de fondsbeheerder

In The Bonfire of the vanities – algemeen gezien als het standaardwerk in de Amerikaanse literatuur over de financiële wereld van de jaren tachtig – beschrijft chroniqueur Tom Wolfe het reilen en zeilen van investment banker Sherman McCoy. Kort samengevat: hartje Manhattan in een veertien kamers tellend appartement, dikke auto's (Mercedes) in de garage en een jaarinkomen van miljoenen dollars dankzij de bonussen op de miljardenhandel in aandelen. Financieel is the sky the limit voor deze Master of the Universe.

Wolfe's roman speelt zich grotendeels af in het epicentrum van de financiële wereld, Manhattan, New York. Dat daar veel geld omgaat mag geen verbazing wekken en dat de obligatiehandelaar McCoy daar zijn graantje van meepikt evenmin. Maar ook in Nederland zijn er mensen professioneel bezig met aandelen en obligatiehandel. Bijvoorbeeld fondsenbeheerders. Krijgen die ook van die astronomische bedragen bijgeschreven als ze voor hun bazen de beurs verslaan. Anders gezegd: wat levert het op om de bench-mark te out-performen?

Fondsbeheerders schuiven met het vermogen van bijvoorbeeld banken of verzekeraars en proberen door daarmee te speculeren de winst op dat kapitaal zo hoog mogelijk te maken. Het is lastig inzage te krijgen in de beroepsgroep. De vakbonden hebben geen idee hoe de betaling bij fondsbeheerders ligt of om hoeveel mensen het gaat. Een beroepsvereniging is er niet. Afspraken worden veelal individueel gemaakt en de verschillen in betaling kunnen enorm zijn. Afgaande op de aantallen die grote banken en verzekeraars in dienst zeggen te hebben zal het ongeveer rond de 1.000 liggen. Startsalaris begint zo rond de 5.000 gulden bruto per maand. Eindsalaris onbekend.

Voertaal in het wereldje van fondsbeheerders is het financiële Engels. Dat gaat ongeveer zo: ,,De ware incentive voor de manager is de out-performance van je target, als je de bench-mark weet te verslaan is dat soms heel veel geld waard.'' (opgetekend uit de mond van een woordvoerder van Fortis Investments). Vrij vertaald wordt er in fondsbeheerdersland gezocht naar manieren om de beheerders zo te prikkelen dat ze meer winst maken op hun beleggingen dan de stijgende beurskoers oplevert. En prikkelen doe je met geld, daar is iedereen het over eens.

Op dit moment zijn er twee duidelijke ontwikkelingen op de Nederlandse fondsenmarkt gaande, weet directeur T. Thöne van de Hay Management Consultants. ,,De lonen van fondsbeheerders stijgen sneller dan gemiddeld op de arbeidsmarkt. En het Nederlandse bedrijfsleven is bezig met een enorme inhaalslag. Ze zoeken naar een marktconforme manier van salariëring, mits daar een marktconforme ontwikkeling van de winsten tegenoverstaat natuurlijk'', zegt Thöne. Immers: als de beurs zelf al juichend de ene na de andere grens passeert, is goed scoren met je portefeuille kinderspel.

Basis voor het salaris is nagenoeg overal een combinatie van een vast en een variabel deel van het loon. Vaak kunnen de beheerders zelf aangeven of en zo ja welk deel van hun salaris ze variabel willen hebben. Daarnaast zijn er grofweg twee systemen te onderscheiden. Een variabel inkomen dat gerelateerd is aan het salaris en een variabel inkomen gerelateerd aan de omvang van de portefeuille. Dat laatste, beter bekend als het Angelsaksische model, is verreweg het interessantste. Immers: hoe groter je portefeuille, des te meer geld er te halen valt.

Nederland zou Nederland niet zijn als er ook bij de inkomens van de fondsbeheerders toch gekeken wordt naar andere variabelen dan alleen maar geld. Het Rijnlandse model van overleg en aandacht voor sociale zekerheden en onderlinge relaties is terug te vinden in aanvullende kwaliteitseisen die banken en verzekeraars aan hun fondsbeheerders stellen.

Hay Management Consultants Group doet jaarlijks in opdracht van banken en verzekeraars onderzoek naar fondsbeheer. Die gegevens zijn echter niet openbaar. De onderzoeken van Hay schetsen echter wel een goed beeld van de trends waaraan het fondsbeheer onderhevig is. Directeur Thöne: ,,De beoordeling van de performance is belangrijker geworden de laatste jaren. Je ziet in snel tempo buitenlandse trends de Nederlandse markt opkomen. Het Angelsaksische model wint terrein ten koste van het Rijnlandse model.''

Bij de Robeco Groep werken zo'n 50 fondsbeheerders waarvan er 35 bezig zijn met aandelen en de rest met obligaties. De Robeco Groep heeft er heel bewust voor gekozen de fondsbeheerders niet alleen individueel te belonen, maar ook een deel van het inkomen afhankelijk te maken van de afdelingsprestaties en zelfs van de prestaties van de hele groep. Teamspirit is belangrijker dan individuele krachtpatserij.

En toch wordt ook bij Robeco het inkomen van een fondsbeheerder nog interessanter bij het niet in loonschalen gevatte inkomen, de bonussen. Robeco heeft die bonussen overigens gerelateerd aan het vaste salaris. Als de hele groep goed boert, kan de fondsbeheerder vijf procent extra krijgen. Nog eens vijf procent salaris is te verdienen als de eigen afdeling lekker draait. Maar de grootste klapper zit hem toch in de individuele prestatie. Tot veertig procent van het salaris kan daar extra worden verdiend, afhankelijk van de mate waarin de bench-mark wordt verslagen.

Thöne van Hay: ,,Vijftig procent komt voor, maar dertig ook. En sommigen bieden de mogelijkheid honderd procent van het salaris bij te verdienen met bonussen. Kijk die mensen verdienen als ze het goed doen een heleboel geld voor hun organisaties. Het is geen normale beroepsgroep. Als je ze wel normaal wilt betalen, geeft dat geen pas. Dat werkt niet.''

Maar de financiële prikkel alleen is voor de echte fondsbeheerder nog niet genoeg. Naast de steeds veeleisender wordende klanten (die soms per kwartaal bepalen of een fondsbeheerder nog wel door mag voor ze of dat er een betere fondsbeheerder op de markt is) maken ze ook elkaar nog eens gek.

Tom Wolfe daarover in The Bonfire: ,,Als je geen 250.000 dollar per jaar maakt binnen vijf jaar, dan ben je ofwel enorm stom ofwel enorm lui. Op je dertigste: 500.000 dollar en zelfs dat heeft nog een zweem van middelmatigheid. Tegen de tijd dat je veertig bent moet je of een miljoen per jaar maken of je was verlegen en onkundig.'' Da's pas prikkelend.