Verraad van eigen bodem

In het Drentse dorp Vries lopen de scheidslijnen van oudsher langs de lijnen van het geloof. De veelal hervormde boeren sloten zich aan bij de NSB, terwijl de gereformeerden zich tegen de jodenvervolging verzetten.

Nog steeds is het verleden onbespreekbaar.

Op maandagmorgen zes november 1944 werd de woning van de familie Hahn in het Drentse Vries omsingeld door dorpsgenoten, collaborateurs van de landwacht en de NSB. Het echtpaar Hahn was thuis, met hun jongste zoon Joop en een paar onderduikers die schielijk onder de vloer verdwenen. Joop Hahn, inmiddels 74 en tot voor kort eigenaar van een gerenommeerde Groningse pianozaak: ,,Ik vluchtte een sloot in, waar ik me schuilhield totdat ik zag Sdat de overvallers mijn ouders dwongen om met de handen omhoog naar een auto te lopen. Uit het geschreeuw van de NSB-ers maakte ik op dat ze mij zochten. Ik ben uit de sloot gesprongen en gearresteerd.''

Terwijl Hahn werd afgevoerd zijn zijn ouders op de fiets gevlucht. Ze zouden nooit meer naar het huis terugkeren. ,,Ik ben naar het Huis van Bewaring in Assen gebracht'', vertelt hij. ,,Dat is de ergste tijd geweest. Ik ben door de NSB-ers vreselijk mishandeld. Op een zeker moment was ik de pijngrens gepasseerd en bad ik in stilte om de laatste, verlossende genadeslag.''

Zijn folteraars waren mensen uit het eigen dorp. Al in de jaren voor de oorlog telde het dorp Vries veel NSB-ers. Bij de Statenverkiezingen van 1935, toen de NSB voor het eerst deelnam, stemde ruim een kwart van het dorp op deze partij. Het dorp vormde een ideale voedingsbodem voor het opkomende nazisme. Het was arm, in die tijd leefden er in de omgeving nog mensen in plaggenhutten. De nooddruftige, overwegend agrarische bevolking wilde graag geloven dat uit Duitsland het heil te verwachten was.

Veel nakomelingen van de NSB-ers wonen nog steeds in Vries. De oude dorpskern, met de Romaans-Gothische Nederlands hervormde kerk en de oude boerderijen eromheen oogt vriendelijk en sereen. Maar niet alleen de oorlogsslachtoffers, ook de nakomelingen van de daders dragen de geschiedenis met zich mee. Niemand is bereid over het besmette verleden te praten. ,,Ik ben niet verantwoordelijk voor wat mijn opa heeft gedaan'', zegt een kleindochter van een NSB-er door de telefoon. ,,Wat zou ik die man nou zwart maken?'' Andere naamgenoten van collaborateurs hangen meteen op of worden boos.

Kort knikje

De scheuring in het dorp en het daarbij behorende verraad kostte de vader en de broer van Joop Hahn het leven. Beiden stierven in een Duits concentratiekamp. Reden voor de vervolging waren de verzetsactiviteiten van de familie. Sep, de oudste van de zoons Hahn, had in mei '44 meegewerkt aan een grote overval op de drukkerij waar bonkaarten werden gedrukt. Honderdduizenden bonkaarten werden er buitgemaakt, bedoeld om onderduikers te kunnen voeden.

Na de overval werd er jacht gemaakt op Sep. Hij werd in de zomer van 1944 opgepakt en in Groningen in de gevangenis vastgehouden. Hahn: ,,Op zeker moment kreeg ik bericht dat hij zou worden afgevoerd. Ik ben toen op de fiets naar het station in Assen gegaan, waar zijn trein langs zou komen. Hij stond geboeid voor het raampje, liet met een kort knikje merken dat hij me zag. Dat was het. Ik heb hem nooit weergezien.''

