Openbare hoofddoek

Openbare scholen in Rotterdam breken zich het hoofd over de vraag of ze een leraar met een hoofddoek moeten aannemen. Ja, zeggen de voorstanders, want er is vrijheid van godsdienst. Nee, vinden de tegenstanders, dat staat neutraal onderwijs in de weg. Bovendien dreigen vooral Turkse ouders hun kinderen van school te halen als de juf een hoofddoek draagt.

VERWARRING op openbare basisschool De Kameleon in de Rotterdamse wijk Charlois. De juf Turks was na haar trouwerij opeens een `spleetje' geworden. Benen, armen, hals en hoofd waren zorgvuldig bedekt. Alleen voor haar ogen had ze een venstertje uitgespaard.

Niemand begreep er iets van, vertelt directeur Wim van Aalst. Meisjes in de klas vroegen waarom zij geen hoofddoek opmochten en de juf wel. Collega's informeerden of ze met haar kleding uitdrukking wilde geven aan onderdanigheid van de vrouw. En ouders, vooral van liberaal Turkse komaf, dreigden hun kind van school te halen.

Wie garandeerde dat de juf binnen de beslotenheid van haar klaslokaal niet de islam verkondigt? Als de ouders dat hadden gewild hadden ze wel de moslimschool om de hoek gekozen. Hun bange vermoeden kwam uit toen een Turkse collega ontdekte dat ze taalles gaf uit boekjes van de koranschool in Turkije. De juf werd naar huis gestuurd, de directeur bleef verbijsterd achter. Hij zit drie jaar na dato nog steeds met die ene, prangende vraag: ``Moeten we het openbaar onderwijs zomaar cadeau geven aan iedereen onder het motto van gelijke behandeling?''

Opnieuw zaait de hoofddoek tweespalt in de schoolklas. Ditmaal zijn het niet leerlingen die er een dragen – die strijd speelt in Nederland sinds 1985 en lijkt op grond van vrijheid van godsdienst en meningsuiting beslecht in het voordeel van het kind-met-de-hoofddoek. Nu gaat het om de leraren. Meer in het bijzonder: de eerste aan de Pabo afgestudeerde islamitische vrouwen die als onderwijzeres, opvoeder én rolmodel met een doek om hun hoofd geknoopt het klaslokaal binnenstappen.

Ze stellen de openbare schoolbesturen voor een nieuw dilemma. Geen school kan een leerkracht afwijzen op grond van het tonen van geloof. Toen de Haarlemse basisschool De Piramide in 1997 een stagiaire om haar hoofddoek wegstuurde zonder tekst en uitleg, achtte de Commissie Gelijke Behandeling dit ongeoorloofd. Een hoofddoek is in feite niets meer of minder dan een ketting met een kruisje om de nek. En dat mag toch ook?

Maar wat als het geloof het onderwijs op de openbare school in de weg zit? Als een islamitische onderwijzeres op een openbare school wegens haar geloof mannen, collega's en ouders, geen hand wil geven? Als een klassenassistent weigert in een kringgesprek uitleg te geven over aids – dat is in haar ogen een straf van God? Als een groepsleerkracht zijn klas alleen ongemengd wil laten gymmen? Dàn wordt er een levensovertuiging uitgedragen. En dat verdraagt zich niet met het beginsel dat de openbare school geen partij kiest in levensovertuigingen.

De openbare basisscholen in Rotterdam bezinnen zich naar aanleiding van zulke ervaringen op hun identiteit, vertelt gemeenteambtenaar Marianne van Wensveen. Geloofsovertuiging wordt een vast gespreksonderwerp bij de sollicitatie, schrijft ze in een discussienota aan de schooldirecteuren. Want de kwestie reikt veel verder dan de islamitische hoofddoek. Het gaat ook om de leraar die zonder uiterlijk vertoon zijn moslimgeloof uitdraagt. Om de handwerkjuf die in een kuitlange Terlenka-rok tijdens de les evangeliserend bezig is. En om de Jehovagetuige die, alweer bij de Rotterdamse schooldirecteur Van Aalst, geen Sinterklaas, Kerstmis en verjaardagen met zijn schoolklas wilde vieren. Ze vertrokken allemaal, onder dwang of uit zichzelf.

