`Ze hanteerde haar sekse als wapen'

We kennen haar als de pedagoge die een kindvriendelijk onderwijssysteem in Nederland introduceerde. Maar over haar kokketterie, haar bastaardzoon en haar introductie van de Nieuwe Vrouw is minder bekend. Historicus Marjan Schwegman schreef een biografie over Maria Montessori.

Een hermetisch gesloten archief, angstvallig bewaakt door de erfgenamen, dat is het schrikbeeld van elke biograaf. Historicus Marjan Schwegman vond dit obstakel op haar weg bij het schrijven van de biografie Maria Montessori 1870-1952. Kind van haar tijd, vrouw van de wereld. Het belangrijkste archief van de uitvindster van de pedagogie van de teruggetrokken opvoeder, mocht zij niet inzien. Dat bevindt zich bij de Association Montessori Internationale (AMI) in Amsterdam. Het enige kijkje in de keuken dat de erven Montessori haar toestonden, was een bezoek aan Maria's voormalige werkkamer in het AMI-pand aan de Koninginneweg 161 in Amsterdam.

Schwegman, onder meer bijzonder hoogleraar Vrouwengeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, mocht als schrale troost aanschuiven achter het bureau waaraan Montessori de laatste vijftien jaar van haar leven geregeld heeft zitten schrijven. ,,Ik heb me nogal boos gemaakt over de weigering van de AMI'', zegt ze, ,,want wetenschappers behoren toch onderzoek te kunnen doen naar publieke figuren. Ik kan me er wel iets bij voorstellen dat nabestaanden spitten in het verleden als een schending van de privacy ervaren, maar in dit geval vind ik dat toch overdreven. Maria Montessori is al in 1952 overleden.''

De familie Montessori is blijkbaar nog niet bekomen van de schrik die een eerdere biografie hun heeft bezorgd. De Amerikaanse publiciste Rita Kramer kreeg in de jaren zeventig wel inzage in delen van het Montessori-archief en was daardoor in staat om het mythische beeld dat Maria Montessori tijdens haar leven van zichzelf heeft gecreëerd, aanzienlijk bij te stellen. Kramer was de eerste die breed heeft uitgemeten dat Montessori een buitenechtelijk kind had, dat zij kort na de geboorte in 1898 heeft afgestaan. Zij heeft uitvoerige gesprekken gevoerd met Montessori's zoon, Mario. Hij is op zijn vijftiende weer aan haar zijde teruggekeerd, maar zij stelde hem consequent aan buitenstaanders voor als neef of pleegzoon. Schwegman heeft hem niet als mondelinge bron kunnen raadplegen, want Mario Montessori is inmiddels overleden.

Ondanks deze beperkingen heeft zij het aangedurfd om een nieuwe biografie te schrijven, die dezer dagen (in beknopte vorm) ook in Italië zal verschijnen. Een voor een breed publiek toegankelijke Nederlandstalige biografie van Montessori bestond merkwaardig genoeg nog niet, terwijl de Montessoribeweging sinds 1935 in Nederland gevestigd is en de nabestaanden van Maria hier na haar dood zijn blijven wonen. Bovendien was er nog geen biografie die laat zien hoe bijzonder het is dat Montessori als vrouw zoveel succes heeft kunnen behalen in een door mannen gedomineerde wereld.

Kramer beschreef Montessori vooral als pedagoge, maar Schwegman schetst haar met behulp van haar kennis van de vrouwengeschiedenis en de Italiaanse cultuurgeschiedenis vooral als vrouw en weet haar beter te plaatsen in de sekseverhoudingen van die tijd. Door deze achtergrond kon Schwegman ook een scherpere analyse geven van de ontwikkeling van het gedachtegoed van Montessori, die volgens haar eerder een experimentele wetenschapper of uitvinder was dan een pedagoge.

,,Maar ik wil beslist niet de indruk wekken dat ik me afzet tegen Kramer. Misschien is het zelfs wel een voordeel geweest dat ik het AMI-archief niet mocht raadplegen en Kramer wel. Daardoor was ik genoodzaakt omtrekkende bewegingen te maken, die mij perspectieven hebben opgeleverd die ik anders nooit zou hebben gevonden.''

Jongensland

Montessori had aanvankelijk helemaal geen plannen om zich bezig te houden met kinderen. Tot verrassing van haar ouders, die beiden afkomstig waren uit een liberaal nest, meldde ze op haar twaalfde dat ze naar de Technische School wilde, om later ingenieur te kunnen worden. Dat type school was in die jaren het jongensland bij uitstek, wat onder meer bleek uit het ontbreken van aparte wc's voor meisjes. Ondanks de pesterijen van haar klasgenoten behaalde ze het eindexamen.

Toch zag Maria hierna af van de ingenieursopleiding, naar eigen zeggen in een opwelling. De aanblik van een arme vrouw met kind in een van de Romeinse straten maakte haar in een flits duidelijk dat haar bestemming in de geneeskunde lag. ,,Ingenieurs en natuurwetenschappers bestuderen geen concrete mensen, maar artsen wel. Dat leek Montessori het aantrekkelijke van de geneeskunde'', legt Schwegman uit.

