IN ELKE VIJVER ZITTEN DIAMANTEN

De resultaten in de klassiekers rechtvaardigen optimistische geluiden. Na zeven magere jaren staat de nationale wielersport aan het begin van een bloeiperiode. Drie oudgedienden over de wederopstanding. Een prettig gesprek met Jan Raas, Cees Priem en Gerrie Knetemann.

De bondscoach verschijnt als eerste en vertrekt als laatste. Gerrie Knetemann heeft volgens zijn gesprekspartners een luizenbaan. ,,Ik ben een zondagskind. Mij hoor je niet kreunen'', beaamt hij met Amsterdamse tongval. Jan Raas, manager van Rabobank, heeft geen uren de tijd. Hij wacht een beetje ongeduldig op de komst van Cees Priem, manager van TVM. ,,We zitten hier aan de oesters en de kaviaar'', liegt Raas in Zeeuws dialect tegen zijn streekgenoot. Priem zit in de auto in de file. ,,Na half acht krijg je alleen frites met mayonaise'', giert Knetemann door de mobiele telefoon.

Ze vormden een bandietenploeg bij Post. Een mindere dag camoufleerden ze met listige streken. Ze zijn nog steeds nauw betrokken bij de wielersport. Ze trekken parallellen tussen heden en verleden. Ze koesteren de jonge renners die de dezelfde bezetenheid vertonen als het gouden trio van weleer. Tijdens het gesprek maken ze bij herhaling melding van een wielrenner die het restaurant passeert. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.

Jan Raas (47) werkte in een patatzaak in 's-Heerenhoek, toen hij in 1975 zijn eerste profcontract tekende bij de ploeg van Peter Post. Hij won tien etappes in de Tour, hij won bijna alle grote klassiekers en hij werd in 1979 wereldkampioen. Als ploegleider zag hij weinig heil in hartslagmeters en hoogtestages. Als manager van Rabobank zweert hij bij de moderne sportwetenschap. ,,De resultaten liegen niet.''

Cees Priem (48) was timmerman in Wemeldinge, toen hij in 1973 beroeprenner werd bij Frisol. Hij werd meesterknecht bij de ploeg-Post. Hij was dertien jaar ploegleider bij TVM. Na zijn gedwongen verblijf in Frankrijk – hij had huisarrest wegens een lopende dopingzaak – is hij dit seizoen als manager werkzaam. ,,Wij hebben de wielersport draaiende gehouden toen het slecht ging.''

Gerrie Knetemann (48) was stratenmaker in Amsterdam, toen hij in 1974 zijn eerste profcontact tekende bij het Franse Gan Mercier. Later werd hij wegkapitein en tijdritspecialist bij de ploeg-Post. Hij won tien Touretappes en twee keer de Amstel Goldrace. In 1978 werd hij wereldkampioen. Sinds 1991 is hij bondscoach. Hij is nooit somber geweest over de aanwas van talent. ,,Er waren een paar eieren en die stonden op uitkomen.''

Het gespreksonderwerp over de wederopstanding van het cyclisme wordt regelmatig ondergesneeuwd door verhalen uit de oude doos. Over de Duitse ijdeltuit Didi Thurau, die de onderkant van zijn schoenen poetste. Over de contracten bij Peter Post, getekend op de motorkap van zijn limousine. Tussen de grappen en de grollen is er tijd voor een serieuze discussie.

Knetemann: ,,Ik heb laatst een aardige theorie ontwikkeld. Wanneer het voetbal dipt, gaat het met de wielersport crescendo. Kijk de geschiedenisboeken er maar op na. Wij hebben bij Post ook nog met een krukkenploeg aan de start gestaan. Toen wij prof werden, hoorde je dezelfde geluiden als een paar jaar geleden. Er zijn altijd golfbewegingen.''

Raas: ,,We komen uit een diep dal. We hebben WK's meegemaakt dat geen enkele renner de koers uitreed. Nu zitten we in een stroomversnelling met Michael Boogerd en Leon van Bon. Zij kunnen de rest stimuleren tot grote daden. We hebben misschien geen grote vijver om uit te vissen, maar met goed scoutwerk komen er vanzelf weer diamantjes bovendrijven.''

