Jong is goedkoop

Voor jonge Nigeriaanse voetballers is er maar een manier om gelukkig te worden: spelen in Europa. Naar een Europese club willen ze, een grote club. Vorige week werd in Nigeria het wereldkampioenschap voor voetbalteams onder 20 jaar gespeeld.

`We zijn echt groot, maar we willen nog groterworden.'

Hij draagt een geel, oud, versleten en vuil voetbalshirt, waarop met grote letters `Brasil' staat gedrukt. In zijn korte, vale broekje zitten gaten en scheuren. Hij draagt sportschoenen van een onbestemd merk. Hij zit op schoot bij zijn moeder, een jonge, zwarte vrouw met rastavlechten in het haar waarop ze een hoofddoek heeft gedrapeerd. Ze is gekleed in een lang en kleurig gewaad. Samen zitten ze op de tribune van het voetbalstadion van Kaduna en kijken ze naar de wedstrijd tussen Spanje en Mali. Als Mali scoort, springen moeder en zoon op en beginnen ze aan een vreugdedansje dat eindigt met een high five, zoals sportmensen dat tegenwoordig doen.

Het jongetje ziet me kijken, loopt naar me toe en vraagt of ik ook voor Afrika ben. Natuurlijk. Wie is er hier niet voor Afrika? Hij vraagt waarom ik hier ben, of ik zijn moeder wil leren kennen en of ik met hem meekom. Ik vraag hoe hij heet, maar hij luistert niet, hij grijpt mijn hand en duwt me naar zijn moeder. De vrouw lacht verlegen en wendt nederig haar hoofd af. Het jongetje zegt wat tegen haar en wijst naar mij. Maar ze drukt haar handen tegen haar gezicht en zwijgt.

Hij zegt in pidgin English dat hij Hakeem heet. Op de vraag hoe oud hij is, geeft Hakeem geen antwoord. Tien, elf, misschien twaalf zal hij zijn. Hij begint een verhaal over voetballers die hij bewondert. Over Ronaldo, Babangida, Amokachi, Okocha, Kanu en over alle Brazilianen en Nigerianen die hij maar kent. Hij vraagt of ik een bal heb. Nee, natuurlijk heb ik die niet. Waarom dan? Nou, dan kan hij laten zien wat hij er allemaal mee kan. ,,Hakeem!'' gilt zijn moeder boos. Maar Hakeem is niet meer te stuiten. Hij begint een verhaal over de beste van de wereld worden, de rijkste van de wereld worden, over zijn moeder, zijn familie en over de hele stad die rijk kan worden. ,,You help me, you give me present, you are rich'', zegt hij met een overweldigende spontaniteit.

De wind steekt op in het stadion. Aan de overkant wapperen de vlaggen al. Het is vijf uur in de middag, maar de hemel kleurt inktzwart. Dan begint het te stormen. Mensen vluchten weg van de tribunes. De wedstrijd moet nog vijf minuten duren. Het gaat regenen, het gaat plenzen, het is of al het water dat de hemel bevat tegelijk naar beneden valt. Hakeem begint te kraaien van plezier. Hij begint te dansen en rent naar beneden, de tribune af, naar het veld. Daar hebben zich al andere jongens verzameld. Ze trekken hun kleren uit en beginnen aan een regendans die nooit meer zal ophouden. Ook Hakeem doet mee. En als de wedstrijd voorbij is, staat Hakeem helemaal alleen midden op het veld. Hij heeft zijn bovenlijf ontbloot, handen omhoog, zwaaiend met zijn shirt en krijsend in de hoop dat vandaag alle zegen van boven komt.

Later, in het donkere, maar droge perskamertje van het stadion, zit Hakeem weer op schoot bij zijn moeder. Ernaast zit een oude man in een lichtblauw traditioneel Nigeriaans kostuum met een hoedje op. Hij blijkt een oud-sportjournalist. Wanneer ik me bij hen voeg, begint de nog doorweekte Hakeem weer te praten. De oude man vertelt met een glimlach dat zijn kleinzoon een grote voetballer wil worden. Hij nodigt me uit mee te rijden naar zijn huis in een buitenwijk van Kaduna, een stad in het noorden van Nigeria met miljoenen inwoners, een oude, vooral vervuilde stad, waar het leven wordt beheerst door een overstoorbare chaos en overweldigende taferelen van armoe en ellende.

