Sparen, beleggen of speculeren

Wie voor het eerst gaat beleggen moet zich afvragen waarom hij dit wil doen. Het is vooral een kwestie van lange adem. Voor de korte termijn is sparen nog steeds de beste oplossing.

Beleggen en speculeren zijn verschillende zaken. Beleggen is het investeren van geld in aandelen, obligaties, beleggings-fondsen of onroerend goed. Het is de bedoeling met het geïnvesteerde geld een beter rendement te behalen dan het netto rendement dat op een spaarrekening behaald kan worden. De belegger is bereid daarvoor een hoger risico te nemen. Speculeren lijkt op gokken. De investeerder is bereid een hoog risico te nemen om op korte termijn winst te maken.

Beleggen is een kwestie van lange adem. Iemand die op korte termijn geld voor grote uitgaven nodig heeft, kan beter risicoloos sparen. Bij beleggen is de keuze van het aankoopmoment belangrijk. Er kan ook geleidelijk worden aangekocht. Een goede spreiding in verschillende beleggingscategorieën en bedrijfstakken van belang.

Wie voor het eerst gaat beleggen moet zich afvragen waarom hij dit wil doen. Voor sommige mensen is beleggen noodzakelijk omdat er geen pensioenvoorziening is. Voor anderen geldt dat zij een beter rendement op hun overtollige middelen willen maken dan met eenvoudig sparen mogelijk is. In alle gevallen is het verstandig eerst het doel van de beleggingen en de bereidheid tot het lopen van risico vast te stellen. Tevens speelt de periode waarin belegd kan worden een belangrijke rol. De grootte van het kapitaal is een wezenlijke factor om een goede spreiding te bereiken. Bij kleinere vermogens kan beleggen in beleggingsfondsen een goed alternatief zijn. Onafhankelijk van de grootte van het vermogen kan gebrek aan tijd of aan kennis van zaken een goede reden zijn om gebruik te maken van de deskundigheid van de beheerders van beleggingsfondsen.

Wie de beurspagina's van de krant of de teletekst bekijkt ziet een lange lijst van beleggingsfondsen. Deze lijsten van beschikbare fondsen groeien vrijwel dagelijks. Het lijkt wel haast onbegonnen werk om de juiste fondsen te kiezen. Toch is de variatie tussen de fondsen minder groot dan die op het eerste gezicht lijkt. De verschillende financiële aanbieders willen niet voor elkaar onderdoen en proberen alle min of meer dezelfde variatie te bieden.

In grote lijnen zijn de beleggingsfondsen in te delen in fondsen die beleggen in bepaalde categorieën, zoals aandelen en obligaties of onroerend goed of een mix daarvan, in bepaalde thema's of regio's of fondsen die gericht zijn op het besparen van belasting. Verschillende categorieën hebben verschillende beleggingsrisico's. Fondsen die beleggen in één bepaalde categorie kunnen onder druk komen te staan wanneer het niet goed gaat in die bepaalde categorie. Als bijvoorbeeld de rente op de kapitaalmarkt stijgt dalen de koersen van obligatiefondsen. Een ander voorbeeld vormen beleggingsfondsen die gericht zijn op het beleggen in een bepaalde regio of een specifiek product. Als een beleggingsfonds uitsluitend belegt in opkomende markten en het gaat niet goed met de economie van de betreffende landen of belegt in internetfondsen die overgewaardeerd blijken, kunnen de koersen van de betreffende fondsen sterk onder druk komen.

Een risico van een geheel andere orde kan bij fondsen die gericht zijn op belastingbesparing optreden en wel dat de aantrekkelijkheid bij wijziging van het belastingregime vermindert. Het betreft bijvoorbeeld de vermogensgroeifondsen die geen dividend uitkeren. Deze fondsen zijn gericht op het gebruikmaken van het verschil tussen het tarief van de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Over uitgekeerd dividend moet maximaal 60 procent inkomstenbelasting betaald worden. Over het niet uitgekeerde dividend, dat in het fonds gehouden wordt, is het fonds 35 procent vennootschapsbelasting verschuldigd. Als in de toekomst mogelijk niet langer inkomstenbelasting verschuldigd zou zijn over een uitgekeerd dividend, maar geheven wordt over de waarde van de participatie in het fonds, zijn dergelijke fondsen niet langer aantrekkelijk.

