BEHANDELING VAN HOGE BLOEDDRUK HELPT, MAAR IS ONDER DE MAAT

De Westerse mens van middelbare en oudere leeftijd slikte in de jaren tachtig zes (mannen) tot twaalf (vrouwen) keer zo vaak bloeddrukverlagende middelen als dertig jaar eerder, in de jaren vijftig. En het helpt. In de jaren vijftig had 18,5% van de mannen en 28,0% van de vrouwen een bloeddruk hoger dan 160/100. In de jaren negentig was het percentage gedaald tot 9,2 respectievelijk 7,7. De veel te hoge bloeddrukken zijn nog sterker gereduceerd. In de jaren vijftig had bijvoorbeeld 11,0% van de oudere vrouwen een bloeddruk hoger dan 180/110. Dat percentage was dertig jaar later gedaald tot 0,9%.

De gegevens van deze analyse komen uit de Framingham Study, een in 1948 begonnen epidemiologisch onderzoek onder inwoners van het dorpje Framingham bij Boston in de Amerikaanse staat Massachussets. Tussen 1950 en 1989 deden 10.333 inwoners mee aan het onderzoek. Bij hen werden ruim 51.000 metingen gedaan. De analyses zijn gedaan door de onderzoekers van de Framingham Heart Study, de Boston University School of Medicine en door dr. Arend Mosterd en prof.dr. Rick Grobbee van de universiteiten van Rotterdam en Utrecht. (The New England Journal of Medicine, 22 april)

Deze studie is uniek omdat over zo'n lange reeks van jaren is gemeten, maar vooral omdat ook steeds elektrocardiogrammen zijn gemaakt. Aan de hand daarvan kan worden bepaald of iemand aan hypertrofie van de linkerhartkamer lijdt. De hartspier (en vooral de linker hartkamer die het bloed de aorta in pompt) wordt krachtiger en vergroot als hij jarenlang tegen een hoge bloeddruk in moeten pompen. Een vergrote linkerhartkamer is de belangrijkste voorspeller van plotselinge hartstilstand, hartinfarct, hartfalen (over de jaren heen afnemende hartfunctie). Het risico op een fatale hartziekte is ruim elf keer vergroot bij mensen met linkerhartkamervergroting. In deze studie is een direct verband tussen de toename van de behandeling van hoge bloeddruk en de afname van linkerhartkamervegroting gemeten. Het percentage vrouwen met linkerhartkamerhypertrofie daalde in dertig jaar van 4,5 naar 2,5. Het percentage mannen van 3,6 naar 1,1.

De onderzoekers concluderen dat de behandeling van hoge bloeddruk de belangrijkste verklaring is voor de afname in sterfte aan hartziekten die de laatste jaren is gemeten. Maar toch worden in de Verenigde Staten tien miljoen mensen met hoge bloeddruk (een kwart van het totaal) niet goed behandeld.

In Nederland is ook sprake van onderbehandeling, zo blijkt uit het proefschrift van C. van Rossum dat zij afgelopen woensdag aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam verdedigde. In een langlopend onderzoek onder oudere bewoners van de Rotterdamse wijk Ommoord heeft 20% (bij een leeftijd van 55 tot 59 jaar) tot 50% (ouder dan 75) van de vrouwen hoge bloeddruk en 20% (mannen van 55 tot 59) tot 35% (ouder dan 70) van de mannen. Ongeveer 40% van de mensen met hoge bloeddruk wordt niet behandeld. Van Rossum zocht naar sociaal-economische verschillen in de risico's op hartziekten in een verouderende bevolking. Hypertensie komt relatief vaker voor bij mannen met een hoge opleiding en bij vrouwen met een lage opleiding. Maar onbehandelde hoge bloeddruk zag Van Rossum relatief het meest bij laagopgeleide mannen, bij mannen in een verpleeghuis en bij alleenstaande mannen. Ruim de helft van de mensen met hoge bloeddruk werd niet of niet adequaat behandeld. Van Rossum vindt dat die groep meer aandacht van medici behoeft.

(Wim Köhler)