We rijden in een krakkemikkige auto van Franse makelij door de straten van Kaduna. De stad is veranderd in een grote modderpoel. Links en rechts, van voor en van achter worden we bedreigd door andere opdringerige, krakkemikkige auto's. Jongens zwaaien met handel, zoals pinda's, zakjes limonade, vis, vlees, shampoo, tl-buizen en mini-stereosets. De huizen zijn bouwvallen, omringd door hutten. Overal heerst armoe. Dan wijst de oude man op een huis. Het is nauwelijks te zien, omdat het donker is. Hier heeft Babangida gewoond. Dan is er een huis waar Lawal woonde, prominente voetballers uit Kaduna die nu in Nederland wonen. ,,Baba!'', roept Hakeem. ,,Tell the master where Amokachi lives.'' En zo rijden we door een wijk vol riante huizen met grote hekken. Amokachi is de ster van het noorden. Vandaar. Hier woont zijn familie.

,,Kent u Sabo Babayaro?'' vraagt de man. ,,Sabo is de vader van alle Babayaro's. Van Celestine, Emmanuel, Sunday, Matthew en Victor. Celestine speelt in Engeland, bij Chelsea. Hij speelt voor de Super Eagles, het grote Nigeriaanse elftal. De anderen spelen voor het Nigeriaanse elftal onder de twintig, voor onder de zeventien, voor onder de zestien. Allemaal komen ze van FC Babayaro, in Kaduna. Sabo is een echte vader voor de jongens. Hij heeft vele zoons.''

Een echte vader? ,,Nou ja, Sabo is niet de echte vader'', weet de man. ,,Hij heeft de jongens geadopteerd. Celestine en Emmanuel zijn broers van elkaar. De anderen komen uit andere families. Wie hun echte vader is, weten ze niet eens. Sabo heeft geloof ik zelf geen kinderen. Hij zoekt naar jongens die hij graag als zoons wil hebben, neemt ze in zijn huis, speelt wedstrijden met ze, verkoopt ze en tekent hun contracten omdat hij hun eigenaar is. Hij regelt hun licenties, hij regelt hun paspoorten als ze naar het buitenland gaan en hij bepaalt welke leeftijd er in hun contracten en paspoorten vermeld staat.''

Hakeem heeft het gesprek gevolgd. ,,Waarom speel ik niet voor Babayaro?'' Opa zegt: ,,Omdat jij een eerlijke opa hebt, mijn jongen. Ik wil jou leren dat de zon alleen schijnt als hij echt schijnt en dat God alleen voor eerlijke jongens zijn best doet. Misschien word je niet rijk, misschien wel. Het is al in de handen van His Almighty en niet van slechte mensen. Meneer hier, zal zijn best voor jou doen. Hij zal jou helpen, maar alleen als je eerlijk bent en kan laten zien dat je écht een goede voetballer bent.''

Hakeem wordt wanhopig. ,,Maar u heeft me wel gezegd dat ik naar die witte man moest gaan.'' Wat hij verder zegt, verdwijnt in het Hausa-dialect van Kaduna. ,,U begrijpt dat ik trots ben op mijn kleinzoon'', zegt de man ten slotte. ,,Ik wil graag dat u een goed woordje voor hem doet bij Ajax en bij Feyenoord. Iedereen zal trots zijn wanneer Hakeem bij die clubs speelt. Trots is bijna nog meer waard dan geld. U zult ontvangen worden als een gast, uw vrouw en kinderen en familie mogen komen wanneer ze willen. Als Hakeem een grote voetballer wordt, bent u de man die hem heeft ontdekt.''