In hoeverre islamitische leraren met hoofddoek welkom zijn op de Rotterdamse openbare scholen, zal in de loop van deze discussie moeten blijken. Want een standpunt zullen de scholen, hoe dan ook, moeten innemen, constateert Van Wensveen. ``Het is louter een kwestie van tijd voor de eerste onderwijzeres-met-hoofddoek bij ons aanklopt voor een vaste baan.'' Tenslotte zijn er leraren te weinig op de arbeidsmarkt.

Totnutoe pakken de Rotterdamse scholen het vraagstuk elk op hun eigen wijze aan. Op De Kameleon en De Globe komt de hoofddoek de lerarenkamer niet in – of hij nu gedragen wordt door stagiaires of leerkrachten. Voornaamste reden is het protest van liberale Turkse ouders. Opgegroeid met de Turkse wet die hoofddoeken op staatsscholen verbiedt, leggen ze de dracht uit als politiek statement van strenge en intolerante opvattingen.

Leerkracht Turks Cezmi Doganer van De Globe: ``Wat een ieder gelooft, is privé. Dat respecteer ik. Maar een hoofddoek moet een leerkacht op een openbare school afdoen in de klas. Zo niet, dan misbruik je de democratie. Dan verwar je de regels van het geloof met de regels van de school.''

Directeur Van Aalst van De Piramide gaat een stap verder: ``Als leraren echt prijs stellen op een hoofddoek moeten ze een andere school zoeken. Mijn school komen ze niet in. Dan loopt een grote groep ouders weg. En wat moet ik met een school die niet gedragen wordt door de ouders?''

stagiaire

Tegelijkertijd heeft de openbare Andries van de Vlerk-basisschool in Hoogvliet een Pabo-stagiaire met hoofddoek rondlopen. Daar heeft directeur Jacob Mannessen speciaal om gevraagd. De ouders van zijn overwegend witte school hebben ``geen steekhoudende bezwaren''. De studente ervaart hoe het is om voor groepen te staan van 30 kinderen met verschillende gezindten – op haar islamitische stagescholen telden de groepen nooit meer dan 14 leerlingen, allemaal moslim. En de Andries is weer een ontmoeting met een andere cultuur rijker. De directeur: ``Dat vind ik de essentie van het openbaar onderwijs. Kennismaken met verschillende geloofsovertuigingen. En daarna onderlinge relaties en gelijkenissen ontdekken.''

Anders ligt het wanneer Mannessen gevraagd wordt of hij zijn stagiaire zou aannemen als groepsleerkracht. Nee, luidt zijn antwoord beslist. Daarvoor kan de stagiaire haar geloof op school nog te weinig opzij zetten. Ze houdt moeiteloos groepsgesprekken met de kleuters over hun cavia's, maar seksuele voorlichting ziet hij haar nog niet geven. En ook haar corrigerend gedrag ten opzichte van jongens is terughoudender dan ten opzichte van meisjes. ``Ik vertelde haar dat ik twee moslimjongetjes had aangepakt omdat ze in het kruis van meisjes grepen. Dat was voor haar choquerend. Daar wilde ze eigenlijk liever niks van weten.''

Els Koster, directeur van openbare basisschool De Triangel in Rotterdam, zegt het zo: ``Natuurlijk heeft elke leerkracht een eigen opvatting. Maar cruciaal is de mate waarin ze hun eigen mening in het openbaar onderwijs aan de orde stellen en in hoeverre ze andere overtuigingen buiten beschouwing laten.''

Het verschil van mening tussen de Rotterdamse openbare schooldirecteuren spitst zich toe op de vraag waar de neutraliteit ophoudt en het prediken van een geloofsovertuiging begint. Nog concreter: of alleen een hoofddoek al meer is dan uiterlijk vertoon. De landelijke Vereniging van Openbaar Onderwijs nam het standpunt van de Commissie Gelijke Behandeling over en schaart het onder uiterlijke kenmerken. Accepteren dus, die doek. Maar in de ogen van Wim van Aalst van De Kameleon en Mieke der Kinderen van De Globe is dat ``wel heel theoretisch''. Hun realiteit is dat (Turkse) ouders een hoofddoek wantrouwen – de doek zou staan voor culturele en maatschappelijke afbakening.

