Brug voor Han van Zomeren

Op 10 oktober 1941 werd op de Larense hei de Amsterdamse drukker Han van Zomeren, 21 jaar oud, door een Duits vuurpeloton gefusilleerd. Een bewaker van de gevangenis aan de Weteringschans schreef die avond aan zijn verloofde: `Een van onze ter dood veroordeelden is vanmiddag weggehaald om terecht gesteld te worden. Het was een prachtige blonde jongen van 20 jaar ongeveer. Hij was communist en had drukwerk gemaakt. Die kerel was zo sterk en rustig. (..) Kind, dat was een held, die jongen!'

Han van Zomeren was bezield van strijdlust voor een betere wereld, hij was zeer belezen en schreef vlammende poëzie. De gloed van zijn levenslust en idealisme is zijn toenmalige vriendin, nu 78 jaar, moeder en grootmoeder, haar levenlang niet kwijt geraakt.

Begin 1996 schreven we op deze plaats hoe een bericht in het Haarlems Dagblad haar op het spoor had gebracht van Cor van Viersen, die destijds de cel met Han deelde en die evenmin ooit zijn moedige lotgenoot had kunnen vergeten.

Hun ontmoeting leidde tot het boekje `Uns geht die Sonne nicht unter', uit hun beider verhalen opgetekend door de journalist Ferry Tromp. Het werd een klein monument voor de jonge verzetsman, in 1995 liefdevol uitgegeven door de Grafische Cultuurstichting KGVO te Amstelveen. In facsimile is het laatste briefje afgedrukt dat Han aan zijn vriendin Wil schreef: `Wiljoesja, We zullen het geluk bij het kleine moeten laten. Ik ben ter dood veroordeeld. (..) Wees sterk, Wiljoesja. Ik ben gelukkig. Groet al onze kameraden. Han.'

In januari 1996 schreven we hier hoe Wil Budding-Gramberg en Cor van Viersen vergeefs hadden getracht een straat in Amsterdam vernoemd te krijgen naar Han van Zomeren. Mede echter door onze publicatie hebben ze nu toch succes. Morgen, op 4 mei, zal wethouder Ronteltap van Stadsdeel Oud Zuid de zojuist fris opgeschilderde houten voetgangersbrug over het Amstelkanaal tussen Amstelkade en Jozef Israëlskade heropenen als de Han van Zomerenbrug. De brug, die later door een definitieve zal worden vervangen, ligt niet ver van de Mesdagstraat waar Van Zomeren woonde.