Barokfestival begint met twee melodrama's

Wie op tijd kwam, was zaterdagmiddag een half uur te vroeg voor het concert waarmee het Vlaamse barokorkest La Petite Bande het spits afbeet van het Internationaal Barok Festival Amsterdam. De BRT had het concert later aangekondigd, waardoor musici en publiek geen andere optie restte dan schoorvoetend wachten op de mogelijke schare Belgische luisteraars.

Dirigent Sigiswald Kuijken vulde de tijd met een bloemrijke inleiding over de opzet van de uit te voeren werken. Beide behoren tot het tegenwoordig vrijwel vergeten genre melodrama, waarin declamatoren in steeds wisselende versvoeten een verhaal voordragen en het orkest tussen de regels door zorgt voor muzikale illustratie van de handeling.

De Duitse componist G.A. Benda (1722-1795) introduceerde het genre in Duitsland en vond voor zijn melodrama's Ariadne auf Naxos en Medea een willig oor bij Mozart en Goethe. Maar voor een hedendaags luisteraar bleek het melodrama een onwennig genre. Geconditioneerd door idiomatisch verwante Singspiele van Mozart, lijkt elk suggestief melodisch tussenspel de aanhef van een aria aan te kondigen, maar juist gezang blijft in het melodrama uit.

Om de spanningsboog in de onbegeleidde tekstdeclamaties uit te tillen boven het niveau van de gesproken dialogen in, bijvoorbeeld, Mozarts Die Zauberflöte is kennis van prosodie een vereiste. Sopraan Marie Kuijken, dochter van de dirigent, bleek een uitstekend vertolkster van de titelrollen in beide melodrama's. Mimetisch herinnerde zij aan actrices uit zwijgende films, prosodisch voorzag zij haar teksten woord voor woord van illustratieve stembuigingen en ritmische accenten. Daardoor werd duidelijk waarin de attractiviteit van het melodrama schuilt. Haar tegenspeler, de bariton Stephan Genz stak daarnaast als Theseus en Jason ondanks de welluidende draagkracht van zijn stem mager af door zijn veel minder gevarieerde dictie.

Ondersteund door de beweeglijk en gepassioneerd spelende musici van La Petite Bande verdiende deze kennismaking met het melodrama niettemin een groter publiek dan het handjevol liefhebbers dat naar de Westerkerk was toegestroomd. Het Internationaal Barok Festival Amsterdam hoopt uit te groeien tot een jaarlijks evenement, maar vooralsnog domineren groeipijnen in de vorm van vele programma- en bezettingswijzingen, annuleringen en een soms tegenvallende kaartverkoop de eerste jaargang.

Bij de uitvoering van G.F. Händels Messiah door het achttienkoppige Engelse kamerkoor The Sixteen en het barokorkest The Symphony of Harmony and Invention onder Harry Christophers was gistermiddag in de Grote Zaal van het Concertgebouw wel een respectabel publiek toegestroomd. Daaraan zal zeker zijn bijgedragen door de aanwezigheid van countertenor Michael Chance, die zijn alt met de hem kenmerkende, haast vloeibare frasering door het orkest liet stromen. Uit Chances interpretaties klinkt de kracht van het intellect, zoals bleek uit de doordachte, tekstueel logische rubati en accenten waarmee hij zijn aria But who may abide invulde.

De overige solisten betoonden zich allen uitstekende vocalisten, maar waren te zeer verschillend in muzikale geaardheid. In het duet tussen Michael Chance en tenor Mark Tucker stond Tuckers veel minder slanke geluid het gewenste vocale samensmelten in de weg. Oook sopraan Lynda Russell detoneerde door het karakter van haar majesteitelijk timbre en romantisch vibrato in de bedding van deze Händel-interpretatie.

Dirigent Harry Christophers nam de aria's in snelle tempi en belichtte de recitatieven en koordelen met originele fraseringen. Hij ging koor en orkest voor in het beklemtonen van de muzikale opbouw, wat leidde tot hoogtepunten als het a cappella-deel Since by man came death, dat hier even transparant en loepzuiver als beheerst klonk, met een soms rafelige tenorgroep als enig smetje op technische perfectie. Soms is esthetische perfectie echter niet het hoogste goed. In de geëxalteerde delen als het befaamde Halleluja!-koor klonk deze Messiah te gepolijst, en deed de totaalklank verlangen naar een visie met wat minder naakt verstand en wat meer temperament.

La Petite Bande o.l.v. Sigiswald Kuijken m.m.v. Marie Kuijken (sopraan), Stephan Genz (bariton). G.A. Benda, Ariadne auf Naxos; Medea. Gehoord: 1/5 Westerkerk, Amsterdam.

The Sixteen/The Symphony of Harmony and Invention o.l.v. Harry Christophers m.m.v. Michael Chance (countertenor), Peter Harvey (bas) e.a. Gehoord: 2/5 Concertgebouw Amsterdam.