Der Kinderen: ``Ouders moeten de opvoeding delen met de leerkracht. Zij moeten de leerkracht niet alleen accepteren, maar ook vertrouwen. Zo iemand moet dichter bij je gedachtengoed staan dan je buurman, of een vriend. Van zo iemand accepteer je eerder een geloofsovertuiging dan van de mede-opvoeder van je kind.'' Van Aalst: ``Aan een leraar op een openbare school moet je zijn geloof niet kunnen afzien. Verschillende kenners hebben mij verteld dat de Koran de hoofddoek niet dwingend voorschrijft. Dus is er geen sprake van beperking van de godsdienstvrijheid als je leraressen vraagt hoofddoeken af te doen.''

Daarnaast beroepen de tegenstanders zich op een affaire die de afgelopen zomer speelde in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. Een 25-jarige lerares, Fereshta Ludin, kon een vaste aanstelling op haar openbare stageschool wel vergeten, aldus deelstaatminister Anna Schavan, zolang ze in de klas een hoofddoek droeg. Schavan schoof daarbij het recht van godsdienstvrijheid opzij ten gunste van twee andere fundamentele rechten – 1. de plicht van de staat om neutraal te zijn en 2. het recht van leerlingen om niet blootgesteld te worden aan religieuze beïnvloeding.

Gemeente-ambtenaar Marianne van Wensveen heeft hierover nog geen standpunt ingenomen. ``Het is een dilemma waar we voorlopig nog niet uit zijn.'' Ze verwacht meer duidelijkheid van het Amsterdamse adviesbureau Intervu, waarvanze uit naam van het overkoepelend schoolbestuur hulp heeft ingeroepen. Maar ook die onderzoekers tasten nog in het duister. Want in Nederland is het onderwerp nog onontgonnen terrein.

Zo kent directeur I. Akel van het Nederlands Centrum Buitenlanders alleen ``omgekeerde gevallen''. Nederlandse leerkrachten die zich bij nader inzien toch niet konden voegen aan de spelregels van een islamitische school. En in Haarlem is het onderwerp groepsleerkracht-met-hoofddoek na het incident met de stagiaire op het schooldirecteurenoverleg onmiddellijk van de agenda afgevoerd. Bewust, vertelt schoolleider R. Stouten van de Molenwiek.

De Haarlemse schooldirecteur: ``Mijn angst is dat ik niet weet wat ik moet bespreken. Je moet bij dit soort onderwerpen niet voor de troepen uitlopen. Wat doe je als zich na lang zoeken eindelijk een invalster aandient, maar eentje met hoofddoek? Stuur je kinderen dan maar weer naar huis? Ons standpunt is: in het openbaar onderwijs is iedereen welkom. Of hij een bril draagt, rood haar heeft, of een hoofddoek draagt. Zaak is dat je die hoofddoek aan de orde stelt in het sollicitatiegesprek. Als zo iemand de doek om privéredenen omheeft, zal het mij een rotzorg zijn. Dan kan ze gewoon komen werken. Ik vind dat nauwelijks impact hebben.''

MISSION STATEMENT

En de islamitische stagiaires en leraren zelf? Willen ze werken op een openbare school? En belangrijker: weten ze waar ze aan beginnen? Stagecoördinator Els Ligthart van de Rotterdamse openbare Pabo begint hard te lachen. Aan het curriculum kan het in elk geval niet liggen. In het mission statement staat dat de school zich ten doel stelt studenten breed en emancipatorisch op te leiden vanuit een multicultureel perspectief. Stagiaires worden voorbereid op hun taak als pedagoog, didacticus, onderwijsvernieuwer en teamlid. Bovendien leren ze dat ze in het openbaar onderwijs de neutraliteit moeten onderschrijven. ``Van een leerkracht in het openbaar onderwijs'', heet het, ``wordt bovendien verwacht dat hij/zij alle gezindten binnen een dialoog/ontmoeting een respectvolle plaats in de school/klas geeft''.

Maar de praktijk is anders. Waar blijf je als de studenten dat tijdens hun studie niet eens kunnen ervaren? De meeste openbare scholen in Rotterdam en omstreken weigeren leraren en stagiaires zo gauw ze horen dat er een hoofddoek in het spel is. En wanneer Ligthart dat verzwijgt, weet ze uit ervaring dat de schooldeur pardoes voor hun neus wordt dichtgeslagen. ``Ze komen er gewoon niet in. Openbare scholen willen niet dat stagiaires hun geloof herkenbaar uitdragen. Ze zeggen: als we jou nemen is morgen de helft van de klas vertrokken.''