Knetemann: ,,We mogen ons niet spiegelen aan Italië. Daar krijgt elke renner die door het ijs zakt ergens anders een herkansing. Bij ons was er nooit nazorg, omdat er jarenlang slechts twee wielerploegen waren. Renners als Tafi of Gianetti waren in Nederland in een bodemloze put terechtgekomen. Ineens hebben ze het licht gezien en teisteren ze de televisieschermen. Toeval zit in een kleine hoekie. Zonder Rabobank waren mannen als Boogerd en Van Bon misschien wel in de goot terechtgekomen. Waren ze zomaar uitgepoeft.''

Raas: ,,Een sponsor moet keuzes maken: de kopman meer geld geven of de ploeg als geheel intact houden. Gelukkig zijn de meeste renners intelligent en redelijk sociaal voelend. Voor een ton extra zullen ze echt niet weggaan.''

Priem: ,,Je hebt altijd ups en downs. Kijk maar naar het voetbal. Wij gaan ook meemaken dat renners naar het buitenland vertrekken. Hoe ga je Boogerd tegenhouden als hij ergens anders twee keer zoveel kan verdienen? Je kunt een tijdje mee bieden, maar er zit geen eindeloze rek in onze budgetten.''

Raas: ,,Wij hebben een tijd lang onze ogen gesloten voor de ontwikkelingen op medisch- en trainingsgebied. Dat reken ik mezelf zeker aan. Nu zijn we de achterstand aan het inhalen. Zo gaan we volgende week testen doen in windtunnels. We zijn op zoek naar de ideale houding op de fiets.''

Knetemann: ,,Alle kleine beetjes helpen, maar je moet er geen religie van maken. Wat voor de ene renner goed is, is voor de andere renner slecht. Ik ben doodsbang dat sommige jongens last van hun rug krijgen in die rare windtunnels. Oude planten moet je niet te vaak verpotten.''

Raas: ,,Geloof mij nou maar, Kneet, de moderne methoden hebben ook psychologisch effect. Als je het parcours voor Luik-Bastenaken-Luik met een floppie en een hometrainer thuis kunt nabootsen, ben je wel gek om dit niet te doen. We praten niet alleen over apparaten van duizend gulden. Er zijn ook goedkope hartslagmeters.''

Knetemann: ,,Je kunt beter een goeie hartslagmeter kopen dan een goeie zonnebril. Die krengen zijn veel duurder, maar schijnbaar onontbeerlijk voor het imago. Deze generatie is heel ijdel.''

Raas: ,,Wij moesten onze sokken en handschoentjes zelf kopen van Post. We kregen alleen een nieuwe broek als de leren zeem stuk was. Onze verzorger Ruud Bakker moest in het begin aan Post toestemming vragen of hij broodjes mocht kopen.''

Priem: ,,De huidige generatie wordt in de watten gelegd. Die krijgt het nog moeilijk als ze gestopt is. Hoe keren ze terug in de maatschappij?''

Raas: ,,Ik ben niet zo somber over de zogenaamde patatgeneratie. Laatst was ik in Margraten, waar vier jonge gastjes uit het noorden des lands een oude boerderij hebben gehuurd. De corvee-lijst hing op het prikbord, schitterend! Die knapen begrijpen dat je naar Limburg of België moet om te trainen. Zonder heuvels word je geen goede renner.''

Knetemann: ,,De wielersport is honderdduizend keer zwaarder dan de voetbalsport. Qua trainingsarbeid, maar ook qua concentratie. De hectiek in de wedstrijd is enorm. Voor je plekkie vechten, in de bochten hangen, zes uur heel goed opletten, anders val je echt op je snufferd. Gelukkig zijn er nog steeds mafkezen die de uitdaging zoeken.''

Raas: ,,Wij zoeken niet meer naar een buitenlandse topper die het gezicht van de ploeg moet bepalen. Zoals S⊘rensen in het verleden. Hij had een voorbeeldfunctie met eten, slapen, zelfs met trappen lopen. Die kerel is er van bezeten. Maar onze Hollandse jongens zijn nu beter dan Rolf. Ze rijden niet meer in dienst van hem. Hij heeft een ongelooflijk eergevoel en kan de knop niet zomaar omdraaien.''