Ook Hahn sr. speelde een actieve rol in het verzet. ,,Door ons grote huis en de pianofabriek van mijn vader hadden we veel mogelijkheden'', legt Joop Hahn uit. ,,Situaties waarin verzet moest worden geboden, kwamen daardoor vanzelf op ons af. We hadden veel onderduikers.'' Hahn sr. verleende niet alleen praktische hulp, hij droeg ook actief zijn ideologie uit. ,,Mijn vader maakte zich al voor de oorlog zorgen om het opkomende nationaal-socialisme in Duitsland. Elke zaterdagavond ging hij naar de NSB-ers van het dorp toe. Hij bad met hen, probeerde ze op andere gedachten te brengen.''

Het engagement van de orthodox-hervormde Hahn sr. was sterk ingegeven door het geloof. Hij was lid van een bijbelclubje dat regelmatig bijeenkwam — en verzetsactiviteiten beraamde. Hahn: ,,Het geloof en het verzet waren onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hoever moet je gaan in het gehoorzamen van het gezag en wanneer is ongehoorzaamheid geboden? Dat was de grote vraag. Gereformeerden en orthodox-hervormden waren van oudsher gezagsgetrouw, maar zagen zich nu geconfronteerd met een situatie waarin ze daar niet aan vast konden houden. Ik herinner me een bijeenkomst bij ons thuis waar uitvoerig werd gesproken over iemand die niet werd vertrouwd, en mogelijk zou worden gefusilleerd omdat hij anderen in gevaar bracht.''

Ook de Amsterdamse gynaecoloog Adam van Enk (60), zoon van een gereformeerde dominee die destijds in Vries zijn gemeente had, brengt het verzet tegen de Duitsers in verband met het geloof. ,,De jodenvervolging heeft op de gereformeerden grote indruk gemaakt'', vertelt Van Enk. ,,De heersende gedachte was: Satan heeft zich op het uitverkoren volk gestort.''

Voor het eerst sinds meer dan vijftig jaar ontmoet hij Hahn, bij wie hij na de oorlog korte tijd in huis woonde, in diens woning vlakbij Vries. De hernieuwde kennismaking verloopt ernstig. Hahn ziet op tegen het gesprek - het valt hem zwaar om het verleden op te rakelen. Van Enk heeft als kind de oorlog minder bewust beleefd, zegt hij zelf. De mannen halen wat herinneringen op. Beiden verloren in de oorlog hun vader. Van Enk deed na de oorlog naspeuring naar de omstandigheden waaronder zijn vader overleed. Hij bemachtigde de processen-verbaal, waarin de wandaden tegen de families Hahn en Van Enk staan beschreven. Vlak voor het bezoek heeft Hahn de verslagen per post van Van Enk ontvangen. ,,Ik heb er een paar bladzijden in gelezen'', zegt hij enigszins aangeslagen. ,,Ik denk dat ik een half jaar nodig heb voor de rest.''

Cockse hond

De orthodox-hervormden en gereformeerden namen in het overwegend vrijzinnig hervormde Vries al voor de oorlog een uitzonderingspositie in. Hahn: ,,Als ik in het dorp liep, voegden de boerenzoons mij toe: `Van wel bist toe aine', wat zoveel betekende als: wat moet je hier?'' Ook Van Enk kan zich de pesterijen en discriminerende opmerkingen nog goed herinneren. ,,Ik zal een jaar of vier geweest zijn toen ik in het dorp liep en er een boerenwagen langs kwam'', vertelt hij. ,,`Cockse hond', riep de boer mij toe, en spoog een grote straal pruimtabak in mijn nek.''