De geneeskunde mocht zich dan richten op concrete mensen, maar die waren soms wel dood. Montessori vond haar eerste anatomische les in de snijzaal zo'n afschuwelijke ervaring dat ze bijna was gestopt met haar studie. Het was haar eerste botsing met het kille positivisme dat eind negentiende eeuw hoogtij vierde. Zij kon niet goed uit de voeten met een filosofie die het bestaan van een realiteit buiten de zintuiglijke waarneming ontkent. Bij het zien van haar eerste lijk kon ze alleen maar denken dat die resten ooit bezield waren geweest met een moreel leven, met gedachten, met pijn. Maar ze overwon zichzelf, voltooide haar studie en werd een van de eerste vrouwelijke artsen in Italië. ,,Niet de állereerste, zoals zij beweerde in het heldenverhaal dat zij zelf over haar leven vertelde. Montessori zag zichzelf graag als de eenzame pionier die grenzen opzoekt en overschrijdt'', stelt Schwegman vast.

Zij trok als vrouw uiteraard de aandacht in het mannenbolwerk van de medische wereld, niet in de laatste plaats omdat ze aantrekkelijk was. Maar het ergerde haar als ze alleen om die reden bewondering opwekte, want ze wilde vooral om haar moed geprezen worden, zo blijkt uit correspondentie die Schwegman citeert. ,,Ik zie er delicaat en tamelijk verlegen uit en toch weet men dat ik naar lijken kijk en ze aanraak, dat ik onverschillig ben voor hun stank, dat ik naakte lichamen observeer (ik – als enige meisje onder zoveel mannen!) zonder flauw te vallen'', schreef Montessori aan een vriendin. Toch was zij op dit punt nogal ambivalent, want naar het oordeel van Schwegman wekken de foto's uit die tijd de indruk dat Maria haar schoonheden zelfbewust en onbekommerd etaleerde.

Tegen het eind van haar studie kwam Maria Montessori te werken in de psychiatrische kliniek van de Universiteit van Rome, die onder meer een afdeling met deficiënte kinderen kende. Deze kinderen gedroegen zich in de ogen van de artsen als wilde beesten, bijvoorbeeld omdat ze zich na het eten massaal op de kruimels op de grond stortten. Diverse experts deden onderzoek om te bepalen in hoeverre deze kinderen nog opvoedbaar waren.

Een van hen was Giuseppe Montesano, met wie Maria een verhouding kreeg. Ze raakte zwanger van hem en dat had rampzalige gevolgen voor de ambitieuze Maria. Hun ouders wilden niet dat ze trouwden, vertelde Maria later aan haar zoon, en Maria wilde ook niet als ongehuwde moeder door het leven gaan, omdat ze dan als gevallen vrouw zou gelden. Maria en Montesano besloten het kind aan de zorg van anderen toe te vertrouwen.

,,Dit drama is de voedingsbodem geweest voor veel latere handelingen en uitspraken van Maria Montessori'', meent Schwegman. ,,Het bijzondere van Montessori is dat zij deze puur persoonlijke ervaring heeft weten te transformeren tot iets groters, iets onpersoonlijks.''

De Nieuwe Vrouw

In september 1898, een half jaar na Mario's geboorte, toonde Montessori niet haar baby aan de wereld, maar presenteerde ze tijdens een pedagogisch congres in Turijn de grondslag van een pasgeboren pedagogie. De recente moord op Elizabeth van Oostenrijk – beter bekend als Sissi – zou niet hebben plaatsgevonden als de moordenaar zou zijn opgegroeid in een speciaal instituut waarin zijn slechte neigingen in goede banen waren geleid, betoogde Montessori in Turijn. Men moest inzien dat ook abnormale kinderen over speciale eigenschappen beschikten die bestudering en respect verdienden. Ze hunkerden naar welke vorm van aanraking dan ook en dát was de werkelijke reden dat zij zich op de broodkruimels wierpen in een zaal zonder enig meubilair. Ook deze kinderen hadden behoefte aan liefde, en de vrouw was daarvan het universele symbool, zo benadrukte Montessori.

Zij kreeg een ovationeel applaus van de congresgangers, die daarna een resolutie zouden aannemen waarin ze de oprichting bepleitten van speciale opvoedingsinstituten voor abnormale kinderen. Ze begon na dit congres ook lezingen te houden over de Nieuwe Vrouw (Donna Nuova) en riep haar seksegenoten op om, net als zij, actief te worden in de wetenschap en zich niet te laten afschrikken door de dominantie van mannen.

Met de introductie van het universele moederschap en haar wervingscampagnes onder vrouwen, hanteerde Montessori voor het eerst openlijk haar sekse als wapen, in wat Schwegman ziet als een patentstrijd om de uitvinding van een nieuwe opvoedingsmethode. Want haar ideeën waren op zichzelf niet uniek. Veel daarvan had ze opgepikt van haar collega's in de kliniek en uit boeken van (buitenlandse) geleerden. Ze probeerde als een uitvinder haar ideeën aan haar naam te verbinden, wat ook paste in het culturele klimaat van het fin de siècle. ,,Tussen uitvinders en pedagogen bestond nog niet zo'n kloof als tegenwoordig. Er was geen principieel onderscheid tussen het ontwerpen van apparaten en het ontwerpen van ideeënstelsels.''

