Geur, licht en vibratie in De Appel

Voor de regelmatige bezoeker van De Appel is het bij binnenkomst even schrikken. Een twaalftal internationale kunstenaars, bijeengebracht door vijf jonge tentoonstellingsmakers van het Curatorial Training Programme, heeft de tentoonstellingsruimte grondig onder handen genomen. De ruime entreehal is grotendeels afgeschermd door metershoge rode metalen platen, doorgangen zijn geblokkeerd, deuren toegevoegd en in zalen die vroeger kunstlicht hadden, schijnt nu zonlicht naar binnen. Het gebruikelijke parcours – trap op, zalen links volgend en nog een trap op naar de tweede verdieping – is door de kunstzinnige ingrepen ontregeld, zaalteksten of naambordjes ontbreken. Op een video bij de ingang voert een jonge man, zonder ondertiteling, monologen in een onverstaanbare, Scandinavisch klinkende taal. Hij zou hij het net zo goed over het weer kunnen hebben als over de toestand in Kosovo.

Volgens Suzanne van de Ven, de Nederlandse deelnemer van het internationale curatoren-programma van De Appel, is bewust gekozen voor deze vorm van verwarring. De bezoeker moet de ruimtes ervaren, zonder afgeleid te worden door titelkaartjes. Pas op de tweede verdieping, als alle zalen doorlopen zijn, ligt uitleg over de kunstenaars en hun werken. Daar ontdek je bijvoorbeeld dat de man op de video, de IJslandse kunstenaar Thoroddur Bjarnason, vertelt over ruimtes waar hij ooit is geweest.

Voor Anarchitecture, de tentoonstelling waarmee de groep jonge curatoren `afstudeert', dient het gebouw van De Appel als uitgangspunt. Zij zochten op tentoonstellingen, beurzen en manifestaties in binnen- en buitenland naar jonge, nog relatief onbekende kunstenaars die met het concept ruimte werken. Aan hen werd gevraagd speciaal voor de tentoonstelling een werk te maken dat de bestaande architectuur zou veranderen. Het resultaat is een bonte verzameling installaties die de lastige ruimtes van De Appel transformeren door middel van geur, geluid, licht, optische foefjes en trillingen.

De Amerikaan Mark Bain bevestigde machines aan de wanden die de natuurlijke frequenties van het gebouw hoor- en voelbaar versterken. Op de opening liet Bain het pand van top tot teen te trillen. Er klonk een oorverdovend gebrom door het hele gebouw en het publiek schurkte zich tegen de muren om de vibraties te voelen.

Ingrijpend is ook de installatie die Stefania Galegati in een kleine gang bouwde, al is het maar omdat directeur Saskia Bos haar kantoor de komende weken kruipend moet betreden. Galegati liet de wanden, de vloer en het plafond taps toelopen, waardoor de gang vele meters langer lijkt. Wie er in loopt, moet aan het eind bukken om zijn hoofd niet te stoten en voelt zich als een reusachtige Alice in Wonderland.

Er zijn meer kunstenaars die het de bezoeker ongemakkelijk maken. In een naar citronella ruikende ruimte word je achtervolgd door het geluid van een irritant zoemende mug een werk van de Belg Gert Robijns. En lopend op de trap lijk je te worden bedolven onder het gewicht van een manshoog tractorwiel dat op de bovenste trede staat te wankelen. De zwarte vegen op de muren van het trapgat voorspellen niet veel goeds.

Andere kunstenaars zijn minder duidelijk in hun bedoelingen en laten de bezoeker andermaal aan zijn lot over. Wie niet weet dat Gregor Schneider identieke kamers in kamers bouwt, zal zijn video's bekijken als doodsaaie registraties van zomaar een deur of een raam. Wie de ruimte van De Appel niet kent, zal niet opmerken dat de houten deur in Schneiders zaal er normaal niet zit, en dus de videoprojectie die erachter schuilgaat missen. En wie de film North by Northwest van Hitchcock nooit gezien heeft, herkent niet dat de muurschildering van Martin Boyce daardoor geïnspireerd is. De beoogde verwarring kan hierdoor ontaarden in irritatie en onbegrip.

Anarchitecture is minder uitgesproken en recalcitrant dan bijvoorbeeld `Crap Shoot', de geruchtmakende curatorententoonstelling uit 1997 en niet zo hip en zinnelijk als zijn voorganger `Seamless'. De titel verwijst naar de `anarchitecture group', in de jaren zeventig opgericht door de architect/kunstenaar Gordon Matta-Clark. Hij zaagde huizen doormidden en sloeg gaten in muren en vloeren om duidelijk te maken dat architectuur te weinig inspeelt op sociale en culturele veranderingen. Zo radicaal is Anarchitecture niet. De tentoonstelling wil de bestaande structuren van het gebouw niet omverwerpen, maar hoogstens het dicterende parcours op zijn kop zetten. De meest anarchistische daad is in deze context het werk van Italo Zuffi. De Italiaan plaatste een compressor op de vloer, en richtte het uiteinde van de slang van een centimeter afstand op de muur. Wellicht dat onder druk van de lucht aan het eind van de tentoonstelling een gaatje in de wand is gesleten, al zal dat niet veel groter zijn dan een dubbeltje.

Tentoonstelling: Anarchitecture. T/m 6 juni in De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam. Di t/m zo 12-17u. Catalogus ƒ17,50.