Op de bouwplaats is veel werk, maar ook veel werkloosheid

Dit jaar vertrekken de Duitse politici uit Bonn. In het zesde deel van een serie over de verhuizing naar Berlijn een verslag van de werkloosheid op de grootste bouwplaats van Europa.

Bouwvakker Karsten Busewitz veegt met zijn arm het stof uit zijn gezicht. Met zijn oranje werkjasje, witte broek en gele helm steekt hij schril af tegen de helderblauwe lucht. Karsten staat hoog op de meest prominente Baustelle van Berlijn: de nieuwe bondskanselarij van Gerhard Schröder. ,,We hebben hier nog een jaar werk. Maar als ik denk aan het moment dat deze kanselarij klaar is, vliegt de paniek me om de oren.''

Karsten Busewitz, een Berlijner van 31 jaar, is één van ruim 1,1 miljoen bouwvakkers in Duitsland, die nog een baan hebben. Maar de vraag is hoe lang. ,,Vorige week zijn bij ons in de zaak 25 van de 60 werknemers eruit gevlogen'', zegt Busewitz met een bedrukt gezicht.

De Duitse bouwindustrie beleeft de diepste crisis sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Vier jaren zware recessie hebben ruim 400.000 bouwvakkers in het land werkloos gemaakt. Hoewel Berlijn de grootste bouwput van West-Europa wordt genoemd, vechten duizenden aannemers en onderaannemers om hun bedrijf voor de ondergang te behoeden. Ruim een kwart van de faillissementen in Duitsland is toe te schrijven aan de bouwbranche. In het Oosten van Duitsland is dat zelfs 36 procent. Alleen al in Berlijn en deelstaat Brandenburg moeten maandelijks 59 bouwbedrijven de deur sluiten.

,,Het klinkt tegenstrijdig'', zegt Rainer Knerler van IG Bau in Berlijn, de vakbond van werknemers in de bouwindustrie. Toen Berlijn hoofdstad werd en ook de regering besloot hierheen te trekken, is er geweldig geïnvesteerd. In nieuwbouw en vooral in het saneren van oude gebouwen, waar in de vroegere DDR ruim veertig jaar niets aan gedaan was. Knerler: ,,Berlijn heeft in Europa met 8.000 bouwplaatsen een enorm bouwvolume. Tegelijkertijd hebben we de meeste werkloze bouwvakkers.''

Vijf jaar geleden werkten nog 54.000 werknemers in de Berlijnse bouw; nu zijn dat er nog maar 28.000. Overal in de stad lopen werkloze bouwvakkers rond. Ze leuren bij bedrijven om een baantje. Ze staan 's morgens als eerste op de stoep bij de kantoren van Berlijnse kranten om gretig de kleine advertenties na te pluizen waarin personeel wordt gevraagd. Sommigen hebben het opgegeven en hangen met hun lotgenoten, flesjes bier en een ghetto-blaster in het park. ,,In de bouw heersen wildwest-taferelen. Vooral hier in Berlijn'', zegt vakbondsman Knerler. De hele marktordening is volgens hem verdwenen. Oorzaak? De concurrentie onder de vele duizenden bouwbedrijven is zo groot, dat de prijzen almaar lager worden. Krampachtig proberen de vakbonzen het officiële uurloon van een Duitse bouwvakker 26,39 mark in West-Duitsland, 23,69 in Oost-Duitsland te handhaven. Maar de talrijke illegale bouwvakkers uit Polen, Rusland, de Oekraïne en Tsjechië werken vaak voor een kwart van de prijs en malen al helemaal niet om een 8-urige werkdag.

Toen Mario nog op de bouwplaats werkte van het nieuwe winkelcentrum Schönhauser Arkaden in Prenzlauer Berg, werd er door ,,heel wat mensen'' 14 uur per dag gewerkt voor 6 tot 8 mark per dag. ,,Niet alleen Polen'', zegt Mario, ,,ook Duitsers werkten voor een habbekrats, illegaal''.

Werk is er volop, zegt Mario, die nu bewaker is van Schröders Baustelle. Officieel mag het aantal werknemers in de Berlijnse bouw de laatste jaren zijn gehalveerd, maar het aantal illegale werknemers wordt op ruim 30.000 geschat. Dat is vrijwel evenveel als het aantal werkloos geworden bouwvakkers.

,,De grote hoeveelheid illegalen drukt de prijzen geweldig'', zegt Knerler. Het hele `loongebouw' waar de Duitse vakbonden graag op toezien is in elkaar gestort. ,,Het resultaat is dat de Berlijners hun baan kwijtraken, terwijl op de bouwplaatsen zelf vooral Pools, Tsjechisch en Russisch wordt gesproken. Dat is bitter. Zelfs uit Oezbekistan komen ze hier werken.'' De Portugezen, die volgens het EU-recht legaal in de bouw werken, weten zich als vlechters nog net te handhaven.

Tijdens de verkiezingscampagne hadden kanselier Schröder en zijn SPD beloofd korte metten te zullen maken met de oneerlijke concurrentie. Zodra de SPD aan de macht kwam, zou het afgelopen zijn met de wanorde in de Berlijnse bouw, die voor de illegalen ook ,,mensonterend'' is. Oskar Lafontaine, die toen nog SPD-voorzitter was, kondigde een grootscheepse ,,jacht op illegalen'' aan.

,,Van een jacht is weinig te merken'', zegt vakbondsman Knerler. ,,Er zijn vijftig agenten die de situatie op 8.000 bouwplaatsen moeten controleren. Dat is onmogelijk.'' Bovendien heersen op de Baustellen harde wetten. Controleurs van de arbeidsbureau's wagen zich nauwelijks meer zonder politiebescherming op de bouwterreinen. Medewerkers van de douanekantoren moeten met wapens worden uitgerust. ,,Alleen zo kunnen zij de Rambo's nog intimideren, die het hoogst profitabele bedrijf met horden aan buitenlandse bouwarbeiders bewaken'', constateerde de Berliner Morgenpost onlangs. Knerler ,,houdt zijn hart vast'' voor de uitbreiding van de Europese Unie met Oost-Europese landen. ,,Als de arbeidsmarkt niet wordt beschermd, ontstaat een dramatische situatie voor Duitse bouwvakkers.''

Jürgen, de metselaar, is lakoniek. Hij is een Ossie van 25 jaar en de dag op de bouw aan de bondskanselarij zit er weer op. ,,Ik maak me geen zorgen over m'n baan. Als ik morgen werkloos wordt, ga ik gewoon iets anders doen.'' Misschien wordt hij wel bewaker, net als Mario. ,,Afwisselend werk en met zoveel politici binnenkort in de stad is er genoeg te doen.''

Eerdere afleveringen www.nrc/nl