PTSS: lichaam én geest

In 1990 was het aantal patïenten met Post-Traumatische Stress Syndroom (PTSS) op de afdeling psychiatrie van het Centraal Militair Hospitaal (CMH) in Utrecht ongeveer nul, vertelt psychologe Miranda Meyer. Tegenwoordig is er een wachtlijst. ,,De laatste jaren is PTSS bekend geworden onder hulpverlenende instanties, maar ook onder militairen. Dat heeft voor een groot deel te maken met alle publiciteit rondom de gezondheid van uitgezonden militairen.''

PTSS kan zich uiten in een reeks van klachten, zowel psychische als lichamelijke. Toch vertonen deze patiënten specifieke symptomen waardoor hun problematiek zich duidelijk onderscheidt van andere stoornissen, zegt Meyer. Voortdurende `herbeleving' van de in het crisisgebied opgedane ervaringen, bijvoorbeeld in de vorm van nachtmerries en `flashbacks'. Ook het vermijden van `prikkels' die herinneringen aan traumatische ervaringen kunnen oproepen, bijvoorbeeld situaties op straat of bepaalde tv-programma's, kan een aanwijzing voor PTSS zijn. Verder vertonen deze patiënten in vrijwel alle gevallen gedurende een langere periode van verhoogde waakzaamheid en prikkelbaarheid.

Het CMH voert met iedere patiënt een aantal intake-gesprekken. Meyer: ,,We laten een patiënt eerst zijn eigen verhaal vertellen. Vervolgens krijgt de patiënt zeer uitvoerige vragenlijsten voor zijn neus. Daarbij proberen we er achter te komen of er sprake is van PTSS, of van andere stoornissen.'' Uit het onderzoek onder jonge veteranen in 1997 bleek dat vijf procent van de uitgezonden militairen voldeed aan de diagnose van volledige PTSS. Bij twintig procent werd een gedeeltelijke PTSS vastgesteld: de militairen vertoonden een aantal symptomen, maar voldeden niet aan alle criteria voor het syndroom.

Bij de behandeling hanteert het CMH verschillende methoden. Met sommige militairen wordt een individueel gesprek gevoerd. Anderen kunnen hun ervaringen delen met lotgenoten. Verder is er de mogelijkheid tot opname. Behalve de verbale therapieën maakt het CMH gebruik van andere behandelmethoden, zoals drama, creatieve en psychomotorische therapie. ,,We proberen een link te leggen tussen het `hier en nu' en het `daar en toen','' legt Meyer uit. ,,We maken duidelijk dat de gevoelens van angst, verdriet, schuld en schaamte die ze nu voelen, worden veroorzaakt door de traumatische ervaringen die ze tijdens hun uitzending hebben meegemaakt en niet hebben kunnen verwerken. Deze emoties zijn in hun huidige leven niet meer `nodig' en moeten daarom worden losgekoppeld van het `hier en nu'. Patiënten kunnen hierna hun gedrag en de emoties die daar bijhoren, beter hanteren. Want helemaal genezen, kun je het niet.''