`Cocksen' was een scheldwoords voor de gereformeerden, die zich in 1834 onder leiding van de Ulrumse dominee Hendrik de Cock hadden afgescheiden van de Nederlands Hervormde Kerk. Zoals ook de families Hahn en Van Enk waren de afgescheidenen van oorsprong meestal geen Vriesenaren. ,,Sociaal-economisch behoorden de gereformeerden tot een wat hogere klasse'', vertelt Van Enk. Als vrouw van een notabele werd zijn moeder in het dorp met `mevrouw' aangesproken, de andere vrouwen in het dorp waren `juffrouw'. ,,De gereformeerden konden beter denken dan de boertjes, die hervormd waren en toetraden tot de NSB'', verklaart een bereidwillige, gereformeerde Vriesenaar - die niet met zijn naam in de krant wil - de splitsing in het dorp naar gezindte.

Hoewel de spanning vanaf het begin van de bezetting voelbaar was, vond de werkelijke omslag pas halverwege de oorlog plaats, vertelt Hahn. De spoorwegstaking in september 1944, waaraan ook het personeel van het station Vries-Zuidlaren meedeed, was een belangrijk moment. Vanaf dat moment nam de Gereformeerde Kerk duidelijker stelling. Vanaf de kansel werden synodale brieven gelezen, waarin de kerkgangers werden opgeroepen om voor de joden te zorgen. De synode van 1936 had verklaard dat het lidmaatschap van de NSB onverenigbaar was met het lidmaatschap van de Gereformeerde Kerk, iets wat veel synodeleden in de oorlog met hun leven hebben moeten bekopen.

Gevaarlijke terroriste

In Vries was de omslag voor een belangrijk deel te wijten aan de Vereniging Landbouw en Maatschappij, een beweging van verbitterde boeren die vonden dat in de Nederlandse samenleving hun belangen onvoldoende behartigd werden. Al bij de Statenverkiezingen in 1935 had de Vereniging haar leden een schriftelijk stemadvies gegeven voor de NSB. Enkele vrijzinnige, nationaal-socialistische predikanten doordrongen de Vereniging met hun Blut und Boden-mystiek. In 1940 vond een fusie plaats met het Boerenfront, waarna de beweging onder leiding van de NSB-er E.J. Roskam werd voortgezet. Halverwege de oorlog besloot het hele bestuur over te gaan naar de NSB. Daardoor behoorden ineens de boeren die lid waren - en daarmee een groot deel van de dorpsbewoners - automatisch tot de NSB.

In november 1944, toen de geallieerden het zuiden van het land al bijna geheel bevrijd hadden, werd de sfeer in Vries allengs grimmiger. Dat culmineerde in eerste instantie in de gevangenneming van Joop Hahn. Twee dagen daarna werd de pianofabriek geconfisqueerd. Er zouden Duitsers worden gehuisvest. In de fabriek werden onder meer het bevolkingsregister van Oldehove, radiotoestellen, persoonsbewijzen, een revolver, bonkaarten en een deel van de papiervoorraad voor het illegale blad Trouw aangetroffen. Daarop hielden op 30 november de Sicherheidsdienst (SD) en de landwacht een razzia in Vries, waarbij geloofsvrienden van Hahn sr. werden opgepakt.

Vervolgens werd in heel Drenthe jacht gemaakt op het echtpaar Hahn en hun dochter Trui, die onder meer als koerierster werkte voor de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO). Ze doken op telkens wisselende adressen onder. De Sichterheits Polizei — Vriesenaren — bedreigden vertrouwelingen met moord op henzelf of een familielid om de schuiladressen van Hahn sr. en zijn dochter te achterhalen. Joop Hahn: ,,Een oude dame die mijn ouders enkele dagen onderdak had verleend, werd van de trap gegooid. Daarop heeft ze verteld waar ze zich bevonden.''