In Haarlem en omgeving is de geloofsovertuiging van stagiaires net zo'n gevoelig item, weet stagebegeleider Marcel Bos. Pas geleden nog, een basisschool weigerde een islamitische jongen. De jongen droeg geen baard, had volgens Bos goed begrepen dat hij ook seksuele voorlichting moest geven en vragen in het dagelijkse kringgesprek voor de kiezen kon krijgen waarover in zijn geloof openheid niet gebruikelijk is. Maar toch werd hij geweigerd. De stagebegeleider: ``We hebben niks kunnen doen. Want het was een christelijke school en die mogen een eigen aannamebeleid voeren.''

Beide stagebegeleiders komen op de openbare Pabo's overigens zelden studenten tegen die alleen op een islamitische school willen lesgeven. Bos kent ze niet: ``Mijn moslimstudenten begrijpen goed dat ze op school een aantal dingen uit de Nederlandse cultuur moeten overdragen die ze persoonlijk niet onderschrijven. Als iemand daar moeite mee heeft moet hij er of overheen stappen of een ander beroep kiezen.'' Ligthart ontmoette er een handjevol. Ze liepen alleen stage op een islamitische school: ``Ik zeg altijd: het openbaar onderwijs hoeft niet, maar je mist wel iets als je je er niet in verdiept.''

Dat beaamt Aysel Ciftci (23). Ze loopt als derdejaars Pabo-studente mèt hoofddoek stage in groep drie van openbare basisschool De Klinker in Vlaardingen. De klas is groter, de kinderen zijn blank en welbespraakt. Maar met name de pedagogiek is zo anders. Op haar eerdere stagescholen, alledrie islamitisch, liet ze kinderen hun mond spoelen als ze vieze woorden zeiden. Maar op De Klinker moet ze met hen ``praten, praten, praten''. Op de moslimscholen sprak ze nooit over Pasen, laat staan dat ze het vierde. Maar op de Klinker liep ze in een gele paasbloes mee in de optocht. Jazeker, ``trots met mijn hoofddoek op.''

Over dat uiterlijk vertoon heeft de school tegenover Ciftci nooit een op- of aanmerking gemaakt. Waarom zouden we in 's hemelsnaam, vraagt directrice Ria Kruze. ``Als ik er een probleem van zou maken, druist dat in tegen de open, tolerante school die ik wil zijn.'' Maar als het geloof neutraal onderwijs onmogelijk maakt? Kruze: ``Ach, dat zien we dan wel weer.'' Ciftci, verontwaardigd: ``Ik draag een hoofddoek om me te onderscheiden en uit eerbied voor mijn ouders. Zendeling spelen komt geen moment in me op.'' En: ``Wat zegt een hoofddoek nou helemaal? Elke moslim kijkt weer anders tegen de wereld aan.''

nul op rekwest

Makkelijk vond Ciftci haar openbare stageschool niet. Ze struinde in en rond Maassluis liefst vijf basisscholen af, maar overal waar ze binnenstapte kreeg ze nul op het rekwest. Een school hapte toe, hield haar een week aan het lijntje en liet het toen afweten. Zonder opgaaf van reden, maar Ciftci denkt dat ``het om mijn hoofddoek was''. Dat was echter nog niks vergeleken met wat een Turks klasgenootje meemaakte. Ze had een week lesgegeven in groep vier toen de openbare school liet doorschemeren dat ze weg moest. Een stagiaire zonder hoofddoek stond al op de stoep.

En straks? Waar gaat ze na haar examen solliciteren? Ciftci haalt haar schouders op. Geen idee. Islamitische basisschool, openbare basisschool – allebei hebben ze wel wat. De een is bekend, vertrouwd en overzichtelijk. De ander is nieuw en onvoorspelbaar en confronteert haar met haar eigen grenzen. Dat is spannend, zegt ze. Zo sprak een twaalfjarige jongen op de gang met een vriendje over buitenbaarmoederlijke zwangerschap bij mannen – daar stond iets over in de krant.

Ciftci had het antwoord toen niet geweten. En eerlijk gezegd nu ook niet. Ze zegt: ``Ik geloof in Allah, heb eerbied voor mensen die iets anders geloven en zal daar mijn klas ook altijd over vertellen. Maar hoe moet ik over het kwade nou respectvol zijn?''