Het is al laat in de avond en aardedonker als Hakeem de tuin inkomt. Hij heeft een bal in zijn handen en toont alles wat hij aan vaardigheden in zijn mars heeft. Opa serveert palmwijn, maar drinkt zelf als moslim limonade. Moeder is verdwenen. Dan hoor ik plotseling haar stem. Hakeem gehoorzaamt, buigt, kust mijn handen en mijn voeten en zegt te hopen dat ik goed aankom in Europa en naar Ajax ga om hem als lid aan te melden. Hakeem draagt nog steeds het shirt van Brazilië. Het is intussen opgedroogd in de tropische avondhitte.

Terug in mijn motel in Kaduna vind ik op de stoep van mijn huisje een slapende man die ik al eens eerder heb gezien. Het is de jongen uit Enugu, een miljoenenstad pakweg duizend kilometer oostwaarts van Kaduna. Als ik over hem heen probeer te stappen, schiet hij wakker. ,,Hello, my friend.'' Ach ja, waar heb ik het eerder gehoord. Bij hello sir of hello master heb je niets te vrezen, bij hello friend moeten ze wat van je, heeft mijn enige echte Nigeriaanse vriend me eens voorgehouden. De man had in Enugu een afspraak met me gemaakt. Hij zou me spelers verkopen, had hij gezegd. Jonge spelers, hele goede spelers zelfs. En we zouden samen rijk worden.

Als we op het terras van het motel wat gaan drinken, is het al middernacht. De man kent het verhaal van Babayaro. ,,Zo zijn er wel meer vaders met geadopteerde zonen die goed kunnen voetballen. Leeftijd maakt niet uit. De jongens krijgen de leeftijd die de pleegvader voor hen bepaalt. Ja, zoals Kanu, die bij Ajax heeft gespeeld. Zijn leeftijd is verschillende malen veranderd. Hij had geloof ik wel drie verschillende paspoorten.'' Als ik hem vertel dat Kanu zeventien was toen hij bij Ajax kwam, begint hij hard te lachen. ,,Ik denk eerder 27. Misschien weet niemand hoe oud hij werkelijk is. De meeste kinderen in Nigeria worden bij de geboorte niet aangegeven. Waarom zouden ze? Pas wanneer een Nigeriaan een paspoort nodig heeft, is de leeftijd belangrijk. Zeker bij voetballers die in een nationaal elftal spelen en naar het buitenland gaan. Wanneer ze verkocht worden is het belangrijk dat ze zo jong mogelijk zijn. Jong is goedkoop.''

De man belooft me een afspraak met Babayaro te maken, morgen in het grote hotel waar alle mensen van het wereldkampioenschap voetbal in Kaduna verblijven. ,,Babayaro is een aardige man. Maar u moet wel beloven dat u met mij zaken doet en niet met hem'', zegt hij bij zijn afscheid. Hij loopt weg, de nacht in.

Babayaro is er niet de volgende dag. Hij wil niet praten met journalisten, zegt de man die de afspraak zou regelen. Daniel blijkt hij te heten. Hij vertelt dat Babayaro veel te verbergen heeft. In Enugu was Daniel plotseling naar me toegekomen, toen hij zag dat ik stond te praten met Pius Ikedia, de kleine Nigeriaanse voetballer die 's middags de ene na de andere fantastische dribbel tevoorschijn had getoverd. Wat een heerlijke voetballer! Negentien pas, net als die andere vleugelspeler, Julius Aghahowa. ,,Waarom speel je niet in Europa?'' had ik Ikedia gevraagd. ,,Omdat ik in Ivoorkust speel'', had hij geantwoord. ,,Net als Aghahowa.''