Trui Hahn - die werd gezien als een `gevaarlijke terroriste' — werd op drie december op haar onderduikadres gearresteerd. Haar vader volgde een dag later. Voordat hij werd afgevoerd, kreeg hij toestemming om met zijn vrouw - die ziek in bed lag - te bidden, mits hij dat hardop deed. ,,Tijdens dit gebed heeft mijn man gezegd dat wij geen vijanden waren van het Duitsche Volk, maar het kruis van Christus aanbaden en niet het hakenkruis'', verklaart zijn vrouw achteraf in het proces-verbaal. Daarop is Hahn sr. geschopt, geslagen, aan zijn hoofdharen naar buiten gesleept en afgevoerd naar het Huis van Bewaring in Assen, waar ook zijn zoon en dochter zich inmiddels bevonden — zonder dat ze dat van elkaar wisten.

Trui Hahn werd na enige tijd weer vrijgelaten. Hahn sr. is in het Huis van Bewaring zo toegetakeld dat hij niet meer in staat was om te lopen, en een arts hem regelmatig met een injectie moest bijbrengen opdat hij kon worden verhoord. Het proces-verbaal bevat behalve getuigenverslagen, ook de bekentenissen van een Vriesenaar die de folteringen voltrok: ,,Gedurende de tijd dat ik bij de Sicherheits-Polizei werkzaam ben geweest, zijn (—) en Hahn Sr. door mij en anderen het ergste mishandeld geworden.'' Het geweld diende volgens de man ,,om het verhoor kracht bij te zetten en omdat wij () de overtuiging hadden, dat de genoemde personen meer illegale werkzaamheden hadden verricht als zij aanvankelijk verklaarden''.

Het leidde ertoe dat enkele gevangenen namen loslieten van een veertiental andere Vriesenaren die bij de bijbelclub betrokken waren. Die werden opgepakt tijdens een razzia op 16 december 1944. Onder hen bevond zich ook dominee Van Enk, die niet tot het bijbelgezelschap van Hahn behoorde maar predikant was van `het Cockse kerkje' en daarom werd gezien als de geestelijke vader van het verzet. ,,Ik herinner me dat moment nog goed'', vertelt Adam van Enk, die toen zes jaar was. ,,Op een vroege ochtend vertelde mijn broertje dat de NSB er was. Ik ging naar beneden en zag mijn vader staan, in een donkergrijze jas. Hij moest mee. We moesten gehoorzaam zijn, zei hij nog, en ging met de NSB-ers de deur uit om verhoord te worden. Dacht hij. Niemand die verwachtte dat hij nooit meer terug zou keren.'' De dominee liet een hoogzwangere vrouw en vier kleine kinderen achter toen hij te voet en onder dwang de tocht naar Assen aanvaardde. ,,Zo zwanger als ze was, fietste mijn moeder hem achterna om hem een extra jas te brengen'', weet Van Enk zich te herinneren. ,,Het was een barre winter.''

`Aanzetten tot verzet', zo luidde de beschuldiging tegen Van Enk sr. Volgens zijn zoon had hij in het verzet geen actieve rol gespeeld, alleen vanaf de kansel gewaarschuwd voor het nazisme. ,,Er zaten regelmatig NSB-ers in de kerk'', weet Adam Van Enk, ,,om te horen wat `de vijand' zei.''

,,Dominee Van Enk nam geen blad voor de mond'', vertelt de eerdergenoemde, gereformeerde Vriesenaar op leeftijd die anoniem wil blijven. ,,Hij heeft zich anti-Duits uitgelaten en ook voor de koningin gebeden.''

Een voormalig celgenoot vertelt in het proces-verbaal dat Van Enk ,,dacht dat hij voor de kerstdagen weer in vrijheid gesteld zou worden omdat hij volgens hem onschuldig vast zat. Hij was in de cel reeds bezig met een preek voor de toen aanstaande Kerstdagen.'' De dominee werd in januari samen met Hahn sr. op transport gesteld naar het Duitse concentratiekamp Neuengamme. Van Enk vond er de dood door ontbering, Hahn sr. door ophanging. Ook Sep Hahn stierf in Neuengamme, waar hij via Vught was beland.

