoep Kamalov. Zijn kantoortje staat vol computers van buitenlandse hulporganisaties – in tien jaar zijn er meer dan vierhonderd verschillende instanties langsgekomen – en iedere zichzelf respecterende donor onderhoudt wel een Aral-website. Het sterfproces van de binnenzee spreekt zo tot de verbeelding dat de NASA het met satellietfoto's op het Internet weergeeft. National Geographic, Artsen zonder Grenzen, een Japans ecologietijdschrift, stuk voor stuk lichten ze alle facetten van het drama uit op hun webpagina's.

Het heeft iets pervers dat je de tuberculose- en hepatitislijders op het computerscherm kunt bekijken, dat je het terugtrekken van het meer over de jaren vanuit een ruimteoog kunt volgen, terwijl niemand in Moejnak ook maar toegang tot het Internet heeft. In slow motion voltrekt zich een ramp (,,over tien jaar is de Aral verdwenen'', zo luidt de prognose), terwijl er geen reddingspoging wordt ondernomen.

In 1988 had partijsecretaris Gorbatsjov nog geprobeerd de verdwijning van de zee per decreet een halt toe te roepen: hij gebood Kazachstan en Oezbekistan bij hun irrigatie jaarlijks negen kubieke kilometer water te besparen om de Aral weer tot leven te wekken. Maar toen de Sovjet-Unie uiteenviel, voelden de nieuwe republieken zich daar niet aan gehouden. Ook het Sovjet-plan om de loop van de Siberische rivier Irtisj om te buigen van de Noordelijke IJszee naar de zuidelijke Aral (via een kanaal van 2500 kilometer) kwam met het opbreken van de USSR te vervallen.

De Verenigde Naties helpen nu bij de aanleg van een ,,groene heg'', een bomenrij die Noekoes van de chemicaliënstorm moet afschermen. ,,Maar dat werkt niet', zegt Goenara, wijzend op de kale staken aan de horizon. ,,Er zijn plekken die zo verzout zijn dat er geen struik meer wil groeien.'' De katoenvelden zijn bedekt met een zoutkorst die elk voorjaar met een enorme hoeveelheid water weggespoeld dient te worden. Op twintig kilometer voor de ,,kustlijn'' houden de irrigatiekanalen op. De modderige bedding van de Amoe Darja gaat alleen verder. Moejnak ligt verderop in de woestijn, op een oeverwal van de vroegere rivierdelta.

Goenara komt hier elke maand omdat ze een werkplaats runt waar twintig werkloze meiden borduurwerk maken, dat ze in de souvenirwinkel van Hotel Intercontinental in de hoofdstad Tasjkent verkoopt. Samen met de hulp van Artsen zonder Grenzen is haar naaiatelier de enige bijstand die de Moejnakkers krijgen.

Op de zandduinen ligt een roestbruine kotter, Parel geheten. Een Kazach met een getaande huid vertelt dat hij jarenlang als visser op dit wrak heeft gewerkt. Op een dag in 1980 kwam de Parel bij vloed niet meer los van de bodem. ,,We hebben haar vlot getrokken en verderop afgemeerd. De hele vloot kwam daar te liggen. Maar in 1986 viel ook daar de zee droog en toen was het gedaan.'' Wat hij vooral jammer vindt: ,,Vis was hier vroeger gratis. Nu moeten we het kopen. Maar van welk geld?''

Verderop in een kale flat zitten de meiden van Goenara te borduren. Ze zijn verlegen, te jong om zich de zee nog te herinneren. De moeder van een van hen werkt in de visconservenfabriek. Toen de vloot van Moejnak ter ziele ging werd de vis per trein aangevoerd uit de Baltische landen. Maar dat werd te duur, zodat de fabriek is overgeschakeld op het inblikken van tomaten. ,,Moejnak is een stervend dorp'', zegt Goenara. ,,Als je deze meiden niets te doen geeft gaan ze langzaam dood.''

Ook dokter Bostanova is somber. Als kind zwom ze elk weekend in zee. In de jaren tachtig was ze medicijnen gaan studeren in Astrachan bij de Wolga-monding. ,,Toen ik terugkwam wist ik niet wat ik zag. Een maand lang was ik ziek, ik kon niet tegen het klimaat, en niet tegen het zoute water.'' Wat haar aan Moejnak bindt zijn haar gepensioneerde ouders, die vroeger allebei arts waren in hetzelfde ziekenhuisje. Bostanova zou zelf wel kinderen willen, maar niet hier in de Aralwoestijn, waar de moedermelk is vergiftigd met lood, cadmium en sporen van ontbladeringsmiddelen, die bij de mens haaruitval teweeg zouden brengen.

Foto's Satellietfoto's van de Aralzee in Bureau Moskou (www.nrc.nl/Moskou)