Daniel vertelde dat Aghahowa volgend jaar bij AC Milan speelt. Dat zou een Italiaan deze week in Lagos aan het einde van het kampioenschap met hem regelen. ,,Ik hoop dat deze man het beter regelt dan de man die Ikedia zou helpen. Ikedia zou naar Barcelona gaan. Maar de man die het voor hem zou regelen, heeft hem in de steek gelaten. Nu is Pius eenzaam en speelt hij in Ivoorkust. Hij is vaak geblesseerd. Maar dat komt doordat hij er niet meer in gelooft. Ik kan u Ikedia verkopen, als u dat wil. Dan worden we samen rijk. We kunnen samen een heleboel spelers verkopen. Niet zo goed als Pius, maar nog heel jong en talentvol. Ze zijn beter dan de jongens die nu in Europa spelen. Ze zijn beter opgeleid dan de vorige generatie en ze hebben geleerd op gras te voetballen.''

We maken een afspraak om elkaar een paar dagen later weer te treffen, in Kaduna. Dan zal hij met foto's en feiten komen. Maar als ik hem op de stoep van mijn motelhuisje aantref, heeft hij niets bij zich. Helemaal niets. Hij had nog geen tijd gehad om het te regelen. Hij vond dat hij eerst moest praten, over geld en over de clubs in Nederland en over de kwaliteiten van de spelers die ik wilde hebben. Waarom gaat hij niet naar een echte makelaar of spelersagent? Die vraag had hij natuurlijk wel verwacht. ,,Omdat die te veel geld vragen en veel te handig zijn. Zij willen het eerlijk spelen.'' O? Hij dan niet? ,,Ja, natuurlijk wel. Maar ik ben nog jong en nog maar net begonnen.'' Hij roept een fotograaf en vraagt of hij van ons een foto wil maken

Aan het eind van het toernooi zie ik Daniel weer. Nu in het stadion van Lagos. Hij is nu agressief en wil nu echt snel zaken doen. Of ik snel mee naar buiten wil komen. Buiten, onder een boom zitten vier mannen op hun hurken. Een van hen heet Napoleon Aluma en blijkt de president and technical director te zijn van een voetbalschool in Warri, een stad in Delta State, in het oosten van het land. De ander is Daniel Oruma, een jongen van de school die reservedoelman is van het Nigeriaanse elftal onder de twintig jaar. Hij is een van de vijf Oruma's op school, vertelt Daniel, en hij noemt ze allemaal op. Allemaal van dezelfde vader, zegt hij lachend.

Napoleon, een verlegen jongeman met een voetbalshirtje aan, geeft me een beduimeld maar kleurrijk visitekaartje. Invincible Leopards Sports Club, staat er op, en daaronder Developing Young Talents for the Future. De club is gevestigd in Warri en blijkt over een trainingsveld te beschikken dat Maracana Pitch heet, genoemd naar het beroemste stadion ter wereld, het Maracana in Rio de Janeiro. De club werkt samen met de Pessu Primary School in Warri. En ze houdt kantoor in Warri en Lagos.

Mijn vriend Daniel doet het woord. Napoleon en de anderen zwijgen. Daniel doet de public relations voor de voetbalschool. ,,De school telt vijfduizend jongens'', zegt hij. Vijfduizend? ,,Ja, in de leeftijdsgroepen 10-13, 13-15, 17-19 en 19-23. En ze gaan allemaal naar school. Napoleon is de chief coach, zeg maar de technische directeur. We heb al wat spelers afgeleverd aan de grote clubs, zoals Daniel Oruma hier, die keeper is, en zijn broer, die in 1983 topscorer was van het wereldkampioenschap jeugd. Ja, we bestaan al sinds 1982. We zijn echt groot in Nigeria. Maar we willen nog groter worden. We willen de jongens helpen. Zo kunnen ze geld verdienen. En als zij geld verdienen, verdient de hele familie geld en misschien wel de hele stam. Want de jongens hebben allemaal veel broertjes en zusjes. My friend, u kunt ons helpen. We zijn echt eerlijke mensen. Arme mensen zijn eerlijk.''

Telefoon- en faxnummers worden uitgewisseld. Daniel belooft me videobanden van de voetballertjes, waarop ze hun vaardigheden tonen. Hij belooft me lijsten met de namen van voetballertjes, foto's en cv's. Het klinkt allemaal heel professioneel, in ieder geval heel doordacht. Daniel vraagt me mee te gaan naar het Eko-hotel in Lagos, het hotel waar de internationale en nationale sportbestuurders tijdens het toernooi verblijven. Daar zijn volgens hem vast nog wel meer voetballers en voetbalschoolbazen.