Knetemann: ,,S⊘rensen is natuurlijk een tijger van een renner. Hij geeft zich altijd voor drieduizend procent. Nu moet hij oppassen dat hij zichzelf niet in de weg gaat zitten. Na de Ronde van Vlaanderen ging hij huilen omdat hij zijn vader geen passend verjaardagscadeau had kunnen geven. Zo eager is die vent. Ik huilde alleen als ik gewonnen had op de verjaardag van mijn moeder. Kon ik er wat aan doen dat zij altijd tijdens de Tour jarig was.''

Raas: ,,Wij kunnen nu genieten van Boogerd en Van Bon. Maar ook van Blijlevens die met drie bellen in zijn oor een massasprint wint. Ik ben jaloers op TVM met zo'n goede sprinter. We hebben met Jeroen gepraat, maar toen Cees in Frankrijk zat, was het einde verhaal. Er zijn erecodes die je niet mag schenden.''

Knetemann: ,,Je moet een sprinter niet willen ombouwen tot berggeit. Blijlevens kan beter een etappe in de Tour winnen. Hij krijgt in de eerste week alle aandacht en daarna mogen de Rabo's hun neus aan het venster plaatsen. Dus waarom zou Blijlevens zich in het voorjaar extra inspanningen getroosten? Zonde van de energie.''

Priem: ,,Jeroen is onze blikvanger. Maar we scoren dit jaar ook met mannen als Hoffman, Knaven en De Jongh. En niet te vergeten Van Petegem. Een aardig ploegie bij elkaar, of niet soms?''

Raas: ,,De meeste firma's duiken in de wielersport voor naamsbekendheid. Kelme en TVM zijn de uitzonderingen met langlopende contracten. TVM heeft een ongelooflijke vorm van continuïteit. Dat geeft ook vertrouwen. Daarom: mijn petje af voor Cees.''

Knetemann: ,,Er zitten overal twee haken en ogen aan. Bij Rabobank wordt er onwillekeurig veel stress opgegooid. Ik zie daar jongens van negentien die bang zijn de slag te missen. Terwijl ze nog jaren voor de boeg hebben. Als wielersponsor moet je consistentie nastreven. De renners komen niet alleen op het geld af, maar zeker ook op een goede organisatie.''

Raas: ,,Daarom hebben wij een juniorentak en een amateurtak. De doorstroming is uitstekend. Elk jaar willen we een paar neo-profs opleiden. In het begin waren de andere Nederlandse ploegen bang dat wij te dominant zouden zijn. Die kritiek is nu verstomd. We winnen echt niet overal.''

Priem: ,,We hebben elkaar nodig. Maar dat Rabobank hoofdsponsor is van de KNWU, blijft een belachelijke zaak. Pure belangenverstrengeling. Heel slecht voor de neutraliteit van de wielersport.''

Raas: ,,De KNWU had geen keus. Er was geen geld en de vorige hoofdsponsor hield er zomaar mee op. Ik geloof niet dat wij de wielersport een slechte dienst bewijzen.''

Priem: ,,Jullie zijn goed bezig met de dikke-banden-wedstrijden. Elke school maakt kennis met de wielersport. Zo krijgen ze het virus te pakken. Ik zie bij ons in Zeeland meer jonge gasten fietsen dan een paar jaar geleden.''

Raas: ,,Je kunt wel in de breedte goed bezig zijn, maar de mensen moeten kunnen opkijken naar vedetten. Met Boogerd heeft de jeugd weer een held. Een frisse boy met uitstraling. Vergelijk hem met de Kneet in zijn beginperiode. Pas toen die babbelaar prestaties ging neerzetten, wist men dat hij ook verschrikkelijk hard kan fietsen. Met Boogerd idem dito. Hij roept van alles, maar hij maakt het ook waar. Een brutaal kereltje. Heel leergierig. Wil alles weten, alles lezen.''

Knetemann: ,,Boogerd noemt zo de laatste dertig wereldkampioenen uit zijn blote hoofd. Zo maf is die vent. Hij heeft een klein motortje waar heel veel inhoud in gestopt wordt. Hij kan de straatstenen uit de grond rijden.''