OM wast criminele winsten wit

Openbaarheid van rechtspraak is een van de beginselen van behoorlijk proces, waar wij in dit land zeer aan hechten, zij het niet in Amsterdam. Daar heeft het openbaar ministerie (OM) enige tijd geleden een `dealtje' gesloten met Cor van Hout, een van de ontvoerders van bierbrouwer Heineken. Daar heeft Van Hout voor gezeten, maar die ervaring heeft hem niet tot inkeer gebracht. Integendeel, sinds hij in 1992 weer op vrije voeten kwam, is hij, waarschijnlijk met behulp van de acht overgebleven miljoenen van de Heineken-ontvoering, opnieuw en met groot succes in criminele zaken gegaan. Daarvoor werd hij verleden jaar opnieuw in eerste aanleg veroordeeld tot viereneenhalf jaar. Bovendien was de fiscus doende om uit te zoeken waar zijn criminele winsten gebleven zijn, met het doel hem die te ontnemen, toen raadsman Moszkowicz jr. en officier van justitie Teeven tot een geheim akkoord kwamen.

Dat meldde op 20 maart jl. de Volkskrant. Twee dagen later werd het door de Amsterdamse persofficier Steenbrink bevestigd. Was het bericht onjuist geweest, dan had Steenbrink ermee kunnen volstaan het te ontkennen. Nu hij echter bij herhaling te kennen gaf over de zaak-Van Hout niet te willen praten en het bericht voor rekening van `die krant' te laten, bevestigde hij het bestaan van de deal, zij het niet de precieze inhoud ervan. Details kennen wij dus alleen uit de Volkskrant. In ruil voor het afzien van appèl en het betalen van drie miljoen gulden aan de fiscus, zal justitie niet langer zoeken naar de rest van de criminele winsten van Van Hout, hem eerder dan gebruikelijk zijn straf laten uitzitten in een gevangenis met mild regime, én deze afspraken voor de buitenwereld strikt geheim houden. Wie zich over deze gang van zaken verbaast, krijgt van Steenbrink te horen dat dit in Amsterdam heel gewoon is, als het om ,,fatsoenlijke bedragen'' gaat; ,,bedragen die iets voorstellen''. Zodoende lag mijn conclusie voor de hand: kleine boefjes pakt justitie op, met grote boeven doet justitie zaken.'

Volgens Steenbrink zag ik dat helemaal verkeerd: ,,U zou eens in Amsterdam moeten komen kijken hoeveel zaken wij dagelijks schikken.'' Iedereen kan zich volgens hem tot de officier van justitie wenden met de vraag of een schikking mogelijk is. Dat zoiets `in principe' kan, zal ik niet tegenspreken, maar hoe vaak zal een straatrover, verkrachter of geweldpleger daarbij slagen? Het moet immers wel om `fatsoenlijke bedragen' gaan. Alleen grote rovers en geweldplegers komen derhalve in aanmerking. Bij het plannen van een operatie kunnen zij dan het te verwachten schikkingsbedrag op de begroting zetten, en afwegen of de investering van moeite en geld wel voldoende loont. Dat alles onder strikte geheimhouding, opdat de goede naam van de criminele ondernemer en van justitie er niet onder lijdt. Zo gaat dat volgens het OM in Amsterdam.

Het belangrijkste bezwaar tegen deze gang van zaken heb ik hiervoor al genoemd: de geheimhouding. Kunnen de gesloten deals het daglicht niet verdragen? Een tweede bezwaar moet daar aan worden toegevoegd: omdat zulke deals alleen gesloten worden wanneer het om `bedragen die iets voorstellen' gaat, hebben wij hier te maken met een nieuw soort klassenjustitie, die grote boeven anders en naar verhouding beter behandelt dan gewone boeven. Ten slotte is er nog het probleem dat bij dit soort zaken het OM wel erg schaamteloos op de stoel van de rechter plaatsneemt.

Het laatstgenoemde bezwaar behoeft nuancering. Ik ben niet gekant tegen iedere vorm van buitenrechtelijke afdoening van strafbare feiten, in het bijzonder van overtredingen. Maar juist het feit dat daarbij de in de strafrechtspleging gebruikelijke procedurele waarborgen, als ook de controle door openbaarheid ontbreken, maakt dat van die mogelijkheid slechts gebruik gemaakt dient te worden in zaken van gering materieel belang. Als bij zulke informele afdoening dan onrecht wordt begaan, gaat het niet om groot onrecht. Omdat de meeste strafzaken godzijdank nog steeds kleine zaken betreffen, kan de mogelijkheid om die met buitenrechtelijke schikkingen af te doen nog tot een aanmerkelijke lastenverlichting voor onze gerechten leiden. Buitenrechtelijke afdoening heeft dan de voorkeur boven het verhogen van het aantal beleidsspots met hetzelfde oogmerk. Maar men begint aan de verkeerde kant als men bij voorkeur schikkingen aanbiedt aan criminelen bij wie interessante bedragen te halen zijn. Dat criminelen op zulke schikkingsvoorstellen alleen zullen ingaan als een eenvoudige rekensom hun leert dat na de gesloten deal nog ruim genoeg winst overblijft, begrijpt een kind. Als het OM dan ook nog belooft, zoals in het geval van Van Hout, naar het restant niet meer te zullen speuren, dan komt zo'n afspraak de facto neer op het witwassen met behulp van het OM van die criminele winsten. Dat de gemiddelde burger van die gang van zaken niets begrijpt, ligt voor de hand.

H.F.M. Crombag is hoogleraar aan de juridische faculteit van de Universiteit Maastricht.