CHôRO COMBINADO

`De muziek van Chôro Combinado is als een zomerbries', schrijft AD-recensent Ruud Meijer op de uitklapverpakking van Sonoroso en dat ook nog eens in het Engels en Portugees. Men zou het bij dat oordeel kunnen laten ware het niet dat de ene zomer de andere niet is. Het gaat hier over de Braziliaanse zomer - vandaar dat Portugees - waarin zo'n bries anders dan bij ons meer dan welkom is. De choro is ouder en minder extravert dan de samba en fungeerde vanaf eind vorige eeuw vooral als salonmuziek voor de betere, dus blanke kringen. Dat was niet alleen merkbaar aan het repertoire met veel polka's en walsen, maar ook aan het instrumentarium. Trommels waren uiteraard taboe, gitaar en klarinet daarentegen zeer geliefd.

Chôro Combinado, bestaande uit de Braziliaanse gitarist Rogérico Bicudo, de Nederlandse Amerikaan Michael Moore op rieten en de Curaçaose Nederlanders Pedro Libert en Eric Calmes op viool en contrabas, haalt het genre uit de motteballen zonder in archaïsmen te vervallen, ook als Pixinguinha, de belangrijkste componist van het genre, wordt geëerd. Diens klassieker Lamento krijgt met Moore op altsax een prachtige vertolking. Ook de titelsong en Ingênuo hebben een bijna bedwelmend karakter.

Als geheel is deze cd – Meijers omschrijving vertaald naar de Nederlandse situatie – troostend als een kuipbad dat 57 minuten en 58 seconden op temperatuur blijft.

Chôro Combinado: Sonoroso (BVHAAST 9813).