Gitarist Williams superieur omkranst

Het Concert in A groot voor gitaar en orkest van de Italiaanse componist Mauro Giuliani klinkt bedrieglijk vanzelfsprekend. Balansproblemen zijn marginaal en het orkest past soepel om de gitaarpartij, die gonst van de idiomatische handigheden van een componist die ook zelf de meestergitarist was die zijn muziek vereist.

Aan het front van de meestergitaristen is de Australiër John Williams na het overlijden van zijn leermeester Andrès Segovia de meest prominente aanwezige. Hij nam het concert van Giuliani, na het Concierto de Aranjuez van Joaquin Rodrigo immers het meest beminde repertoirestuk, al op aan het begin van zijn loopbaan, maar herzag zijn visie, zodat vandaag voor de tweede maal zijn interpretatie van het werk op cd verschijnt (Sony SK 63385).

Gisteravond kon Williams' huidige visie op Giuliani live en in aanwezigheid van koningin Beatrix en prins Claus worden beluisterd in de serie Grote Solisten van het Concertgebouw. Williams werd, evenals op de nieuwe opname, begeleid door het Australian Chamber Orchestra onder leiding van concertmeester Richard Tognetti, en juist daarin bleek een belangrijke drijvende kracht achter de uitvoering te schuilen.

Het Australian Chamber Orchestra telt slechts zestien strijkers, die unaniem lijken te streven naar eenheid in vorm en inhoud. Aan de oppervlakte blijkt dat uit het opmerkelijke feit dat de musici staand spelen, waarbij een te extreem lengteverschil tussen twee violisten ter voorkoming van botsende strijkstokken werd genivelleerd met behulp van een voetstukje.

Een dergelijk oog voor detail kenmerkt ook inhoudelijk de muzikale aanpak van dit kamerorkest, dat zich ter omkransing van de feitelijk kleine bijdrage van John Williams boog over het Divertimento voor strijkorkest van Béla Bartók en de Symfonie nr. 64 van Joseph Haydn.

In beide muzikale werelden betoonde het orkest zich een kamermuzikaal ensemble in de beste zin des woords. De totaalklank in Bartók klonk opmerkelijk warm en genuanceerd, en ook Haydn won in de uitgedunde bezetting met slechts vijf blazers aan helderheid, zonder dat het edele karakter van het Largo teniet werd gedaan door instrumentale magerzucht.

John Williams heeft zich gedurende zijn inmiddels lange loopbaan steeds ingezet voor de verbreiding van minder bekende gitaarmuziek, en voerde gisteravond de aan hem en het orkest opgedragen compositie Nourlangie (1989) van zijn landgenoot Peter Sculthorpe uit. Hoewel dit werk, vernoemd naar een Australische rots, aanvankelijk charmeert met effectieve natuurschilderingen, leek de gitaarpartij een bewijs van Berlioz' uitspraak dat slechts een gitarist in staat is goede gitaarmuziek te componeren. Williams borduurde subtiel zijn vaak pentatonisch georiënteerde partij op de wat monotone begeleiding, maar voor wie kwam voor virtuoos gitaarspel bleef het luistergenoegen beperkt tot het Concert in A-groot van Giuliani.

Subtiel versterkt door twee kleine geluidsboxjes overtuigde Williams hier met een subtielere, minder technische visie dan voorheen in de virtuoze cadensen, waarbij hij zoals steeds lichtvoetig werd begeleid. In de Polonaise leidde dat tot aanstekelijk samenspel, in de Siciliana klonk even een dromerige verstilling in weemoedige dialoog tussen Williams en drie strijkers. Maar een Groot Solist als Williams had een iets groter aandeel in een aan hem gewijd concert niet misstaan.

Concert: John Williams (gitaar) m.m.v. het Australian Chamber Orchestra o.l.v. Richard Tognetti. Werken van Bartók, Haydn, Sculthorpe, Giuliani. Gehoord: 2/5 Concertgebouw, Amsterdam.