Inderdaad, het wemelt in de hal van het luxueuze strandhotel van mensen in voetbalshirts en mensen in Nigeriaans tenue met kaartjes om hun nek. Aan de rand van het zwembad liggen alleen maar westerse mensen, blanken dus. In de hal staat een blanke man met een rood aangelopen, kaal geschoren hoofd. Hij draagt witte Nigeriaanse kleren. Het blijkt Dominico Ricci, de roemruchte Italiaanse spelersmakelaar, eigenaar van Africa Football Management, een organisatie die tientallen Afrikaanse voetballen die in Europa spelen onder contract heeft. Zoals de Ghaneese verdediger van Bayern München, Ossei Kuffour. Ricci behartigt vooral de belangen van Ghanese talenten. Zo jong mogelijk verkopen, is zijn credo, wanneer ze jong zijn kunnen ze nog veel leren.

Ricci heeft een grote dikke agenda in zijn handen. Hij heeft geen tijd en geen zin in een vraaggesprek. ,Zeker niet hier, waar iedereen bij is'', zegt hij. Maar als ik hem vraag waarom hij zo slecht bekend staat, zegt hij ,,io mafioso di calcio? No, no, mai.'' Nooit dus. ,,Ik ben een manager, dus moet ik af en toe iets regelen. Soms verdien ik er niks aan, soms heel veel. Maar de spelers verdienen altijd meer dan ze ooit in hun leven zouden verdienen. Het land verdient er geld aan, de families en de clubs. Ik ben hier de enige omdat ik altijd geïnteresseerd ben in jonge Afrikaanse voetballers. Ik volg ze, ik begeleid ze. Andere makelaars zijn hier niet tijdens dit toernooi. Bijna alle spelers zijn namelijk al in handen van Europese clubs, of ze nu zeventien of twintig zijn. Er valt weinig voor ze te scouten. Ik ben hier niet voor mezelf, maar voor de jongens. De jongens willen naar Europa, hun vaders en moeders willen het. Wie ben ik om ze te stoppen. Ik help ze alleen maar.''

Ricci geeft me een hand en loopt weg. Daniel, mijn vriend van de Invincible Leopards is verdwenen. Hij zit op een afstand toe te kijken. Als ik me bij hem voeg, zegt hij: ,,U bent niet te vertrouwen. U heeft een afspraak met mij. Nu gaat u spelers van hem kopen. En Ricci is een slavenhandelaar. Hij houdt niet van zwarte mensen, hij verdient alleen maar geld aan ze. Wilt u nog wel met mij samenwerken? Ik geloof u niet meer. U houdt niet van zwarte mensen, u wilt van ze profiteren. U bent mijn vriend niet meer.''

Ik kijk machteloos om me heen. Op het bordes van het luxueze hotel zie een groepje mannen in een felle discussie. Een van de mannen ken ik. Het is de opa van Hakeem. Ik geef Daniel snel een hand en beloof hem toch te bellen en te faxen, wanneer ik thuis ben. Hoe hij ook over me denkt. Ik loop naar de opa van Hakeem. Hij ziet me: ,,Good morning sir, how are you sir?'' Hakeem is er niet bij, zegt hij. Hakeem moest naar school. Hij heeft gehuild, want hij wilde mee naar Lagos, naar de finale van het wereldkampioenschap. ,,Ik heb gezegd dat ik een shirtje voor hem meebreng. Een nieuw. Heeft u er een voor mij? Als cadeautje. Dan kan ik het aan Hakeem geven. Hij zal u heel dankbaar zijn.''

U begrijpt dat ik trots ben op mijn kleinzoon. Trots is bijna nog meer waard dan geld

Hij zou me spelers verkopen. Jonge spelers. En we zouden samen rijk worden