STABILITEIT VAN JAVAANSE RIJSTTERRAS IS EEN FICTIE

Een samenwerkingsproject tussen de Vrije Universiteit van Amsterdam en het Indonesische Ministerie van Bosbouw heeft op 18 maart geleid tot de verdediging van een hydrologisch proefschrift van de Indonesiër E. Purwanto aan de VU. Het proefschrift betreft een onderzoek van de waterhuishouding van een gebied met rijst, maïs- en cassavevelden op Java, op terrassen die hun water voornamelijk via regen ontvangen. De gemiddelde regenval (1678 mm per jaar) leidt tot sterke erosie. De boeren doen daar weinig aan, omdat de sociaal-economische omstandigheden hen ertoe dwingen zo min mogelijk geld en uren in hun land te steken. Een project van de Aziatische Ontwikkelingsbank (1986-1989) om daarin met financiële steun verandering te brengen, moet als mislukt worden beschouwd. Oorzaken waren de te korte duur, de te grootschalige aanpak en de te kapitaalsintensieve activiteiten.

Het nu uitgevoerde onderzoek heeft zowel op kleine als op grotere schaal de afvoer van water (en het daarmee meegevoerde erosiemateriaal) geanalyseerd. Daarbij bleek onder meer de sterk negatieve invloed van het kappen van vrijwel alle bomen, ook op hellingen van meer dan 50˚, die eerder juist voor agro-bosbouw waren bedoeld. Verder bleek dat de steile hellingen die de opeenvolgende terrasniveaus scheiden, aan zeer sterke erosie onderhevig waren. Het gevolg was een erosie gedurende het 6 maanden durende regenseizoen van 9,6-24,2 kg/m², wat overeenkomt met 96-242 ton per hectare. Deze waarden zijn veel hoger dan tijdens vroegere onderzoeken waren vastgesteld en zijn ook veel hoger dan de waarden die in de dorpen zelf wordt gemeten. Ruwweg blijkt 3-5% van het geërodeerde materiaal uit de dorpen en hun omgeving in een dal te komen, zo'n 15-17% van terrassen met een matige helling en maar liefst 78-82% van terrassen met een steile helling.

Uit de gegevens blijkt dat de algemeen aangenomen relatieve stabiliteit van de terrassen, die zodoende een goede bescherming zouden bieden tegen erosie van de vruchtbare bodemlaag, een fictie is. Dat is vooral te wijten aan gebrek aan onderhoud en het ontbreken van bescherming van de steilkanten. Veel erosie kan dus worden voorkomen als juist die steilkanten beter tegen erosie worden beschermd. Verder kan veel verlies van kostbare bodem worden tegengegaan door het wegspoelende materiaal vroegtijdig in een `val' te vangen. Purwanto doet in dat kader aanbevelingen voor diverse maatregelen die passen bij de locale aanpak en die door hun aard binnen de mogelijkheden van de locale bevolking liggen. Hij pleit ervoor om de boeren gedurende een langere periode steeds kleine aanpassingen te laten verrichten. Juist die langdurige confrontatie met noodzakelijke maatregelen zal volgens Purwanto de betrokkenheid van de boeren bij het beleid versterken. Daarnaast zouden de boeren meer zekerheid moeten krijgen over hun eigendomsrechten.

(A.J. van Loon)