Gedreven en ontzet

Adrian Borland, in ons land vooral bekend als voorman van de Engelse popgroep The Sound, heeft afgelopen maandag in Londen zelfmoord gepleegd. De liedjesschrijver/zanger/gitarist/producer was sinds eind jaren zeventig actief als muzikant. Hij speelde op zo'n twintig lp's waarvan Jeopardy (1980) en From the Lions Mouth (1981) het bekendst werden.

De door Borland opgerichte groep The Sound was een van de kopstukken van de zogenaamde `doemstroming' in de muziek, waartoe begin jaren tachtig ook bands als The Comsat Angels en The Cure gerekend werden. De `doem' werd veroorzaakt door angst voor de atoombom, en een algeheel zwartgallig wereldbeeld. Adrian Borland was een van de oprechtste vertolkers van dit gevoel. Dat sprak bijvoorbeeld uit het anti-kernwapenlied Missiles, waarin hij zich razend afvroeg: `Who the hell makes those missiles / When they know what they can do'. Zijn donkere stem werd wel vergeleken met die van Jim Morrison, de muziek was rock ondersteund door zweverige synthesizerklanken.

Omdat The Sound in Nederland meer werd gewaardeerd dan in eigen land, verbleef Borland hier gedurende de jaren tachtig bijna doorlopend. Ook toen de groep geen platencontract meer had en aan interne spanningen dreigde te bezwijken, bleven de concerten goed bezocht. Toen The Sound uiteindelijk uit elkaar was vormde Borland een nieuwe groep, Adrian Borland & The Citizens. De publieke erkenning was de laatste jaren gering, maar hij bracht nog regelmatig platen uit. De toon was steeds zwaarmoedig. Ook op het moment van zijn dood zat Borland midden in de opnames van een nieuwe cd, die komend najaar had moeten verschijnen.

Adrian Borland zal herinnerd worden als boegbeeld van de doemstroming. In november 1981, de dag van de grote anti-kruisrakettendemonstratie in Amsterdam, trad The Sound op in Paradiso. Daar zong hij, gedreven en ontzet, het lied Missiles, terwijl zijn postuur dreigende schaduwen op het achterdoek wierp.