Tsjernomyrdin, Draškovic en de missers

De bombardementen op Joegoslavië werden deze week opgevoerd. Maar ook in de diplomatie werd een nieuw offensief geopend.

Het was in de diplomatie de week van Viktor Tsjernomyrdin, de Russische ex-premier die eerder door president Jeltsin uit de hoed (en de relatieve vergetelheid) was getoverd als Joegoslavië-gezant en die zich vorige week naar Belgrado had begeven. Zijn poging een doorbraak te bereiken leverde vooralsnog geen doorbraak op – maar wel een reeks diplomatieke initiatieven.

De deur van het Kremlin werd platgelopen door hoogwaardigheidsbekleders als de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Strobe Talbott, secretaris-generaal Kofi Annan van de VN, de ministers van Buitenlandse Zaken van Griekenland en Canada en de Duitse minister van Defensie Scharping. Tsjernomyrdin op zijn beurt toog naar Bonn en Rome, om vandaar door te reizen naar Belgrado.

Veel concreets heeft deze reislust nog niet opgeleverd. De NAVO houdt vast aan de bekende vijf eisen aan Belgrado. De belangrijkste verschillen van mening concentreren zich rond de vraag wat voor internationale vredesmacht in Kosovo moet worden gelegerd. De NAVO eist gewapende troepen onder haar leiding, die moeten toezien op terugkeer van de vluchtelingen en eerbiediging van een vorm van autonomie voor Kosovo. Op het NAVO-hoofdkwartier bestaat de indruk dat ook Moskou nu gelooft dat een militaire troepenmacht in Kosovo nodig is. Maar Belgrado ziet hooguit heil in een ongewapende VN-vredesmacht, zonder NAVO-landen die deelnemen aan de luchtaanvallen.

De massale `etnische zuivering' van Kosovo gaat onverminderd door. Gisteren waren volgens cijfers van de VN-hulporganisatie UNHCR 371.000 vluchtelingen in Albanië, 154.400 in Macedonië en 62.800 vluchtelingen in Montenegro aangekomen. Er zijn steeds meer tekenen dat de Serviërs van de gelegenheid gebruik maken ook moslims en Albanezen te verdrijven uit gebieden buiten Kosovo. Vanuit de Sandzak, het door moslims bewoonde gebied op de grens van Montenegro en Servië, zijn duizenden moslims onder Servische druk naar Bosnië gevlucht.

Donderdag en vrijdag kwamen aan de grens met Albanië en Macedonië voor het eerst etnische Albanezen uit Servië aan, inwoners van de stad Preševo. Ze vertelden op de vlucht te zijn gedreven door de Serviërs. Zeker zesduizend Albanese inwoners van Preševo zijn al in Macedonië, tienduizend zijn op weg. In Macedonië is de situatie in de kampen inmiddels onhoudbaar: elk kamp bevat vier keer meer vluchtelingen dan het aantal waarop het is berekend. Nieuwkomers krijgen slechts een stuk zeil om onder te schuilen. Het gevolg: spanningen en vechtpartijen.

Deze week was even de week van Vuk Draškovic, een van de Joegoslavische vice-premiers. Hij brak het eenheidsfront van het regime met een oproep, aan dat regime, op te houden de bevolking voor te liegen. Het bewind moet de waarheid vertellen: de NAVO staat niet voor een breuk maar houdt de gelederen gesloten, Rusland zal Joegoslavië militair niet helpen en de publieke opinie van de hele wereld is tegen de Serviërs. Het kostte de voormalige opposant zijn baan en dat bracht de NAVO tot de conclusie dat de verdeeldheid in Belgrado had toegeslagen: het bewind vertoonde `scheuren'. Dat evenwel is wishful thinking: Vuk Draškovic heeft in zijn carrière ongeveer elk denkbaar standpunt ingenomen en geniet niet veel geloofwaardigheid.

Toch vonden zijn woorden onder gewone Serviërs meer weerklank dan zijn electorale aanhang rechtvaardigt. Er lijkt zich onder de Servische burgers een stemmingsomslag te voltrekken, van vastbesloten tot oorlogsmoe. De bevolking lijkt toe aan een eind aan de nachten in de schuilkelders. ,,Ik heb nooit op Draškovic gestemd, maar zijn woorden gaven me een warm gevoel van binnen. Ik dacht dat het misschien het signaal van een nieuwe wind zou zijn. We houden dit niet veel langer vol'', was een typerend commentaar.

Het was ook de week van twee NAVO-missers: dinsdag miste een raket een kazerne in de Servische stad Surdulica en doodde twintig mensen. Een dag later raakte een raket zelfs een woonwijk in de Bulgaarse hoofdstad Sofia, tot ontsteltenis van de Bulgaren die toch al tegen de NAVO-acties zijn. Een geluk bij het ongeluk was dat de bom niet explodeerde. Juist een dag tevoren had de NAVO de Bulgaarse regering formeel gevraagd het luchtruim voor de bombardementen open te stellen.

De twee missers hangen samen met de intensivering van de luchtaanvallen. Donderdag hadden zeshonderd vluchten plaats: het record tot dan toe. Nog altijd is de reactie van de NAVO-voorlichting na een misser traag. De ochtend na de bom op Sofia werd gemeld dat de alliantie nog onderzocht of het tuig van haar afkomstig was, terwijl dit in Bulgarije al was bevestigd. 's Middags pas kwam de publieke bevestiging en de verontschuldiging, maar of de schade wordt vergoed was ook gisteren nog niet bekend. Na de hevige kritiek op de NAVO-persvoorlichting twee weken geleden, is inmiddels een mediateam van zo'n 25 personen toegevoegd aan de gewone voorlichtingsstaf van zes.

De NAVO is er nog steeds niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over de manier waarop een olie-embargo tegen Joegoslavië kan worden afgedwongen. De Verenigde Staten pleiten al weken voor een zeeblokkade, maar Frankrijk houdt juridische bezwaren tegen het aanhouden van schepen uit derde landen. ,,Op basis van het oorlogsrecht zou dit kunnen, maar Frankrijk voelt zich niet in oorlog'', licht een diplomaat toe.