Copernicus doet Frankfurt aan

De zwakke euro maakt een einde aan de mooie droom van Europa's centrale bankiers: de Europese munt staat niet in het middelpunt van het financiële zonnestelsel. Nog niet.

Red de euro! Dat was het devies deze week in Washington waar Europa's centrale bankiers samenkwamen voor de halfjaarlijkse vergadering van het Internationale Monetaire Fonds. De euro is na een uitstekende start afgezakt van 1,17 dollar naar 1,06 deze week.

De koersdaling is voor Europa's centrale bankiers, de hoeders van de euro, een netelige kwestie. De euro is een munt die fluctueert in een mondiaal stelsel van vrije wisselkoersen. Elke Westerse bankier ziet het vrijlaten van wisselkoersen als de beste vorm van internationaal verkeer tussen economieën. Als de euro in dat stelsel van vrij zwevende wisselkoersen van waarde wisselt, is dat niet meer dan normaal en kan er moeilijk bezwaar worden gemaakt als de koers een tijdje de kant opgaat die misschien niet erg wenselijk is.

Bovendien is er een element van trots. De Economische en Monetaire Unie kan zich wat omvang en kracht betreft in principe meten met de enige andere economische wereldmacht, de Verenigde Staten. Maakt iemand zich in de VS druk om de koers van de dollar? Zoals Duisenberg al zei, vorige maand: ,,Vraag de Amerikaan naar de koers van de dollar en hij zegt: een dollar is een dollar.'' De dollar is de spil, àndere munten fluctueren.

Benign neglect noemen de Amerikanen dat – goedwillende verwaarlozing van de dollar. Benign, of malign (kwaadwillend), zo wilde Duisenberg zijn houding tegenover de euro vorige maand niet noemen, toen hij ondervraagd werd door leden van het Europese Parlement. Een simpel `neglect' kon volgens hem volstaan.

Die uitspraak is hem gaan achtervolgen. Nadat de euro verder verzwakte, vielen de leden van de ECB-raad, onder wie Bundesbank-president Tietmeyer, de Fransman Trichet en de Italiaanse bankpresident Fazio, over elkaar heen om te beklemtonen dat de euro nu toch wel erg diep was gezakt. En ook Duisenberg zelf leek op zijn schreden terug te keren.

Maar wat is te diep? De Europese Centrale Bank heeft niet nagelaten te onderstrepen dat de koers van de euro tegen het einde van het jaar (toen hij alleen nog pro forma kon worden berekend) juist hoog opliep. Over geheel 1998 stond een euro gemiddeld op zo'n 1,11 dollar, zodat de verzwakking vanaf een peil van 1,17 dollar helemaal zo dramatisch niet was. De bankiers moesten samen lachen om nieuwsberichten dat de euro ,,een historisch dieptepunt'' had bereikt. Haha, een historisch dieptepunt voor een munt die nog maar vier maanden bestaat!

Maar de koersdaling tot 1,0557 dollar gisteren is zeker wel als een historisch dieptepunt op te vatten: het is de laagste koers sinds de dollar halverwege de jaren tachtig onder het presidentschap van Ronald Reagan door het dak ging en tegen de 4 gulden noteerde.

De vraag rijst waarom de lage euro nu plotseling kennelijk wel een probleem is. Centrale bankiers maken zich in de regel niet druk over het niveau van een wisselkoers, tenzij dat niveau snel wijzigt.

Een fors lagere eurokoers ten opzichte van vorig jaar kan via invoerprijzen voor inflatie zorgen. Nu zou een eurokoers van gemiddeld 1,06 dollar over 1999 maar 5 procent lager zijn dan in 1998, zodat de inflatiedruk via invoerprijzen gering is. Maar omdat ook de prijs van olie fors omhoog gaat – gisteren bereikte een vat Brent-olie een waarde van 16,60 dollar – is er nog een element van inflatiedruk in het spel.

Wat doen de autoriteiten met een munt die te ver zakt? Omhoogpraten, of `jawboning' zoals dat op de financiële markten heet.

En daar zit de pijn. Nu Duisenberg op zijn neglect lijkt te zijn teruggekomen, vraagt de valutahandel zich af wat de woorden van de ECB waard zijn. En dat raakt weer aan een andere kwestie. De wisselkoers tussen euro en dollar luistert al enige tijd sterk naar de verschillen in rente tussen de eurozone en de Verenigde Staten. De verwachting dat de lage rente in Europa verder daalt (of de hogere rente in de VS stijgt) is daarbij een krachtig argument om euro's te verruilen voor dollars.

Toen de Europese Centrale Bank vorige maand de markten verraste door in één sprong zijn rente te verlagen met een half procentpunt naar 2,5 procent, was het de bedoeling om speculaties over nog meer renteverlagingen meteen de nek om te draaien.

Gevraagd naar de mogelijkheid voor een lagere rente zei Duisenberg toen ,,this is it''. Maar wat zijn die woorden waard, als de ECB nu al op de ,,verwaarlozing'' van de euro is teruggekomen? Ook de this is it-uitspraak dreigt nu een eigen leven te gaan leiden. Zoals oud-president Bush jaren is achtervolgd door zijn ,,Read my lips, no more taxes''.

Om de schade voor de euro te beperken zijn de centrale bankiers voorlopig aangewezen op verbaal geweld. Ingrijpen met steunaankopen kan altijd nog, maar zou voor de euro, die nog maar vier maanden bestaat, groot gezichtsverlies betekenen. Het verhogen van de rente is om dezelfde reden geen optie.

De les is duidelijk. De euro is niet het middelpunt van het financiële zonnestelsel. Een beetje nederigheid is op zijn plaats. Die monetaire versie van de leer van Copernicus dringt langzaam door in Frankfurt.