Financiële revolutie

Waarschijnlijk per 1 januari 2001 krijgen we een nieuw belastingstelsel, dat voor ons allemaal verstrekkende gevolgen zal hebben en vraagt om een andere manier van financieel denken. Het is niet bekend hoe het systeem er precies uit gaat zien en welke tijdelijke overgangsmaatregelen er gelden, omdat de politiek de voorstellen (Belastingen in de 21ste eeuw) nog moet behandelen. Desondanks werpen de wijzigingen hun schaduwen vooruit.

Staatssecretaris Willem Vermeend is een van de drijvende krachten. Maar hoe snel en onafwendbaar voltrekt deze ommekeer zich als hij wordt geroepen tot het ambt van Europees Commissaris? Dan verlegt orkaan Willem zijn route richting Brussel. Valt er hier dan een windstilte om alles rustig te evalueren en zo de zaak te laten verzanden? De tijd zal het leren.

Voorlopig moeten we er van uitgaan dat de hoofdlijnen vastliggen en alles volgens plan verloopt. Wie dit uitgangspunt onderschrijft, dient zijn situatie op dit punt door te (laten) lichten, en moet bij het doen van financiële transacties in onder meer aandelen, obligaties, verzekeringen, (verhuurde) woonhuizen, hypotheken en financieringen aan de toekomstige wijzigingen denken. Wie dit uitgangspunt niet onderschrijft en afwacht tot de invoering van het nieuwe systeem, kan zich tekortdoen als het gaat om bijvoorbeeld aandelen, koopsompolissen en kapitaalverzekeringen. Hoe dan?

Het zit er in dat men straks over dividenden, spaarrenten, obligatierenten, huren van woningen en andere vermogensopbrengsten geen inkomstenbelasting meer betaalt. Een belegger die daar nu 50 (60) procent over betaalt, houdt dan tweemaal (tweeënhalf) zoveel over als nu. Bruto, want tegenover het wegvallen van die belasting plus de 0,7 procent vermogensbelasting, staat 1,2 procent (30 procent van 4 procent fictief rendement) belasting over bepaalde delen van zijn vermogen (bezittingen minus schulden).

De houder van ooit op lagere koersen gekochte aandelen met een nu fiks dividendrendement, moet het dividend niet meer zien als een toetje op onbelaste koerswinsten, maar als bron van inkomsten. Wanneer die aandelen na 1 januari 2001 fiscaal worden gezien als oudedagsvoorziening (onder de oudedagsparaplu), bespaart hij waarschijnlijk die heffing van 1,2 procent.

Wie gericht belegt in aandelen voor de lange termijn, bijvoorbeeld voor zijn oude dag, moet aandelen van degelijke bedrijven met een aantrekkelijk dividendrendement anders beoordelen dan nu. Je let meer op dividendgroei dan op potentiële koerswinst. Er is bovendien meer keus ten gevolge van de euro en de verschillen in economische ontwikkeling. Zo kan je kiezen voor bedrijven in een land dat niet zo goed draait. Daar staat wel tegenover dat Nederlandse aandelen voor particulieren makkelijker te volgen zijn: de pers besteedt er uitbreid aandacht aan.

Een getrouwde Drentse lezeres dubt over de omvang van een nog te sluiten koopsompolis die ze van het belastbare inkomen 1998 wil aftrekken: de maximale aftrek van 5.950 gulden of het dubbele voor een echtpaar. Het gaat haar uitsluitend (helaas) om het belastingvoordeel. De eenmalige storting voor zo'n polis groeit bij de verzekeraar vrij van inkomsten- en vermogensbelasting aan tot een kapitaal waarvan mevrouw ter zijner tijd verplicht een lijfrente moet kopen. Blijft die polis interessant?

De onbelaste aangroei met bijvoorbeeld rente is straks in eigen beheer vrij van inkomstenbelasting. Eventuele koerswinsten zijn dat al. Gaat de waarde van de koopsom uit boven een oudedagsplafond – genoemd wordt 70 procent van het laatste inkomen – dan kan er de 1,2 procent geheven worden. Misschien is het mede daarom voordeliger om geen koopsompolis te sluiten en zelf te sparen of beleggen voor later.

Mogelijk krijgt iedereen het recht om een fiscaal voordelig pensioenpotje aan te leggen, zoals dat al jaren gebruikelijk is in de VS en het VK. Je bent zo niet meer afhankelijk van levensverzekeraars om fiscale voordelen te behalen. Wat wel zo eerlijk is.

Ook vermindert de aantrekkelijkheid van kapitaalverzekeringen (waaronder de beleggingsverzekeringen en de verzekeringspoot van de spaarhypotheek) met een looptijd van minimaal 15 of 20 jaar en een geïndexeerde belastingvrije uitkering van respectievelijk 61.000 en 207.000 gulden (cijfers voor 1999) per persoon. Immers: de opbrengsten van beleggingen in eigen beheer worden vrij van belasting. Bovendien is niet zeker of lopende en nieuwe kapitaalverzekeringen vrij van vermogens(rendement)belasting blijven.

Betrek je hierbij dat de inkomstenbelasting naar beneden gaat, waardoor het zelf te betalen deel van de hypotheekrente stijgt, dan verbleekt de glans van de populaire spaarhypotheek, vaak een blok aan het been bij echtscheiding en verhuizing. Waarom zou je niet gewoon een eenvoudig te begrijpen annuïteitenhypotheek gecombineerd met een overlijdensverzekering sluiten?

Het blijft nog jaren onrustig in de financiële wereld. Het loont de moeite daar rekening mee te houden.