Debuut Mulisch

Marita Mathijsen doet het in haar brief (NRC Handelsblad, 29 april) voorkomen alsof Uitgeverij Conserve op 1 september niet de tweede afzonderlijke druk uitgeeft, na de eerste druk die 47 jaar geleden verscheen van Harry Mulisch' debuutnovelle Tussen hamer en aambeeld uitgeeft, maar de vierde druk. Het is jammer dat ze niet de moeite heeft genomen om de zomerfolder van Uitgeverij Conserve te lezen en/of het artikel dat ik in 1983 wijdde aan het debuut van Mulisch in Mijn eerste boek — 30 Schrijversdebuten, dat nu ook herdrukt wordt. Daarin staat zowel het verhaal van het verzameld werk, als Mulisch' Mijn getijdenboek, waarin hij aanvankelijke verwerping van de novelle herziet en vindt dat het werk van de negentienjarige mag worden herdrukt, zoals gebeurde in de Verzamelde verhalen 1947-1977. En het is juist de versie uit deze bundel die op verzoek van Mulisch centraal staat voor de integrale, tweede druk, sinds de eerste in september 1952 bij De Arbeiderspers verscheen in de Boekvink-reeks `Literatuur in miniatuur'.

Dit voorjaar is in nauw overleg met Harry Mulisch vastgesteld dat onze integrale herdruk van Tussen hamer en aambeeld niet de `zogenaamde eerste herdruk' is sinds 1952 en ook niet de vierde druk op de manier waarop Mathijsen het schrijft, maar wél de echte eerste herdruk of de echte tweede, afzonderlijke druk sinds 1952. En hoe deskundig ze ook is, wil mevrouw Mathijsen de schrijver Harry Mulisch tegenspreken?