Grootvader

De zee is blinkend blauw, er is een zeurderige reeks flats, maar daarachter is opeens een wirwar van tuinen, een verweerd huis en een oude man met een open gezicht dat groot is van vriendelijkheid. Vittorio Foa is bijna negentig. Hij zat in het verzet, was jarenlang de belangrijkste vakbondsman van het land en geldt nu zo'n beetje als de nestor van progressief Italië. Zijn grootvader was opperrabbijn van Turijn, maar, zegt hij, ,,mijn antifascisme had weinig met mijn joodse achtergrond te maken''. ,,Ik voelde me een zoon van Italië, van de Renaissance, van de Verlichting, van de vrijheid. Het fascisme zag ik als een verkrachting van de Italiaanse geschiedenis. Pas de Duitsers duwden ons joden weer bij elkaar.''

Hij vertelt hoe hij als jongetje de eerste politieke moorden beleefde, het geweld op straat, de arrogantie van de zwarthemden, het nationalisme. ,,In Turijn hadden de fascisten de vakbondsschool in brand gestoken. Ik zag hoe de arbeiders in stilte rond hun verbrande huis stonden. Vanaf de eerste tot de laatste dag was ik antifascist.''

En de oorlog nu? Hij vindt Miloševic een nazi, hij gelooft niet dat de bombardementen verstandig zijn, maar hij blijft optimistisch. ,,Er is in Europa al zoveel ten goede veranderd. Toen mijn ogen zich openden naar de wereld, in 1914, waren bijna alle Europese landen elkaar aan het uitmoorden. En ieder land vond dat Het Recht aan zijn kant stond. En nu mijn ogen bijna gesloten zijn – want ik ben vrijwel blind – zie ik dat de meeste elkaar omhelzen. Dat raakt me zeer. Want ik weet hoe moeilijk het is geweest.''