Herinneringen

Enige tijd geleden nam ik deel aan een forumdiscussie voor medewerkers van het Baronie College in Breda. De discussie ging over de inrichting van het onderwijs. Kunnen leerlingen zelfstandigheid wel aan, leidt dit niet tot uitval, tot niets doen? Bij vragen als deze wordt er altijd voetstoots van uit gegaan dat het traditionele onderwijs efficiënt zou zijn. Verhelderend was dan ook de opmerking van een mede-forumlid dat hij zijn hele schooltijd lang misschien drie leraren had meegemaakt voor wie gold dat hun lessen de moeite waard waren. Dat waren dus uitzonderingen, maar zodra wordt gepraat over studiehuis en andere moderniteiten wordt de indruk gewekt dat die uitzonderingen regel waren. Geen van de aanwezige docenten sprak hem tegen. Blijkbaar herkende men zich in deze terugblik naar het eigen schoolverleden.

In dit licht bezien is het ronduit jaloersmakend wat leraar Ton van Haperen vorige week ons via de opiniepagina van deze krant liet weten: ``Het is eigenaardig dat niemand zich afvraagt waarom jonge mensen wel naar de PABO en niet naar een lerarenopleiding willen. Het antwoord'', aldus Van Haperen, ``is namelijk de kern van het probleem. Aan de basisschool hebben ze goede herinneringen, aan de laatste jaren van de middelbare school niet. Die zijn wel leuk, maar dat zit hem in zaken die te maken hebben met volwassenwording en niet met de kwaliteit van het onderwijs. Tijdens de lessen wordt de jeugd geconfronteerd met mensen in een identiteitscrisis. Leraren weten niet goed meer wie ze zijn. Vroeger was het onderwijsprobleem bij uitstek `orde', nu praat er geen mens over. Het bestaat niet meer, herrie in de klas mag best, dat heet zelfstandig werken. Een ander die probeert te doceren in een rustige omgeving, ook prima. Voor kinderen is dit echter volstrekt onduidelijk; de ultieme prikkel tot vervelend gedrag. Dan wordt daarbij ook nog eens de inhoud ter discussie gesteld; geen kennis maar vaardigheden.''

Ton van Haperen moet een uitzonderlijke bofkont zijn geweest: zijn herinneringen aan de lessen op de middelbare school waren zo plezierig, dat hij besloot ook leraar te worden. Helaas voor hem veranderden de tijden en moet hij zijn dagen slijten temidden van collega's die worstelen met een identiteitscrisis.

Didactisch en onderwijskundig is het basisonderwijs het voortgezet onderwijs mijlen ver vooruit. De moderniteiten waar Van Haperen van gruwt zijn er al jaar en dag heel gewoon. Dat de belangstelling om daar te werken aantrekt, verklaar ik uit de arbeidsvoorwaarden. Daar zijn die van jongere en oudere leerkrachten sedert enige tijd weer redelijk met elkaar in harmonie.

Dat geldt niet voor het voortgezet onderwijs waar de nieuwkomers begin jaren tachtig op een permanente achterstand werden gezet. Dat heeft diepe wonden geslagen in elk docententeam. Zo lang deze ongelijke behandeling van collega's die hetzelfde werk verrichten voortduurt, zal ook de onvrede voortduren. Ik ben er ten diepste van overtuigd dat de werksfeer in het voortgezet onderwijs in een klap kan worden hersteld door het begin jaren tachtig gesloten Hos-akkoord ongedaan te maken. Dit eufemisme staat voor Herstructurering Onderwijssalarissen. Eufemisme in de eerste plaats omdat er geen sprake was van herstructurering: nieuwe leraren werden simpelweg in rang verlaagd in vergelijking met beginners daarvoor. In de tweede plaats een eufemisme omdat het niet een akkoord was maar een dictaat. In die toenmalige collectieve vernedering zit de echte pijn. Nog steeds.