BOER INVENTARISEERT DOTTERBLOEM EN DAS MET NATUURMEETLAT

Steeds meer boeren doen aan agrarisch natuurbeheer. De boeren stellen bijvoorbeeld het maaien uit vanwege de weidevogels, of ze spuiten niet aan de akkerranden vanwege de akkerbloemen. Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) in Utrecht presenteerde deze week een natuurmeetlat waarmee boeren zelf het effect van dit soort beheersmaatregelen kunnen monitoren.

De boeren houden van zeven soortgroepen bij wat op hun land verschijnt: planten, dagvlinders, vogels (weidevogels en wintergasten), amfibieën, reptielen en zoogdieren. Voor elk van die zeven groepen kunnen ze een natuurwaarde scoren. Om voor bijvoorbeeld planten een natuurwaarde te krijgen moeten de boeren van zo'n honderd indicatorsoorten nagaan hoeveel ervan op hun akkers voorkomen. Het CLM heeft elke indicatorsoort een ecologische waarde gegeven. Hoe zeldzamer en bedreigder de soort, hoe hoger de waarde. Zo krijgt de boer voor elke pinksterbloem die hij op zijn akkers ziet drie punten, voor elke dotterbloem tien punten en voor elk individu van het zeldzame Groot spiegelklokje 63 punten.Behalve een ecologische waarde heeft elke soort ook een belevingswaarde gekregen. Een dotterbloem scoort hoog op belevingswaarde vanwege zijn mooie gele bloemen. Het aantal punten wordt per soortgroep bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal hectare van de boer.

Het CLM heeft afgelopen twee jaar de natuurmeetlat getest bij 25 boeren en nu gaat ze ermee de markt op. Boeren kunnen tegen kostprijs van ƒ34,- een map krijgen met daarin de soorten en hun beschrijvingen, ook kunnen ze een CD kopen met vogelgeluiden. Omdat het een hele klus voor boeren blijkt om de soorten te herkennen, stelt het CLM voor dat natuurliefhebbers hen ondersteunen.

Aan de natuurmeetlat zijn nog geen bedragen gekoppeld. Maar het CLM sluit niet uit dat dit straks wel gebeurt. Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wil immers per 1 januari 2000 de vergoeding voor agrarisch natuurbeheer deels laten afhangen van het resultaat. Tot nu toe betaalt het ministerie alleen nog voor de beheersmaatregelen: een boer krijgt bijvoorbeeld ƒ1100,- per jaar voor het uitstellen van het maaien, ook als er geen enkele vogel op zijn weide komt.

Voordeel van resultaatbeloning is dat de boer worden gemotiveerd iets extra's voor de natuur te doen. Nadeel is dat de inspanningen niet altijd de gewenste natuur opleveren. Welke planten- of vlindersoorten terug komen en na hoeveel tijd, hangt immers mede af van toevalligheden als het weer en het beheer van de buurman. Het CLM wil daarom dat de overheid blijft betalen voor beheersmaatregelen sec, en dat boeren daar bovenop een bonus kunnen krijgen voor de behaalde natuurwaardes.

(Marianne Heselmans)