Montessori verlegde haar aandacht in de jaren die volgden van deficiënte kinderen naar normale kinderen en ontwikkelde haar Montessori-methode. Die komt er kortgezegd op neer dat kinderen zelf de kans moeten krijgen hun capaciteiten te ontdekken en dat volwassenen hen niet in het keurslijf van hun eigen opvattingen moeten persen. De opvoeder/onderwijzer dient zich te beperken tot het liefdevol observeren van het kind en moet pas nieuw leermateriaal aanreiken als het kind zelf aangeeft dat het daar aan toe is. Een methode die Schwegman samenvat met de begrippen liefde en afstand. ,,In die begrippen kun je ook haar verhouding met Mario typeren. Zij is haar zoon de eerste vijftien jaar niet uit het oog verloren, maar is hem heimelijk van een afstandje blijven volgen. Na het overlijden van haar moeder, toen haar roem al gevestigd was, heeft ze hem weer bij zich durven nemen. Maar de precieze achtergronden daarvan zijn in nevelen gehuld.''

Ongenaakbaar zwart

Mannen zijn er voorzover bekend niet meer geweest in Montessori's leven. Dat paste ook niet meer bij de wijze waarop ze zich presenteerde aan de buitenwereld. Op foto's staat Maria Montessori nooit meer afgebeeld in kokette poses. De elegante kleren die iets onthulden van haar vormen had ze ingeruild voor ongenaakbaar zwart.

Na de hereniging met Mario is Maria Montessori met auto's, treinen, oceaanstomers en vliegtuigen over de hele wereld geraasd om haar methode te verspreiden, meestal in gezelschap van volgelingen. Dat Schwegman de vergelijking trekt met Jezus en zijn schare discipelen, ligt dan ook voor de hand. In de Verenigde Staten werd ze in 1913 als een filmster binnengehaald. Ze maakte daar onder meer kennis met Helen Parkhurst, de enige Montessori-discipel die een eigen onderwijs heeft durven te ontwikkelen (het Daltonplan), wat voor Montessori reden was om haar te laten vallen. ,,Dat was niet sympathiek van haar'', zegt Schwegman, ,,al spreek ik dat soort oordelen in mijn biografie niet uit. De lezer moet zelf maar bepalen wat sympathiek en antipathiek aan haar is.''

Ook in Nederland sloeg de Montessori-methode aan, mede door de gunstige financieringsvoorwaarden voor het bijzonder onderwijs. Halverwege de jaren dertig waren er in Nederland al zo'n tweehonderd Montessori-scholen met in totaal zesduizend leerlingen. Dat is een van de redenen dat Montessori de Association Montessori Internationale in Amsterdam vestigde tijdens het bewind van Mussolini en tot haar dood in 1952 geregeld terugkeerde in Nederland. Zij is hier ook begraven, in Noordwijk, vlak bij de zee waar ze zo graag over uitkeek. Haar zoon Mario is eveneens tot zijn dood in Nederland blijven wonen.

En ook de erven Montessori (kleinkinderen en achterkleinkinderen) vertoeven hier zoals gezegd nog altijd. ,,Het zou zeer de moeite waard zijn om een keer de geschiedenis van al die Nederlandse Montessori's te schrijven en te schetsen hoe zij de nagedachtenis van Maria in stand houden. Maar dan moet dat archief natuurlijk wel open'', zegt Schwegman.

Vooralsnog laat Schwegman de Montessori's met rust. Wel heeft ze de smaak te pakken van het schrijven van biografieën. Ze is net begonnen aan een studie over het leven van Marga Klompé, de eerste vrouwelijke minister in Nederland. ,,Dat is een heel andere persoon dan Maria Montessori, maar ze hebben gemeenschappelijk dat er een aureool van heiligheid om hen heen hangt. Ook Klompé heeft een vrij hermetisch beeld van zichzelf gecreëerd.''

In 1989 schreef Schwegman al een biografie over de negentiende-eeuwse Italiaanse emancipatiestrijdster Gualberta Beccari. ,,Het biografisch genre blijkt mij te liggen. Ik hou erg van verhalend schrijven en probeer zelf op afstand te blijven in mijn werk. Wat ik kwijt wil aan analyse en interpretatie breng ik liever in de vorm van een verhaal. Ik hou er niet van om de lezer te laten delen in mijn gevoelens. Daarvoor zijn de gevoelens van een biograaf ook te complex. Het is een illusie dat je als biograaf alles te weten kunt komen over andermans leven. Mensen doen tegenstrijdige dingen, elk leven kent mysteries. Dat kun je oplossen door alleen op te schrijven wat je zeker weet, maar vaak levert het een interessanter verhaal op als je de raadsels wel een plaats geeft in je biografie, ook al heb je geen antwoorden.''

Marjan Schwegman, Maria Montessori 1870-1952. Kind van haar tijd, vrouw van de wereld, Amsterdam University Press ƒ34,50.