Er zijn binnen dit soort fondsen verschillende beleggingen mogelijk, meestal bestaan de beleggingen uit rentedragende waarden zoals obligaties en deposito's. Dit soort fondsen dragen namen als rentegroeifonds of obligatiegroeifonds.

`Groene' fondsen zijn beleggingsfondsen die beleggen in ministerieel erkende groene beleggingen in bedrijven die producten maken die gericht zijn op de bescherming van natuur en milieu. Inkomsten in de vorm van rente en dividend uit `groene' beleggingsfondsen zijn geheel vrijgesteld van inkomstenbelasting.

Clickfondsen zijn gebaseerd op het principe van onbelaste vermogensgroei gecombineerd met beperkt vermogensrisico. De beheerder maakt bij deze fondsen gebruik van opties. Deze worden meestal uit de niet aan de aandeelhouder uitgekeerde dividenden betaald. Hetzelfde geldt voor aandelenleasefondsen, waarbij bovendien gebruik gemaakt wordt van geleend geld. Na de wetswijziging van dit jaar waarbij vooruitbetaalde rente niet langer aftrekbaar is en de overige rente slechts tot de waarde van de uitgekeerde dividenden, is de aantrekkelijkheid hiervan grotendeels verdwenen.

De meest evenwichtige belegging in aandelenfondsen kan in goede wereldwijd gespreide fondsen bereikt worden, waarbij het jaarlijks uitgekeerde dividend in hetzelfde fonds herbelegd wordt. De meeste banken hebben hun eigen wereldwijde aandelenbeleggingsfonds. Deze fondsen zijn vaak beursgenoteerd. Dit komt de verhandelbaarheid en de controle ten goede. Door kranten, tijdschriften en organisaties als de Consumentenbond worden regelmatig vergelijkingen van de beleggingsprestaties van de verschillende beleggingsfondsen gepubliceerd, waarbij rekening met het risico gehouden wordt.

Het risico kan overigens het beste beoordeeld worden bij beleggingsfondsen die al jaren op de markt zijn en een grote omzet hebben. Degene die niet wars van risico is en een lange beleggingshorizon heeft kan voor een gedeelte deelnemen in beleggingsfondsen met hogere winst- en verlieskansen, zoals een Azië-fonds of een IT-fonds. Van winst nemen is niemand armer geworden. Bij snelle koerswinst op een fonds met een hoog risicoprofiel kan de winst gerealiseerd worden en vervolgens voor de lange termijn in een fonds met een minder specifiek risico geïnvesteerd worden.

Laag inkopen en hoog verkopen is een prachtig motto. Helaas weet niemand wanneer die momenten zich voordoen. Geleidelijk in de tijd gespreid aankopen voor een vast bedrag middelt de prijs van de aankoop van de participaties in het beleggingsfonds. Immers als steeds uitgegaan wordt van hetzelfde aankoopbedrag zullen van dit bedrag, afhankelijk van de koers van het moment meer of minder participaties aangekocht kunnen worden. Het vaak wisselen van de beleggingen in verschillende fondsen brengt hoge aan- en verkoopkosten met zich mee. In de meeste gevallen bedragen deze kosten 0,4 tot 0,5 procent van de waarde van de belegging in het fonds.

In het algemeen kunnen plotselinge snelle dalingen van de koersen gebruikt worden voor de aankoop van participaties op lange termijn. Beleggingen zonder kans op koersdaling bestaan niet. Beleggingsfondsen komen en gaan op de markt. De heersende mode speelt een sterke rol. Uiteindelijk zal degelijkheid op termijn het beste resultaat opleveren en het minste van de zenuwen vergen.