Satan

,,In het licht van ons geloof was het wangedrag van de NSB-ers toe te schrijven aan de Satan'', zegt Joop Hahn. ,,Maar wat is een Satan? Als het nu de stellige overtuiging van deze mensen was dat ze dit moesten doen, dat het heil van het nazisme moest komen. Als dat hun diepste geloof was... Wat moet je dan voorzichtig zijn met je oordeel.'' Zelf werd Joop Hahn naar een concentratiekamp dertig kilometer van Neuengamme getransporteerd, dat hij enkele weken voor de bevrijding wist te ontvluchten. Via vele omzwervingen bereikte hij Nederland, waar hij meemaakte dat de stad Groningen op één dag werd gebombardeerd en bevrijd.

Een paar maanden na de bevrijding zocht Hahn zijn folteraars in de gevangenis op. ,,Dat voelde ik als een opdracht van mijn vader'', legt hij uit. ,,Ik heb met hen om genade gebeden. Dat heeft me heel veel gedaan. Ik denk dat zij dat ook zo hebben ervaren.''

Na de oorlog heeft hij ook met een voormalige medegevangene en een sociaal werkster vrouwen van gevangen NSB-ers bezocht. ,,Die waren onvoorstelbaar wanhopig'', vertelt hij. ,,Niemand keek naar hen om, ze waren volkomen geïsoleerd geraakt. Vaak waren het de mannen die beslisten dat het gezin toetrad tot de NSB. De vrouwen en kinderen hadden maar te volgen, niet zelden tot groot verdriet van de moeders, die ineens hun kinderen met een Jeugdstormuniform zagen lopen en zelf niet meer met de buurvrouw mochten praten. Al die gezinnen die naast elkaar woonden, die tot voor kort met elkaar omvreeën, zich verloofden, trouwden. Ineens mocht dat allemaal niet meer. Er ontstond een separatie van de bevolkingsgroepen, die onderling geweldig botsten. Het was heel ingrijpend.''

,,Ik word regelmatig gebeld door kinderen van NSB-ers'', vertelt een Vriesenaar die anoniem wil blijven omdat hij zijn vertrouwenspositie binnen het dorp niet in gevaar wil brengen, ,,die me vragen hóe fout hun ouders waren — in de hoop dat het meevalt. Vaak hebben ze meegemaakt hoe hun ouders na de oorlog werden vernederd en zelf ook met de nek werden aangekeken. Dat trauma dragen ze met zich mee. Ze kunnen er met niemand over praten.''

Na de oorlog heeft Hahn zich een tijdlang voor het verleden afgesloten, tot hij een paar jaar terug bij de 5 mei-herdenking als derde een krans mocht leggen bij het monument op de Dam. ,,Dat betekende veel voor mij.'' In het monument bevinden zich elf urnen, vertelt Hahn. De Drentse urn bevat aarde uit de tuin van onder meer zijn ouderlijk huis. Andere herdenkingen heeft hij nooit bezocht.

,,Het is moeilijk om hier iets te organiseren voor de herdenking van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog'', zegt de vertrouwenspersoon uit Vries. ,,Het ligt erg gevoelig voor de nabestaanden van de voormalige NSB-ers.'' Adam van Enk bezocht in 1995 een vijftigjarige herdenkingsbijeenkomst in de Nederlands Hervormde kerk in Vries. ,,Het was een nogal bombastische dienst'', zegt hij, ,,waarin de dominee op een zeker moment de namen voorlas van alle concentratiekampen. Eén naam ontbrak: Neuengamme. Uitgerekend het kamp waarin de in de oorlog gestorven Vriesenaren waren omgekomen.''

Vijftig meter van de Hervormde en pal tegenover de Gereformeerde Kerk staat een monument waarop de namen van de Vriese gevallenen in de steen zijn gehouwen. ,,Het is hier nu rustig'', zegt Hahn, ,,de mildheid van de tijd heeft het verleden uiteindelijk doen vervagen. Maar pas op voor wat er toen is gebeurd. Het is vlakbij.''